Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:CRVB:2016:3353

Instantie
Centrale Raad van Beroep
Datum uitspraak
30-08-2016
Datum publicatie
19-09-2016
Zaaknummer
15-6592 PW
Rechtsgebieden
Socialezekerheidsrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Opschorting en intrekking bijstand. Gevraagde gegevens niet ingeleverd.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Uitspraak

15/6592 PW

Datum uitspraak: 30 augustus 2016

Centrale Raad van Beroep

Enkelvoudige kamer

Uitspraak op het hoger beroep tegen de uitspraak van de rechtbank Den Haag van 15 september 2015, 15/2885 (aangevallen uitspraak)

Partijen:

[appellant] te [woonplaats] (appellant)

het college van burgemeester en wethouders van Amsterdam (college)

PROCESVERLOOP

Namens appellant heeft mr. J. Ruijs, advocaat, hoger beroep ingesteld.

Het college heeft een verweerschrift ingediend.

De zaak is ter behandeling aan de orde gesteld op de zitting van 21 juni 2016. Partijen zijn, met bericht, niet verschenen.

OVERWEGINGEN

1. De Raad gaat uit van de volgende in dit geding van belang zijnde feiten en omstandigheden.

1.1.

Appellant ontving bijstand, laatstelijk ingevolge de Participatiewet (PW). Hij maakte gebruik van een postadres van de Dienst Werk en Inkomen van de gemeente Amsterdam (DWI).

1.2.

Naar aanleiding van een melding van de postkamer dat appellant sinds 12 december 2014 geen post meer heeft opgehaald, heeft de DWI appellant bij brief van 2 februari 2015 gewezen op de verplichting om iedere week zijn post op te halen en is hij tevens verzocht de in de brief vermelde gegevens, waaronder twee 7-dagen formulieren en bankafschriften van de afgelopen drie maanden, vóór 9 februari 2015 in te leveren. Appellant heeft aan dit verzoek geen gehoor gegeven. Bij besluit van 10 februari 2015 heeft het college met ingang van diezelfde dag het recht op bijstand opgeschort. Daarbij is appellant nogmaals verzocht de in de brief van 2 februari 2015 gevraagde gegevens uiterlijk 17 februari 2015 in te leveren. Het college heeft appellant hierbij uitdrukkelijk erop gewezen dat bij niet tijdig inleveren van de gevraagde gegevens de bijstand zal worden beëindigd. Appellant heeft op dit verzoek niet gereageerd.

1.3.

Bij besluit van 18 februari 2015, zoals gewijzigd bij besluit van 17 maart 2015, heeft het college met toepassing van artikel 54, vierde lid, van de PW de bijstand met ingang van

10 februari 2015 ingetrokken (intrekkingsbesluit).

1.4.

Bij besluit van 24 april 2015 (bestreden besluit) heeft het college het bezwaar tegen het intrekkingsbesluit ongegrond verklaard.

2. Bij de aangevallen uitspraak heeft de rechtbank het beroep tegen het bestreden besluit ongegrond verklaard.

3. Appellant heeft zich in hoger beroep op de hierna te bespreken gronden tegen de aangevallen uitspraak gekeerd.

4. De Raad komt tot de volgende beoordeling.

4.1.

Appellant heeft tegen de opschorting van het recht op bijstand geen rechtsmiddel aangewend, zodat uitsluitend ter beoordeling voorligt of de intrekking van de bijstand met ingang van 10 februari 2015 op grond van artikel 54, vierde lid, van de PW in rechte stand kan houden.

4.2.

Bij de beantwoording van de vraag of het bijstandverlenend orgaan op grond van

artikel 54, vierde lid, van de PW bevoegd is tot intrekking van de aan een betrokkene verleende bijstand, staat ter beoordeling of de betrokkene verzuimd heeft binnen de daartoe gestelde termijn de bij het opschortingsbesluit gevraagde gegevens of gevorderde bewijsstukken te verstrekken dan wel anderszins onvoldoende medewerking heeft verleend. Indien dat het geval is, dient vervolgens te worden nagegaan of de betrokkene hiervan een verwijt kan worden gemaakt.

4.3.

Niet in geschil is dat de door het college bij besluit van 10 februari 2015 aan appellant gevraagde gegevens van belang zijn voor de verlening van bijstand. Verder staat vast dat appellant de gevraagde gegevens niet binnen de daarvoor gestelde termijn heeft ingeleverd. Appellant heeft aangevoerd dat geen belangenafweging heeft plaatsgevonden, althans dat de uitkomst hiervan onvoldoende is gemotiveerd. Meer in het bijzonder heeft appellant aangevoerd dat het besluit tot intrekking niet met de vereiste zorgvuldigheid is voorbereid, nu appellant in de bezwaarprocedure door middel van ingeleverde 7-dagen formulieren heeft aangetoond dat hij in de te beoordelen periode in de gemeente Amsterdam heeft verbleven.

4.4.

Het college heeft bij de afweging van de rechtstreeks bij het besluit tot intrekking van bijstand betrokken belangen terecht geen rekening gehouden met de in bezwaar overgelegde gegevens. Volgens vaste rechtspraak (uitspraak van 16 januari 2007, ECLI:NL:CRVB:2007:AZ7575) komt geen betekenis toe aan gegevens of stukken die na het verstrijken van de bij een opschortingsbesluit gestelde termijn alsnog zijn verstrekt. Van dat uitgangspunt kan worden afgeweken indien appellant aannemelijk maakt dat het gaat om gegevens of stukken die hij redelijkerwijs niet binnen de gestelde hersteltermijn heeft kunnen verstrekken. In het onderhavige geval is hiervan geen sprake.

4.5.

Uit 4.1 tot en met 4.4 volgt dat het hoger beroep niet slaagt, zodat de aangevallen uitspraak moet worden bevestigd.

5. Voor een veroordeling in de proceskosten bestaat geen aanleiding.

BESLISSING

De Centrale Raad van Beroep bevestigt de aangevallen uitspraak.

Deze uitspraak is gedaan door W.F. Claessens, in tegenwoordigheid van A.M.C. de Vries als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 30 augustus 2016.

(getekend) W.F. Claessens

(getekend) A.M.C. de Vries

HD