Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:CRVB:2016:3231

Instantie
Centrale Raad van Beroep
Datum uitspraak
31-08-2016
Datum publicatie
01-09-2016
Zaaknummer
12-3499 WW
Rechtsgebieden
Socialezekerheidsrecht
Bijzondere kenmerken
Schadevergoedingsuitspraak
Inhoudsindicatie

Intrekking hoger beroep omdat het Uwv geheel aan de bezwaren van appellant is tegemoetgekomen. Proceskostenvergoeding.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
SZR-Updates.nl 2016-0903

Uitspraak

Datum uitspraak: 31 augustus 2016

12/3499 WW, 14/1916 WW

Centrale Raad van Beroep

Enkelvoudige kamer

Uitspraak als bedoeld in artikel 8:75a van de Algemene wet bestuursrecht en

artikel 21 van de Beroepswet in verband met het hoger beroep tegen de uitspraak van de rechtbank Roermond van 10 mei 2012, 11/2917 (aangevallen uitspraak)

Partijen:

[appellant] te [woonplaats] (appellant)

de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (Uwv)

de korpschef van politie (korpschef)

PROCESVERLOOP

De Raad heeft op 24 december 2014 een tussenuitspraak gedaan, gepubliceerd onder ECLI:NL:CRVB:2014:4388.

Appellant heeft hierop gereageerd en een verzoek ingediend om het Uwv te veroordelen tot schadevergoeding. Het Uwv heeft gereageerd op dit verzoek van appellant.

Het Uwv heeft op 20 januari 2015 een gewijzigde beslissing op bezwaar genomen.

Bij brief van 1 april 2015 heeft mr. N.D. Dane een reactie gegeven op een vraag van de Raad.

Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 2 december 2015. Appellant is verschenen, bijgestaan door mr. N.D. Dane, advocaat. Het Uwv heeft zich laten vertegenwoordigen door mr. P.A.L. Nieuwenhuis, advocaat. Het onderzoek ter zitting is geschorst.

Bij brief van 29 december 2015 heeft mr. Dane namens appellant het hoger beroep ingetrokken en gelijktijdig aan de Raad verzocht het Uwv te veroordelen in de proceskosten.

Het Uwv heeft geen gebruik gemaakt van de gelegenheid een verweerschrift in te dienen.

Met toestemming van partijen heeft de Raad bepaald dat het onderzoek ter zitting achterwege blijft, waarna het onderzoek is gesloten.

OVERWEGINGEN

Artikel 8:75a, eerste lid, eerste volzin, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) bepaalt dat in geval van intrekking van het beroep omdat het bestuursorgaan geheel of gedeeltelijk aan de indiener van het beroepschrift is tegemoetgekomen, het bestuursorgaan op verzoek van de indiener bij afzonderlijke uitspraak met toepassing van artikel 8:75 van de Awb in de kosten kan worden veroordeeld. Ingevolge artikel 21 van de Beroepswet is deze bepaling van overeenkomstige toepassing op het hoger beroep.

Namens appellant is het hoger beroep ingetrokken omdat het Uwv met de gewijzigde beslissing van 20 januari 2015 geheel aan de bezwaren van appellant is tegemoetgekomen.

Omdat het Uwv de kosten in bezwaar al heeft vergoed staan uitsluitend de kosten in beroep en hoger beroep ter beoordeling.

De Raad ziet aanleiding het Uwv te veroordelen in de kosten die appellant in verband met de behandeling van het beroep en hoger beroep redelijkerwijs heeft moeten maken. De kosten worden, ingevolge het Besluit proceskosten bestuursrecht, begroot op € 992,- in beroep en
€ 2.232,- in hoger beroep voor verleende rechtsbijstand.

Voor vergoeding van het betaalde griffierecht kan appellant zich rechtstreeks tot het Uwv wenden.

BESLISSING

De Centrale Raad van Beroep veroordeelt het Uwv in de kosten van appellant tot een bedrag van € 3.224,-.

Deze uitspraak is gedaan door B.M. van Dun, in tegenwoordigheid van N. Talhaoui als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 31 augustus 2016.

(getekend) B.M. van Dun

(getekend) N. Talhaoui

SS