Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:CRVB:2016:3179

Instantie
Centrale Raad van Beroep
Datum uitspraak
09-08-2016
Datum publicatie
29-08-2016
Zaaknummer
15/3073 WWB-PV
Rechtsgebieden
Socialezekerheidsrecht
Bijzondere kenmerken
Proces-verbaal
Inhoudsindicatie

Geen procesbelang. Het bestreden besluit, waarbij de opschorting van het recht op bijstand met ingang van 1 maart 2014 is gehandhaafd, heeft voor appellant geen feitelijke betekenis, omdat de intrekking van bijstand vanaf deze datum in rechte vaststaat.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Uitspraak

15/3073 WWB-PV

Datum uitspraak: 9 augustus 2016

Centrale Raad van Beroep

Enkelvoudige kamer

Proces-verbaal van de mondelinge uitspraak op het hoger beroep tegen de uitspraak van de rechtbank [woonplaats] van 26 februari 2015, 14/10088 (aangevallen uitspraak)

Partijen:

[Appellant] te [woonplaats] (appellant)

het college van burgemeester en wethouders van Den Haag (college)

Zitting heeft: W.H. Bel

Griffier: A. Mansourova

Ter zitting is namens appellant mr. L. Kuijper verschenen. Het college heeft zich, met bericht, niet laten vertegenwoordigen.

BESLISSING

De Centrale Raad van Beroep bevestigt de aangevallen uitspraak

Deze beslissing is uitgesproken in het openbaar. Zij is gebaseerd op de volgende overwegingen.

Bij besluit van 2 april 2014 (opschortingsbesluit), na bezwaar gehandhaafd bij besluit van

29 september 2014 (bestreden besluit), heeft het college het recht op bijstand op grond van de Wet werk en bijstand met ingang van 1 maart 2014 opgeschort.

Bij besluit van 30 april 2014 (intrekkingsbesluit) heeft het college de bijstand met ingang van 1 maart 2014 ingetrokken. Hiertegen heeft appellant geen rechtsmiddelen aangewend, zodat het intrekkingsbesluit in rechte vaststaat.

Bij de aangevallen uitspraak heeft de rechtbank het beroep tegen het bestreden besluit niet-ontvankelijk verklaard wegens het ontbreken van procesbelang.

Voor het antwoord op de vraag of een betrokkene voldoende procesbelang heeft, is volgens vaste rechtspraak (uitspraak van 24 november 2010, ECLI:NL:CRVB:2010:BO4946) bepalend of het resultaat dat de indiener van een bezwaar- of beroepschrift nastreeft ook daadwerkelijk kan worden bereikt en het realiseren van dat resultaat voor deze indiener feitelijke betekenis kan hebben.

De rechtbank is terecht tot het oordeel gekomen dat appellant niet-ontvankelijk is in het beroep tegen het bestreden besluit. Het bestreden besluit, waarbij de opschorting van het recht op bijstand met ingang van 1 maart 2014 is gehandhaafd, heeft voor appellant geen feitelijke betekenis, omdat de intrekking van bijstand vanaf deze datum in rechte vaststaat.

In hoger beroep heeft appellant voor het eerst naar voren gebracht dat het college het bezwaar tegen het opschortingsbesluit tevens had moeten opvatten als bezwaar tegen het

intrekkingsbesluit. Deze stelling houdt geen stand, reeds omdat die stelling niet nader is onderbouwd.

Waarvan proces-verbaal.

De griffier De voorzitter

(getekend) A. Mansourova (getekend) W.H. Bel

Voor eensluidend afschrift

de griffier van de

Centrale Raad van Beroep

HD