Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:CRVB:2016:3098

Instantie
Centrale Raad van Beroep
Datum uitspraak
17-08-2016
Datum publicatie
18-08-2016
Zaaknummer
16/780 ZW
Rechtsgebieden
Socialezekerheidsrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Afwijzing verzoek om herziening. Geen nieuw gebleken feiten of veranderde omstandigheden.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
SZR-Updates.nl 2016-0875

Uitspraak

16/780 ZW

Datum uitspraak: 17 augustus 2016

Centrale Raad van Beroep

Meervoudige kamer

Uitspraak op het verzoek om herziening van de uitspraak van de Raad van 16 december 2015, 14/3569

Partijen:

[verzoekster] te [woonplaats] (verzoekster)

de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (Uwv)

PROCESVERLOOP

Verzoekster heeft op 26 januari 2016 verzocht om herziening van de uitspraak van de Raad van 16 december 2015 (ECLI:NL:CRVB:2015:4600) en aanvullende stukken ingezonden.

Het Uwv heeft een reactie op dit verzoek ingezonden.

Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 25 mei 2016. Verzoekster is niet verschenen. Het Uwv heeft zich laten vertegenwoordigen door W.H.M. Visser.

OVERWEGINGEN

1.1.

Verzoekster was voorheen werkzaam als computertekenaar voor 24 uur per week. Vanuit een uitkeringssituatie op grond van de Werkloosheidswet heeft zij zich op 25 januari 2011 (opnieuw) ziek gemeld wegens reumatische klachten, verergerde pijn in gewrichten (onder andere knie, schouders, handen en vingers), slijtage, migraine en psychische klachten en is haar een uitkering op grond van de Ziektewet (ZW) toegekend. Bij besluit van 7 februari 2011 heeft het Uwv de ZW-uitkering met ingang van die datum beëindigd. Het bezwaar tegen dit besluit is bij besluit van 14 april 2011 ongegrond verklaard. Het hiertegen ingestelde beroep heeft appellante ingetrokken.

1.2.

In zijn uitspraak van 16 december 2015 heeft de Raad de uitspraak van de rechtbank Limburg van 21 mei 2014, 13/3172, bevestigd, waarbij het beroep van verzoekster tegen een besluit van het Uwv van 11 oktober 2013 ongegrond was verklaard. Kort samengevat was in besluit van 11 oktober 2013 het standpunt gehandhaafd om niet terug te komen van het onder 1.1 genoemd besluit van 7 februari 2011. De rechtbank heeft daarbij overwogen dat weliswaar sprake is van een nieuw feit (de diagnose Bechterew), maar dat het Uwv op grond hiervan het besluit van 7 februari 2011 niet hoefde te herzien omdat uit de gestelde diagnose niet volgt dat het Uwv de beperkingen van appellante destijds zou hebben onderschat.

2.1.

Verzoekster heeft in haar verzoek om herziening aangevoerd dat een latere ziekmelding van 4 mei 2011 is verzwegen. Met verwijzing naar informatie op rechtspraak.nl is volgens haar een nieuw verzoek mogelijk. Het Uwv heeft ten onrechte geen rekening gehouden met haar progressieve ziekteverloop. Zij heeft verder aangevoerd dat nog nader onderzoek plaatsvindt wegens verdenking van de ziekte van Lyme.

2.2.

In zijn reactie heeft het Uwv erop gewezen dat de ziekmelding van 4 mei 2011 destijds is afgewezen omdat verzoekster niet arbeidsongeschikt werd geacht. Het bezwaar tegen dit besluit is op 3 augustus 2011 ongegrond verklaard. Hiertegen is geen beroep ingesteld. Die gegevens bevonden zich in het dossier.

3. De Raad komt tot de volgende beoordeling.

3.1.

Op grond van artikel 8:119 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb), kan de Raad op verzoek van een partij een onherroepelijk geworden uitspraak herzien op grond van feiten of omstandigheden die:

a. hebben plaatsgevonden vóór de uitspraak,

b. bij de indiener van het verzoekschrift vóór de uitspraak niet bekend waren en redelijkerwijs niet bekend konden zijn, en

c. waren zij de Raad eerder bekend geweest, tot een andere uitspraak zouden hebben kunnen leiden.

3.2.

Het bijzondere rechtsmiddel van herziening kan alleen worden toegepast indien aangelegenheden van feitelijke aard naar voren zijn gekomen. Het dient er niet toe om een hernieuwde discussie te voeren, noch om een discussie over de betreffende uitspraak te openen, maar om een rechterlijke uitspraak die berust op een naderhand onjuist gebleken feitelijk uitgangspunt te redresseren. Slechts aangelegenheden van feitelijke aard kunnen tot herziening leiden (zie de uitspraken van de Raad van 19 november 1998, ECLI:NL:CRVB:1998:ZB8180 en van 3 oktober 2003, ECLI:NL:CRVB:2003:AN7982).

3.3.

Wat verzoekster heeft aangevoerd ziet niet op feiten of omstandigheden die voldoen aan het onder 3.1 en 3.2 gestelde. De door verzoekster genoemde ziekmelding en gestelde arbeidsongeschiktheid per 4 mei 2011 valt buiten de onderhavige beoordeling, nu het herzieningsverzoek ziet op de uitspraak van de Raad die betrekking heeft op de door het Uwv bij besluit van 7 februari 2011 vastgestelde arbeidsgeschiktheid per 8 februari 2011. Ook de stelling dat sprake is van een progressief ziekteverloop en dat nog immer medische onderzoeken plaatsvinden zijn geen feiten of omstandigheden, zoals in artikel 8:119 van de Awb bedoeld, omdat deze zien op mogelijke ontwikkelingen in de gezondheidssituatie van verzoekster na de datum die in de uitspraak van 16 december 2015 centraal stond.

4. Het verzoek om herziening wordt op grond van wat hiervoor is overwogen afgewezen. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

BESLISSING

De Centrale Raad van Beroep wijst het verzoek om herziening af.

Deze uitspraak is gedaan door H.G. Rottier als voorzitter en J.S. van der Kolk en
F.M.S. Requisizione als leden, in tegenwoordigheid van N. Veenstra als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 17 augustus 2016.

(getekend) H.G. Rottier

(getekend) N. Veenstra

SS