Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:CRVB:2016:3042

Instantie
Centrale Raad van Beroep
Datum uitspraak
11-08-2016
Datum publicatie
12-08-2016
Zaaknummer
15/6447 AW
Rechtsgebieden
Ambtenarenrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

De Raad volgt het college in zijn standpunt dat de leidinggevende aspecten van de functie [functie b] zich bevinden op het operationele niveau. Er is geen sprake van strategische sturing. De medewerkers van de afdeling KLWB zijn verantwoordelijk voor de uitvoering van het beleid, niet voor het opstellen daarvan. Dat appellant zelf ook werkzaamheden heeft verricht op strategisch beleidsniveau, doet daar niet aan af.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Uitspraak

15/6447 AW

Datum uitspraak: 11 augustus 2016

Centrale Raad van Beroep

Meervoudige kamer

Uitspraak op het hoger beroep tegen de uitspraak van de rechtbank Den Haag van

13 augustus 2015, 15/2187 (aangevallen uitspraak)

Partijen:

[Appellant] te [woonplaats] (appellant)

het college van burgemeester en wethouders van Den Haag (college)

PROCESVERLOOP

Appellant heeft hoger beroep ingesteld.

Het college heeft een verweerschrift ingediend.

Appellant heeft nadere stukken ingediend

Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 30 juni 2016. Appellant is verschenen. Het college heeft zich laten vertegenwoordigen door mr. O.M. Langemeyer en N. Niazi.

OVERWEGINGEN

1.1.

Appellant is vanaf 1 augustus 1984 werkzaam bij de gemeente Den Haag. Met ingang van 1 juli 2006 is hij aangesteld in de functie van [functie a] bij de Dienst [naam dienst] (salarisschaal 12). Van deze functie is bij een functie informatieformulier van 27 juni 2008 een geactualiseerde functiebeschrijving vastgesteld, waarbij de functienaam is gewijzigd in [naam functie b] ([functie b]).

1.2.

In 2012 heeft het college het Haags Generiek Functiehuis (HGF) vastgesteld. Het HGF bestaat onder meer uit het boek met generieke functieprofielen, de Regeling Haags Generiek Functiehuis 2012 en de Procedure inpassing in generieke functieprofielen.

1.3.

Op 2 september 2013 heeft het college het voornemen geuit de functie van [functie b] in te passen in het generiek functieprofiel Manager F (salarisschaal 12). Naar aanleiding van de door appellant hiertegen ingebrachte zienswijze heeft de Centrale Inpassingscommissie Haags Generiek Functiehuis (CIC) op 9 december 2013 aan het college een advies uitgebracht, inhoudende de inpassing van de functie van [functie b] in het generieke functieprofiel Manager E (salarisschaal 13). Bij besluit van 25 juli 2014 heeft het college, in afwijking van het advies van de CIC, de functie van [functie b] ingepast in het generieke functieprofiel Manager F (salarisschaal 12). Appellant heeft hiertegen bezwaar gemaakt. Het college heeft bij besluit van 12 februari 2015 (bestreden besluit) het besluit van 25 juli 2014 in zoverre herroepen dat de functie van [functie b] wordt ingepast in het generieke functieprofiel Hoofd A + 1 (salarisschaal 12). Daaraan is ten grondslag gelegd dat inpassing moet plaatsvinden binnen de functiefamilie Leidinggeven, waarbij een keuze moet worden gemaakt tussen het profiel Manager en het profiel Hoofd. Inpassing in het profiel Manager is niet aan de orde, omdat in de functie van [functie b] geen sprake is van richting geven op strategisch niveau, maar op tactisch niveau. De functie van [functie b] komt het meest overeen met het generieke functieprofiel Hoofd A (salarisschaal 11). Omdat appellant leiding geeft aan één of meer medewerkers in salarisschaal 11, heeft inpassing plaatsgevonden in het generieke functieprofiel Hoofd A + 1 (salarisschaal 12).

2. Bij de aangevallen uitspraak heeft de rechtbank het beroep van appellant tegen het bestreden besluit gegrond verklaard, dat besluit vernietigd en bepaald dat de rechtsgevolgen van het vernietigde besluit in stand blijven. Allereerst heeft de rechtbank ambtshalve overwogen dat het bestreden besluit, gelet op artikel 2:5, eerste lid, aanhef en onder d, van de Mandaatregeling van de gemeente [woonplaats], onbevoegd is genomen door de directeur Personeelszaken, Organisatie en Informatievoorziening van de Bestuursdienst (Directeur POI). Om die reden heeft de rechtbank het beroep tegen het bestreden besluit gegrond verklaard en dat besluit vernietigd. De rechtbank heeft voorts aanleiding gezien om de rechtsgevolgen van het vernietigde besluit in stand te laten. Daarbij is vooropgesteld dat de rechterlijke toetsing in een geval als dit terughoudend moet zijn en dat beoordeeld moet worden of de inpassing in het gekozen functieprofiel onhoudbaar moet worden geacht. Daarvoor is ontoereikend de enkele omstandigheid dat inpassing in een ander, hoger gewaardeerd functieprofiel op zichzelf denkbaar en verdedigbaar is. Verder is overwogen dat tussen partijen niet in geschil is dat de functiebeschrijving van de functie van [functie b] van 27 juni 2008 voldoende actueel is en gebruikt kan worden voor de inpassing in het HGF. De rechtbank heeft geoordeeld dat, uitgaande van de functiebeschrijving van 27 juni 2008, de inpassing in het functieprofiel Hoofd A niet onhoudbaar is. In dat verband is overwogen dat uit die functiebeschrijving niet blijkt dat sprake is van strategische sturing. Dat appellant feitelijk wel strategisch beleid ontwikkelt, kan volgens de rechtbank niet in de beoordeling worden betrokken.

3. Appellant heeft in hoger beroep aangevoerd dat hij vanaf 2007/2008 structureel strategisch beleid ontwikkelt met medeweten van de wethouders en directie. Het gaat hier niet om een eigen invulling van de functie, maar om hem door het college opgedragen werkzaamheden. Daarnaast is appellant, met instemming en tot tevredenheid van de wethouders en directie, betrokken bij projecten op het gebied van recreatieve (water)verbindingen en stedenbouwkundige planvorming. Appellant heeft verder naar voren gebracht dat het college heeft aangenomen dat hij leiding geeft aan één of meer medewerkers in schaal 11. Dit is echter vanaf 1 januari 2015 niet langer het geval. Volgens appellant berust de inpassing in het generieke functieprofiel Hoofd A + 1 op een onjuiste vaststelling van zijn feitelijke en formele werkzaamheden en moet zijn functie ingepast worden in het generieke functieprofiel

Manager E.

4. De Raad komt tot de volgende beoordeling.

4.1.

Zoals de Raad eerder heeft overwogen (uitspraak van 2 augustus 2012, ECLI:NL:CRVB:2012:BX3562) moet de inpassing in een generieke functie terughoudend worden getoetst. Die toetsing is beperkt tot de vraag of de inpassing op voldoende gronden berust. Dit betekent dat, zoals de rechtbank terecht heeft overwogen, pas tot vernietiging van het bestreden besluit kan worden overgegaan als deze inpassing als onhoudbaar moet worden aangemerkt. Daarvoor is ontoereikend de enkele omstandigheid dat inpassing in een ander, hoger gewaardeerd, functieprofiel op zichzelf denkbaar en verdedigbaar is.

4.2.

De inpassing van een functie in één van de functieprofielen van het HGF vindt plaats aan de hand van de Procedure inpassing in generieke functieprofielen. In artikel 1, aanhef en onder a, van deze regeling is een functie omschreven als: de functie die beschreven en ingedeeld is op basis van de Regeling Functiewaardering 2008. Verder geldt volgens het college als uitgangspunt bij de inpassing de horizontale overgang naar een generieke functie. Dit uitgangspunt is in overeenstemming met artikel 2 van de Procedure inpassing in generieke functieprofielen, waarin is bepaald dat de inpassing niet het karakter heeft van een organisatieverandering, maar een administratieve herordening betreft. Blijkens de toelichting op deze bepaling dient bij de inpassing uitgegaan te worden van en rekening te worden gehouden met eenzelfde waardering als die geldt voor de bestaande functie.

4.3.

Niet in geschil is dat de functiebeschrijving van [functie b] van 27 juni 2008, die door appellant is opgesteld op basis van de Regeling Functiewaardering 2008, voldoende actueel is en kan dienen als basis voor de inpassing in het HGF. Volgens de functiebeschrijving ressorteert het [functie b] rechtstreeks onder het Hoofd Riolering & Waterbeheersing. Als doelstelling van de functie is opgenomen de stedelijke coördinatie van handhaving, beheer en visieontwikkeling voor de woonwagenlocaties en het zorgdragen voor het integraal stedelijk beheer, vergunningverlening en de handhaving van regelgeving van de taakvelden Haagse binnenwateren en Kabels & Leidingen. Daarnaast worden genoemd het managen van de uitvoering en het zorgdragen voor beleidsvoorbereiding en visieontwikkeling van voornoemde taakvelden. Volgens het generieke functieprofiel behoort het Hoofd A tot het tactisch/operationeel leidinggevend niveau. Als doelstelling van de functie is opgenomen het richting geven aan de afdeling op tactisch niveau en het inrichten en aansturen van de afdeling.

4.4.

Partijen zijn verdeeld over de vraag of in de functiebeschrijving van [functie b] al dan niet sprake is van richting geven op strategisch niveau. De Raad volgt het college in zijn standpunt dat de leidinggevende aspecten van de functie [functie b] zich bevinden op het operationele niveau. Er is geen sprake van strategische sturing. De medewerkers van de afdeling KLWB zijn verantwoordelijk voor de uitvoering van het beleid, niet voor het opstellen daarvan. Dat appellant zelf ook werkzaamheden heeft verricht op strategisch beleidsniveau, doet daar niet aan af. Appellant heeft aangevoerd dat hij een grote mate van vrijheid en zelfstandigheid in de invulling van zijn werkzaamheden genoot. Dit laat echter onverlet dat het Hoofd Riolering & Waterbeheersing ook voor deze werkzaamheden van appellant de eindverantwoordelijkheid droeg. Gezien het voorgaande en in aanmerking genomen dat het uitgangspunt bij de inpassing de horizontale overgang naar een generieke functie is, moet worden geconcludeerd dat de inpassing in de generieke functie van

Hoofd A + 1, waaraan salarisschaal 12 verbonden is, niet onhoudbaar is.

4.5.

Appellant heeft er tot slot op gewezen dat de inpassing in het generieke functieprofiel Hoofd A + 1 (salarisschaal 12) onjuist is, omdat hij vanaf 1 januari 2015 geen leiding meer geeft aan een medewerker in schaal 11. Met deze omstandigheid, die dateert van ver na het bestreden besluit, hoefde het college geen rekening te houden. Uitgangspunt voor de inpassing is immers de inhoud van de bestaande actuele functiebeschrijving. Met omstandigheden die zich na de inpassing hebben voorgedaan hoefde het college dus geen rekening te houden.

4.6.

Uit 4.1 tot en met 4.5 volgt dat het hoger beroep niet slaagt, zodat de aangevallen uitspraak, voor zover aangevochten, moet worden bevestigd.

5. Voor een veroordeling in de proceskosten bestaat geen aanleiding.

BESLISSING

De Centrale Raad van Beroep bevestigt de aangevallen uitspraak, voor zover aangevochten.

Deze uitspraak is gedaan door C.H. Bangma als voorzitter en M.C.D. Embregts en

J.C.F. Talman als leden, in tegenwoordigheid van A. Mansourova als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 11 augustus 2016.

(getekend) C.H. Bangma

(getekend) A. Mansourova

HD