Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:CRVB:2016:2489

Instantie
Centrale Raad van Beroep
Datum uitspraak
24-06-2016
Datum publicatie
05-07-2016
Zaaknummer
14/1630 ANW
Rechtsgebieden
Socialezekerheidsrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Terecht oordeel rechtbank over de medische grondslag. Informatie behandelend sector is betrokken bij onderzoek. In hoger beroep geen objectieve medische gegevens die twijfel geven over vastgestelde functionele mogelijkheden.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

14/1630 ANW

Datum uitspraak: 24 juni 2016

Centrale Raad van Beroep

Enkelvoudige kamer

Uitspraak op het hoger beroep tegen de uitspraak van de rechtbank Noord-Nederland van

26 februari 2014, 13/1740 (aangevallen uitspraak)

Partijen:

[appellante] te [woonplaats] (appellante)

de Raad van bestuur van de Sociale verzekeringsbank (Svb)

PROCESVERLOOP

Namens appellante heeft mr. N.E. van Uitert, advocaat, hoger beroep ingesteld.

De Svb heeft een verweerschrift ingediend.

Appellante heeft een nader stuk ingebracht.

Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 13 mei 2016. Namens appellante is verschenen mr. Van Uitert. De Svb heeft zich laten vertegenwoordigen door

mr. O.F.M. Vonk.

OVERWEGINGEN

1.1.

Appellante is geboren [in] 1955. Zij heeft bij de Svb een nabestaandenuitkering op grond van de Algemene nabestaandenwet (ANW) aangevraagd wegens het overlijden van haar echtgenoot op 12 oktober 2012. Appellante heeft daarbij aangegeven arbeidsongeschikt te zijn.

1.2.

De Svb heeft het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (Uwv) verzocht te onderzoeken of appellante arbeidsongeschikt is in de zin van de ANW. Het Uwv heeft advies uitgebracht aan de Svb. Het advies, gebaseerd op medisch en arbeidskundig onderzoek, houdt in dat appellante niet arbeidsongeschikt is. Appellante heeft weliswaar fysieke beperkingen, maar wordt hiermee in staat geacht voor haar geselecteerde functies te verrichten. Bij besluit van 7 januari 2013 heeft de Svb appellante een nabestaandenuitkering geweigerd omdat zij niet aan de voorwaarden voor toekenning voldoet. Tegen het besluit van 7 januari 2013 heeft appellante bezwaar gemaakt.

1.3.

Op verzoek van de Svb heeft het Uwv een nader verzekeringsgeneeskundig en arbeidskundig onderzoek verricht. De verzekeringsarts bezwaar en beroep heeft dossierstudie verricht, appellante gesproken tijdens de hoorzitting, haar onderworpen aan een nader medisch onderzoek en heeft desgevraagd informatie verkregen van de huisarts. De verzekeringsarts bezwaar en beroep heeft zich op basis daarvan kunnen verenigen met de door de verzekeringsarts bij appellante vastgestelde beperkingen. Vervolgens is er een rapport uitgebracht door een arbeidsdeskundige bezwaar en beroep van het Uwv. Deze is tot de conclusie gekomen dat appellante met de vastgestelde beperkingen in passende functies een zodanig inkomen kan verdienen dat geen sprake is van arbeidsongeschiktheid in de zin van de ANW.

1.4.

Vervolgens heeft de Svb bij beslissing op bezwaar van 17 mei 2013 het bezwaar ongegrond verklaard.

2. De rechtbank heeft bij de aangevallen uitspraak het beroep ongegrond verklaard. Zij heeft geen reden gevonden om te twijfelen aan de juistheid van het oordeel van het Uwv dat bij appellante op de datum in geding geen sprake was van arbeidsongeschiktheid van meer dan 45%.

3. In hoger beroep heeft appellante aangevoerd dat de Svb haar beperkingen ten gevolge van met name artrose heeft onderschat. Voorts zijn de functies in medisch opzicht niet geschikt.

4. De Raad komt tot de volgende beoordeling.

4.1.

De rechtbank heeft terecht geoordeeld dat wat betreft de medische grondslag er geen grond voor twijfel is aan de juistheid van de door de verzekeringsarts van het Uwv in acht genomen medische beperkingen van appellante, zoals neergelegd in de Functionele Mogelijkhedenlijst (FML) van 18 december 2012. De informatie van de behandelend sector, waaronder die van reumatoloog L. Hendriks, is betrokken bij het onderzoek en de visie van de verzekeringsarts bezwaar en beroep daarover kan worden gevolgd. Deze arts heeft onder meer geconcludeerd dat de artrose van de handen leidt tot een verminderde belastbaarheid. In de FML is daar rekening mee gehouden doordat er diverse beperkingen zijn aangenomen op hand- en armgebruik. De stelling van appellante dat haar klachten wisselend van aard zijn en dat zij op slechte dagen verdergaand beperkt is, vindt geen steun in de informatie van reumatoloog Hendriks. Appellante wordt in staat geacht om arbeid te verrichten, zij het dat rekening moet worden gehouden met de beperkingen aan onder meer haar handen en armen. Hierdoor wordt voorkomen dat sprake zal zijn van overbelasting van haar handen. Verder wordt geoordeeld dat appellante in hoger beroep geen objectieve medische gegevens heeft overgelegd die twijfel doen rijzen aan de juistheid van de bij voornoemde FML vastgestelde functionele mogelijkheden.

4.2.

Uitgaande van een juiste vaststelling van de functionele mogelijkheden van appellante is er geen reden om te twijfelen aan de medische geschiktheid van de voor appellante geselecteerde functies.

5. Voor een veroordeling in de proceskosten bestaat geen aanleiding.

BESLISSING

De Centrale Raad van Beroep bevestigt de aangevallen uitspraak;

Deze uitspraak is gedaan door M.M. van der Kade, in tegenwoordigheid van N. van Rooijen als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 24 juni 2016.

(getekend) M.M. van der Kade

(getekend) N. van Rooijen

RB