Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:CRVB:2016:2258

Instantie
Centrale Raad van Beroep
Datum uitspraak
17-06-2016
Datum publicatie
20-06-2016
Zaaknummer
15/3297 WW-V
Rechtsgebieden
Socialezekerheidsrecht
Bijzondere kenmerken
Verzet
Inhoudsindicatie

Verzet ongegrond. Niet verschoonbare termijnoverschrijding.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
SZR-Updates.nl 2016-0661
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

Datum uitspraak: 17 juni 2016

15/3297 WW-V

Centrale Raad van Beroep

Enkelvoudige kamer

Uitspraak als bedoeld in de artikelen 8:55, zevende lid, en 8:108, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht in verband met het hoger beroep tegen de uitspraak van de rechtbank Overijssel van 17 maart 2015, 14/2217 (aangevallen uitspraak)

Partijen:

[Appellant] te [woonplaats] (appellant)

de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (Uwv)

PROCESVERLOOP

Bij uitspraak als bedoeld in de artikelen 8:54 en 8:108, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht van 12 augustus 2015 heeft de Raad het door appellant ingestelde hoger beroep tegen de aangevallen uitspraak niet-ontvankelijk verklaard.

Appellant heeft verzet gedaan.

Het verzet is ter behandeling aan de orde gesteld ter zitting van 10 mei 2016. Partijen zijn, met voorafgaand bericht, niet verschenen.

OVERWEGINGEN

De uitspraak van de Raad van 12 augustus 2015 berust op de overwegingen dat het hogerberoepschrift niet tijdig is ingediend, en dat redelijkerwijs niet kan worden geoordeeld dat appellant niet in verzuim is geweest.

De laatste dag waarop tijdig een hogerberoepschrift kon worden ingediend, was 28 april 2015. Het hogerberoepschrift is gedateerd 20 april 2015 en is blijkens het poststempel op 6 mei 2015 verzonden. Het is op 8 mei 2015 bij de Raad ontvangen. Daarmee staat vast dat het hogerberoepschrift niet tijdig is ingediend.

In het verzetschrift heeft appellant aangevoerd dat hij enkele dagen voor het verstrijken van de gestelde termijn zijn hogerberoepschrift per post heeft verzonden. Appellant acht het onredelijk dat wordt uitgegaan van de datum op het poststempel, omdat naar zijn mening vaker poststukken zoek raken, dan wel later gestempeld en bezorgd worden. Appellant voert verder aan dat in dezelfde periode onder de postbezorgers een staking plaatsvond en dit mogelijk heeft bijgedragen aan de vertraging van de verzending.

Wat appellant heeft aangevoerd, bevat geen grond waarop redelijkerwijs kan worden geoordeeld dat hij niet in verzuim is geweest. Volgens vaste rechtspraak (ook) van de Raad wordt bij de vaststelling van de dag waarop een brief ter post is bezorgd, uitgegaan van het op de enveloppe geplaatste poststempel, tenzij de verzender aannemelijk maakt dat de brief op een eerdere datum ter post is bezorgd. De enkele verklaring van appellant dat hij het hogerberoepschrift enkele dagen voor het verstrijken van de termijn heeft gepost, is daarvoor niet toereikend. Hierbij merkt de Raad voor de goede orde op dat het niet de vraag is of wel of niet geloof wordt gehecht aan de verklaring van appellant. De Raad heeft slechts te beoordelen of wel of niet is voldaan aan de wettelijke voorwaarden om het hogerberoepschrift als tijdig ingediend aan te merken. Dat is hier - dus - niet het geval. Appellant heeft zijn stelling dat de postbezorgers in de hier van belang zijnde periode hebben gestaakt, niet met stukken onderbouwd.

Voor een proceskostenveroordeling van het verzet is geen aanleiding.

BESLISSING

De Centrale Raad van Beroep verklaart het verzet ongegrond.

Deze uitspraak is gedaan door T.G.M. Simons, in tegenwoordigheid van N. Talhaoui als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 17 juni 2016.

(getekend) T.G.M. Simons

(getekend) N. Talhaoui

MO