Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:CRVB:2016:2193

Instantie
Centrale Raad van Beroep
Datum uitspraak
10-06-2016
Datum publicatie
16-06-2016
Zaaknummer
15/5456 AOW
Rechtsgebieden
Socialezekerheidsrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Bezwaren terecht niet-ontvankelijk verklaard. Niet verschoonbare termijnoverschrijding.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

15/5456 AOW

Datum uitspraak: 10 juni 2016

Centrale Raad van Beroep

Enkelvoudige kamer

Uitspraak op het hoger beroep tegen de uitspraak van de rechtbank Midden-Nederland van

25 juni 2015, 14/3593 (aangevallen uitspraak)

Partijen:

[appellant] te [woonplaats] (appellant)

de Raad van bestuur van de Sociale verzekeringsbank (Svb)

PROCESVERLOOP

Appellant heeft hoger beroep ingesteld.

De Svb heeft een verweerschrift ingediend.

Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 29 april 2016. Appellant is niet verschenen. De Svb heeft zich laten vertegenwoordigen door J.A.J. Groenendaal.

OVERWEGINGEN

1. Aan appellant is met ingang van december 2005 een ouderdomspensioen op grond van de Algemene Ouderdomswet (AOW) toegekend voor een ongehuwde. In november 2012 is de Svb gebleken dat appellant gehuwd is. Bij besluiten van 9 april 2013 heeft de Svb het ouderdomspensioen van appellant met ingang van december 2005 herzien naar het pensioen voor een gehuwde en het ten onrechte betaalde pensioen ten bedrage van € 18.451,61 van appellant teruggevorderd. Op 4 april 2014 heeft appellant tegen deze besluiten bezwaar gemaakt. Bij het bestreden besluit van 12 mei 2014 zijn deze bezwaren niet-ontvankelijk verklaard.

2. De rechtbank heeft het beroep tegen het bestreden besluit ongegrond verklaard. Daartoe is overwogen dat de Svb aannemelijk heeft gemaakt dat de besluiten op 9 april 2013 naar het juiste adres zijn verzonden en dat appellant niet aannemelijk heeft gemaakt die besluiten niet te hebben ontvangen.

3.1.

De Raad overweegt het volgende.

3.2.

Appellant heeft gesteld eerst medio november 2013 van de besluiten van 9 april 2013 kennis te hebben genomen. Daargelaten wat er zij van de verzending en de ontvangst van die besluiten in april 2013, vastgesteld kan worden dat de besluiten appellant in elk geval medio november 2013 hebben bereikt. Appellant heeft eerst in april 2014 bezwaar gemaakt tegen deze besluiten. Daarmee is de bezwaartermijn ruimschoots overschreden. Hetgeen appellant heeft aangevoerd voor deze termijnoverschrijding kan er niet toe leiden dat redelijkerwijs niet geoordeeld kan worden dat appellant niet in verzuim is geweest. Appellant heeft vanaf

15 december 2013 drie maanden in het buitenland verbleven. Dit vertrek was hem tevoren bekend. Hij had dan ook van medio november tot zijn vertrek op 15 december 2013 de tijd om bezwaarschriften in te dienen.

3.3.

Het onder 3.2 overwogene leidt tot het oordeel dat de rechtbank terecht het bestreden besluit, waarbij appellants bezwaren niet-ontvankelijk zijn verklaard, in stand heeft gelaten. De aangevallen uitspraak moet daarom worden bevestigd.

4. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.

BESLISSING

De Centrale Raad van Beroep bevestigt de aangevallen uitspraak.

Deze uitspraak is gedaan door M.M. van der Kade, in tegenwoordigheid van J.C. Borman als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 10 juni 2016.

(getekend) M.M. van der Kade

(getekend) J.C. Borman

MO