Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:CRVB:2016:1631

Instantie
Centrale Raad van Beroep
Datum uitspraak
04-05-2016
Datum publicatie
09-05-2016
Zaaknummer
14/5619 ANW
Formele relaties
Cassatie: ECLI:NL:HR:2016:2558
Rechtsgebieden
Socialezekerheidsrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Weigering een nabestaandenuitkering toe te kennen. De echtgenoot van appellante was ten tijde van zijn overlijden niet verplicht of vrijwillig verzekerd voor de ANW.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Uitspraak

14/5619 ANW

Datum uitspraak: 4 mei 2016

Centrale Raad van Beroep

Enkelvoudige kamer

Uitspraak op het hoger beroep tegen de uitspraak van de rechtbank Amsterdam van

27 augustus 2014, 14/97 (aangevallen uitspraak)

Partijen:

[Appellante] te [woonplaats] , Marokko (appellante)

de Raad van bestuur van de Sociale verzekeringsbank (Svb)

PROCESVERLOOP

Appellante heeft hoger beroep ingesteld.

De Svb heeft een verweerschrift ingediend.

Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 25 maart 2016. Appellante is niet verschenen. De Svb heeft zich laten vertegenwoordigen door mr. M. Sturmans.

OVERWEGINGEN

1.1.

Appellante woont in Marokko. Haar echtgenoot, geboren in 1930, heeft in Nederland gewoond en was ten tijde van zijn overlijden op 3 december 2012 woonachtig in Marokko. De echtgenoot van appellante ontving ten tijde van zijn overlijden een ouderdomspensioen ingevolge de Algemene Ouderdomswet (AOW).

1.2.

Appellante heeft een nabestaandenuitkering ingevolge de Algemene nabestaandenwet (ANW) aangevraagd.

1.3.

Bij beslissing op bezwaar van 10 december 2013 (bestreden besluit) heeft de Svb zijn besluit van 30 juli 2013 gehandhaafd, waarbij is geweigerd een nabestaandenuitkering aan appellante toe te kennen omdat haar echtgenoot ten tijde van zijn overlijden niet verzekerd was ingevolge de ANW en ook niet ingevolge de Marokkaanse wettelijke regelingen. Evenmin is gebleken van deelname aan de vrijwillige verzekering.

2. De rechtbank heeft bij de aangevallen uitspraak het beroep tegen het bestreden besluit ongegrond verklaard. Zij heeft daartoe overwogen dat de echtgenoot van appellante ten tijde van zijn overlijden niet voldeed aan de voorwaarden om verzekerd te worden geacht ingevolge de ANW. De echtgenoot was niet verplicht verzekerd en evenmin was sprake van een vrijwillige verzekering.

3. In hoger beroep heeft appellante aangevoerd dat zij recht heeft op een nabestaandenuitkering, omdat haar echtgenoot op de datum van zijn overlijden een

AOW-pensioen ontving. Verder bevindt appellante zich in moeilijke financiële omstandigheden.

4.1.

Het oordeel van de rechtbank en de daarbij gebezigde overwegingen worden geheel onderschreven. De echtgenoot van appellante was ten tijde van zijn overlijden niet verplicht of vrijwillig verzekerd voor de ANW. Het aan de echtgenoot van appellante toegekende AOW-pensioen kon niet tot verplichte verzekering voor de volksverzekeringen leiden, zodat de echtgenoot van appellante niet op grond van dit pensioen als verzekerd ingevolge de ANW kon worden aangemerkt. De rechtbank heeft er terecht op gewezen dat de betreffende bepalingen van de ANW dwingendrechtelijk van aard zijn en dat, ondanks de moeilijke omstandigheden van appellante, daarvan in dit geval niet kan worden afgeweken.

4.2.

Uit 4.1 volgt dat de aangevallen uitspraak moet worden bevestigd.

5. Voor een veroordeling in de proceskosten bestaat geen aanleiding.

BESLISSING

De Centrale Raad van Beroep bevestigt de aangevallen uitspraak.

Deze uitspraak is gedaan door M.M. van der Kade, in tegenwoordigheid van R.I. Troelstra als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 4 mei 2016.

(getekend) M.M. van der Kade

(getekend) R.I. Troelstra

Tegen deze uitspraak kunnen partijen binnen zes weken na de datum van verzending beroep in cassatie instellen bij de Hoge Raad der Nederlanden (Postbus 20303, 2500 EH

’s-Gravenhage) ter zake van schending of verkeerde toepassing van bepalingen over het begrip verzekerde.

AP