Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:CRVB:2016:1371

Instantie
Centrale Raad van Beroep
Datum uitspraak
14-04-2016
Datum publicatie
19-04-2016
Zaaknummer
14-6909 AWBZ
Rechtsgebieden
Socialezekerheidsrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

CAK heeft de verplichting tot betaling van de vastgestelde eigen bijdragen over 2013 juist vastgesteld.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

14/6909 AWBZ

Datum uitspraak: 14 april 2016

Centrale Raad van Beroep

Meervoudige kamer

Uitspraak op het hoger beroep tegen de uitspraak van de rechtbank Noord-Nederland van

27 november 2014, 14/2421 (aangevallen uitspraak)

Partijen:

[Appellante] (appellante), als enig erfgename van [betrokkene] (betrokkene), laatst wonende te [woonplaats]

CAK

PROCESVERLOOP

Namens betrokkene is hoger beroep ingesteld.

CAK heeft een verweerschrift ingediend.

Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 3 maart 2016. Appellante is verschenen CAK heeft zich laten vertegenwoordigen door drs. P. Brits en mr. M.A.H. Gatzen.

OVERWEGINGEN

1. De Raad gaat uit van de volgende feiten en omstandigheden.

1.1.

Betrokkene, geboren [in] 1916, verbleef in een zorginstelling. Voor het verblijf in de zorginstelling was betrokkene op grond van het Bijdragebesluit zorg (Bbz) een eigen bijdrage verschuldigd die door CAK wordt vastgesteld en geïnd. Betrokkene had krachtens testament het recht van vruchtgebruik van de nalatenschap van wijlen haar echtgenoot. Bij verklaring van 2 januari 2013 heeft zij afstand gedaan van dat recht ten gunste van haar genoemde dochter als bloot eigenaar.

1.2.

Bij besluit van 18 januari 2013 heeft CAK de eigen bijdrage met ingang van 1 januari 2013 vastgesteld op € 1.116,05 per maand. Bij deze vaststelling heeft CAK de eigen bijdrage berekend op basis van de vastgestelde inkomensgegevens van het jaar 2011 met een grondslag sparen en beleggen van nihil.

1.3.

Bij besluit van 24 januari 2014 heeft CAK de eigen bijdrage met ingang van 1 januari 2013 herzien en vastgesteld op € 2.014,06 per maand. Bij deze herziening heeft CAK de eigen bijdrage berekend op basis van de inkomensgegevens van het jaar 2011 met een grondslag sparen en beleggen van € 382.422,-.

1.4.

Bij besluit van 19 februari 2014 heeft CAK als gevolg van de herziening van de eigen bijdrage over 2013 € 10.776,12 in rekening gebracht bij betrokkene.

1.5.

Bij besluit van 25 februari 2014 heeft CAK het bezwaar van betrokkene tegen het besluit van 24 januari 2014 ongegrond verklaard. CAK heeft bij het vaststellen van de hoogte van de eigen bijdrage alsnog rekening gehouden met 8% van de grondslag sparen en beleggen. In de situatie van betrokkene is de grondslag sparen en beleggen door de Belastingdienst vastgesteld op € 382.422,-, zodat CAK een bedrag van € 30.593,76 heeft meegenomen bij de berekening van de eigen bijdrage.

1.6.

Bij besluit van 12 mei 2014 (bestreden besluit) heeft CAK het bezwaar van betrokkene tegen het besluit van 19 februari 2014 ongegrond verklaard. CAK heeft verwezen naar het besluit van 24 januari 2014 dat in bezwaar is gehandhaafd bij besluit van 25 februari 2014, waarbij de eigen bijdrage voor 2013 is vastgesteld op € 2.014,06 per maand. Betrokkene heeft tegen het besluit van 25 februari 2014 geen beroep ingesteld, zodat dat besluit in rechte vast staat en CAK uitgaat van een eigen bijdrage van € 2.014,06 per maand. Hierdoor is een geldschuld ontstaan van € 10.776,12.

2. Bij de aangevallen uitspraak heeft de rechtbank het beroep tegen het bestreden besluit ongegrond verklaard.

3. Appellante heeft zich in hoger beroep tegen de aangevallen uitspraak gekeerd. Zij heeft aangevoerd dat de hoogte van de eigen bijdrage voor 2013 onjuist is vastgesteld, omdat ten onrechte rekening is gehouden met de grondslag sparen en beleggen en uitgegaan moet worden van het inkomen over 2013.

4. De Raad oordeelt als volgt.

4.1.

De rechtbank heeft met juistheid overwogen dat appellante geen beroep heeft ingesteld tegen het besluit van 25 februari 2014 zodat dat besluit in rechte onaantastbaar is en geacht wordt zowel naar inhoud als naar de wijze van totstandkoming rechtmatig te zijn. De grond van appellante dat de hoogte van de eigen bijdrage voor 2013 onjuist is vastgesteld kan zij daarom in de nu gevoerde procedure niet nogmaals ter discussie stellen.

4.2.

Het rechtsgevolg van een besluit tot herziening van een eigen bijdrage als bedoeld in het Bbz, is dat de verzekerde gehouden is de in dat besluit vastgestelde eigen bijdrage te betalen. De bij de herziening vastgestelde eigen bijdrage moet daarom worden aangemerkt als een geldschuld als bedoeld in artikel 4:85, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht.

4.3.

Uit 4.1 en 4.2 vloeit voort dat CAK de verplichting tot betaling van de vastgestelde eigen bijdragen over 2013 terecht op € 10.776,12 heeft vastgesteld en dat het hoger beroep niet slaagt. De aangevallen uitspraak zal worden bevestigd.

5. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

BESLISSING

De Centrale Raad van Beroep bevestigt de aangevallen uitspraak.

Deze uitspraak is gedaan door A.J. Schaap als voorzitter en J.P.A. Boersma en L.M. Tobé als leden, in tegenwoordigheid van M.S.E.S. Umans als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 14 april 2016.

(getekend) A.J. Schaap

(getekend) M.S.E.S. Umans

MO