Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:CRVB:2016:1121

Instantie
Centrale Raad van Beroep
Datum uitspraak
30-03-2016
Datum publicatie
31-03-2016
Zaaknummer
15/676 WMO
Rechtsgebieden
Socialezekerheidsrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Aanvraag voor Speedy aankoppelbike, althans een handbike met elektrische ondersteuning. Afgewezen omdat appellante in haar vervoersbehoefte kan voorzien met haar rolstoel met e-motionwielen en de regiotaxi. De Raad verenigt zich met het oordeel van de rechtbank. De Raad gaat aan nieuwe en niet onderbouwde stelling van appellante voorbij.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

15/676 WMO

Datum uitspraak: 30 maart 2016

Centrale Raad van Beroep

Meervoudige kamer

Uitspraak op het hoger beroep tegen de uitspraak van de rechtbank Den Haag van 18 december 2014, 14/7173 (aangevallen uitspraak)

Partijen:

[Appellante] te [woonplaats] (appellante)

het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Zoetermeer (college)

PROCESVERLOOP

Namens appellante heeft mr. J. Heek, hoger beroep ingesteld.

Het college heeft een verweerschrift ingediend.

Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 18 februari 2016. Appellante is verschenen, bijgestaan door mr. Heek. Het college heeft zich laten vertegenwoordigen door mr. N. Rietkerk.

OVERWEGINGEN

1.1.

Appellante heeft, voor zover hier van belang, op 11 oktober 2013 een aanvraag ingediend voor een Speedy aankoppelbike, althans een handbike met elektrische ondersteuning, op grond van het bepaalde bij en krachtens de Wet maatschappelijke ondersteuning (Wmo).

1.2.

Bij besluit van 18 december 2013, na bezwaar gehandhaafd bij besluit van 3 juli 2014 (bestreden besluit), heeft het college de aanvraag afgewezen. Hieraan heeft het college ten grondslag gelegd dat appellante in haar vervoersbehoefte kan voorzien met haar rolstoel met e-motionwielen en de regiotaxi.

2. Bij de aangevallen uitspraak heeft de rechtbank het beroep tegen het bestreden besluit ongegrond verklaard. De rechtbank heeft daartoe overwogen dat appellante in haar vervoersbehoefte op korte afstand kan voorzien met de rolstoel met e-motionwielen. Voor het vervoer op de lange(re) afstand kan appellante gebruik maken van de regiotaxi. Niet gebleken is dat deze voorziening voor appellante om medische redenen ongeschikt is. Medisch adviseur Van der Wulp heeft in zijn rapporten opgenomen dat geen medische bezwaren bestaan tegen het gebruik van de regiotaxi, ook niet wat betreft de wachttijden en de ritduur. Van der Wulp heeft daarbij de brieven van de fysiotherapeut en de revalidatiearts in zijn beoordeling betrokken. Er bestaan ook geen praktische bezwaren, aangezien de regiotaxi is berekend op het vervoer van een persoon in een rolstoel en e-motionwielen. Volgens de rechtbank is het voor appellante zonder handbike goed mogelijk maatschappelijk te participeren als bedoeld in artikel 4 van de Wmo. Van een bijzondere situatie zoals in de uitspraak van de Raad van 8 mei 2013 (ECLI:NL:CRVB:2013:CA0088) is naar het oordeel van de rechtbank geen sprake.

3.1.

Appellante heeft zich tegen de aangevallen uitspraak gekeerd. Zij heeft aangevoerd dat de regiotaxi voor haar niet geschikt is, gelet op haar medische beperkingen. Volgens appellante kan zij zonder handbike, anders dan voorheen, niet meer in groepsverband fietsen.

3.2.

Het college heeft zich aangesloten bij het oordeel van de rechtbank.

4. De Raad komt tot de volgende beoordeling.

4.1.

De Raad verenigt zich met het oordeel van de rechtbank en onderschrijft de overwegingen waarop dat oordeel berust. De Raad voegt hier het volgende aan toe. Appellante heeft eerst ter zitting van de Raad het standpunt ingenomen dat de regiotaxi niet voor haar geschikt is, omdat daarin de voor haar benodigde neksteun ontbreekt. Aan deze nieuwe en niet onderbouwde stelling gaat de Raad voorbij. Indien appellante dit standpunt handhaaft, kan zij zich hiermee tot het college wenden.

4.2.

Uit het vorenstaande volgt dat het hoger beroep niet slaagt. De aangevallen uitspraak zal worden bevestigd.

5. Voor een veroordeling in de proceskosten bestaat geen aanleiding.

BESLISSING

De Centrale Raad van Beroep bevestigt de aangevallen uitspraak.

Deze uitspraak is gedaan door A.J. Schaap als voorzitter en J.P.A. Boersma en N.R. Docter als leden, in tegenwoordigheid van V. van Rij als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 30 maart 2016.

(getekend) A.J. Schaap

(getekend) V. van Rij

AP