Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:CRVB:2016:1076

Instantie
Centrale Raad van Beroep
Datum uitspraak
25-03-2016
Datum publicatie
29-03-2016
Zaaknummer
14/4480 AKW
Formele relaties
Cassatie: ECLI:NL:HR:2016:2863
Rechtsgebieden
Socialezekerheidsrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Weigering kinderbijslag. Niet verzekerd voor de AKW. Niet meer verplicht verzekerd, omdat appellant geen ingezetene van Nederland meer was. De overgangsregeling in artikel 27 van KB 746 is niet van toepassing. Het feit dat met terugwerkende kracht weer een WAO-uitkering is toegekend, kan niet leiden tot verzekering ingevolge de volksverzekeringen.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

14/4480 AKW

Centrale Raad van Beroep

Enkelvoudige kamer

Uitspraak op het hoger beroep tegen de uitspraak van de rechtbank Amsterdam van

1 juli 2014, 13/5629 (aangevallen uitspraak),

Partijen:

[Appellant], Marokko (appellant),

de Raad van bestuur van de Sociale verzekeringsbank (Svb)

Datum uitspraak: 25 maart 2016

PROCESVERLOOP

Appellant heeft hoger beroep ingesteld.

De Svb heeft een verweerschrift ingediend.

Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 12 februari 2016. Appellant is niet verschenen. De Svb heeft zich laten vertegenwoordigen door mr. G.J. Oudenes.

OVERWEGINGEN

1.1.

Appellant is in maart 2000 vanuit Nederland naar Marokko verhuisd. Hij ontving een uitkering op grond van de Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering (WAO), die met ingang van 2 april 2001 is ingetrokken. In juni 2008 is aan appellant met ingang van

2 april 2001 weer een WAO-uitkering toegekend. De Svb heeft geweigerd aan appellant kinderbijslag ingevolge de Algemene Kinderbijslagwet (AKW) toe te kennen respectievelijk met ingang van het derde kwartaal van 2007 en het vierde kwartaal van 2010, op de grond dat hij niet verzekerd is voor de AKW. Deze weigeringen hebben in beroep stand gehouden.

1.2.

Bij besluit van 13 mei 2013 heeft de Svb geweigerd kinderbijslag aan appellant toe te kennen, omdat hij niet verzekerd is voor de AKW. Bij het bestreden besluit van 28 augustus 2013 is het bezwaar tegen het besluit van 13 mei 2013 ongegrond verklaard. Daarbij is vastgesteld dat appellant over het tweede kwartaal van 2012 tot en met het tweede kwartaal van 2013 geen recht heeft op kinderbijslag.

2. De rechtbank heeft het beroep tegen het bestreden besluit ongegrond verklaard.

3. Appellant heeft in hoger beroep aangevoerd dat hij een WAO-uitkering ontvangt en dat hij recht heeft op kinderbijslag.

4. De Raad komt tot de volgende beoordeling.

4.1.

Tussen partijen is in geschil of de Svb terecht heeft geweigerd over het tweede kwartaal van 2012 tot en met het tweede kwartaal van 2013 kinderbijslag aan appellant toe te kennen op de grond dat hij niet verzekerd is krachtens de AKW.

4.2.

Vastgesteld moet worden dat appellant in ieder geval vanaf zijn vertrek uit Nederland in maart 2000 niet meer verplicht verzekerd is geweest ingevolge de volksverzekeringen, omdat hij toen geen ingezetene van Nederland meer was en hij geen werkzaamheden in loondienst hier te lande heeft verricht ter zake waarvan hij aan de loonbelasting was onderworpen. Verder is appellant ook niet op grond van het Besluit uitbreiding en beperking kring verzekerden volksverzekeringen 1999 van 24 december 1998, Stb. 746 (KB 746), verzekerd geweest of gebleven ingevolge de volksverzekeringen. Op grond van artikel 26 van KB 746 waren buiten Nederland wonende personen die bepaalde Nederlandse uitkeringen ontvingen, voor 1 januari 2000 onder bepaalde omstandigheden verplicht verzekerd ingevolge de volksverzekeringen. Dit artikel is echter met ingang van 1 januari 2000 vervallen. Alleen voor personen die tot aan 1 januari 2000 verzekerd waren op grond van artikel 26 van KB 746 is in artikel 27 van KB 746 een overgangsregeling getroffen inhoudende dat gedurende een bepaalde termijn artikel 26 van KB 746 voor de toepassing van de AKW nog op hen van toepassing blijft, voor zover vóór 1 januari 2000 - en met name in het vierde kwartaal van 1999 - recht bestond op kinderbijslag. Deze overgangsregeling is sinds 1 januari 2006 opgenomen in artikel 7c van de AKW.

4.3.

Appellant was vóór 1 januari 2000 niet verzekerd op grond van artikel 26 van KB 746. Hij was toen verzekerd ingevolge de volksverzekeringen op grond van de hoofdregel van artikel 6 van de AKW. De overgangsregeling in artikel 27 van KB 746 is dan ook niet op appellant van toepassing. Het feit dat met terugwerkende kracht met ingang van 2 april 2001 aan appellant weer een WAO-uitkering is toegekend, kan niet leiden tot verzekering ingevolge de volksverzekeringen. De Svb heeft derhalve terecht beslist dat appellant over het tweede kwartaal van 2012 tot en met het tweede kwartaal van 2013 geen recht heeft op kinderbijslag, omdat hij niet verzekerd is krachtens de AKW.

4.4.

Uit hetgeen hiervoor onder 4.1 tot en met 4.3 is overwogen vloeit voort dat het hoger beroep niet slaagt en dat de aangevallen uitspraak voor bevestiging in aanmerking komt.

5. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

BESLISSING

De Centrale Raad van Beroep bevestigt de aangevallen uitspraak.

Deze uitspraak is gedaan door E.E.V. Lenos als voorzitter, in tegenwoordigheid van V. van Rij als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 25 maart 2016.

(getekend) E.E.V. Lenos

(getekend) V. van Rij

Tegen deze uitspraak kunnen partijen binnen zes weken na de datum van verzending beroep in cassatie instellen bij de Hoge Raad der Nederlanden (Postbus 20303, 2500 EH

’s-Gravenhage) ter zake van schending of verkeerde toepassing van bepalingen inzake het begrip kring van verzekerden.

TM