Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:CRVB:2015:4996

Instantie
Centrale Raad van Beroep
Datum uitspraak
30-12-2015
Datum publicatie
28-01-2016
Zaaknummer
13/3461 WIA
Formele relaties
Eerste aanleg: ECLI:NL:RBROT:2013:3539, (Gedeeltelijke) vernietiging en zelf afgedaan
Rechtsgebieden
Socialezekerheidsrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Ter uitvoering van de tussenuitspraak (ECLI:NL:CRVB:2014:4405), heeft het Uwv besloten appellant alsnog volledig arbeidsongeschikt te achten.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

Datum uitspraak: 30 december 2015

13/3461 WIA

Centrale Raad van Beroep

Enkelvoudige kamer

Uitspraak op het hoger beroep tegen de uitspraak van de rechtbank Rotterdam van

16 mei 2013, 12/5045 (aangevallen uitspraak)

Partijen:

[appellant] te [woonplaats] (appellant)

de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (Uwv)

PROCESVERLOOP

Namens appellant heeft mr. N. Köse, advocaat, hoger beroep ingesteld.

Het Uwv heeft een verweerschrift ingediend.

De Raad heeft in het geding tussen partijen op 24 december 2014 een tussenuitspraak gedaan (ECLI:NL:CRVB:2014:4405), waarbij het Uwv is opgedragen de in de tussenuitspraak geconstateerde gebreken in de motivering van het bestreden besluit te herstellen.

Het Uwv heeft bij brief van 17 april 2015 kennis gegeven van de wijze waarop het aan de tussenuitspraak uitvoering heeft gegeven.

Appellant heeft hierop bij brief van 12 mei 2015 gereageerd.

Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 7 december 2015. Appellant is met bericht niet verschenen. Het Uwv heeft zich laten vertegenwoordigen door mr. M.K. Dekker.

OVERWEGINGEN

1. De Raad verwijst naar zijn tussenuitspraak voor een uiteenzetting van de feiten waarvan hij bij zijn oordeelsvorming is uitgegaan. Hieraan voegt hij het volgende toe.

2. Ter uitvoering van de tussenuitspraak heeft het Uwv onder verwijzing naar een rapport van de verzekeringsarts bezwaar en beroep van 27 maart 2015 zich nader op het standpunt gesteld dat appellant op de datum in geding, te weten 17 oktober 2010, als gevolg van een op die datum uitgevoerde herniaoperatie in Turkije op die datum niet 35 tot 45% maar alsnog volledig arbeidsongeschikt moet worden geacht.

3. De Raad komt tot de volgende beoordeling.

3.1.

Nu het Uwv nader van oordeel is dat appellant in op de hier in geding zijnde datum volledig arbeidsongeschikt wordt geacht is de grondslag onder het bestreden besluit komen te ontvallen. Dit leidt er toe dat dat besluit voor vernietiging in aanmerking komt. Het Uwv zal een nieuwe beslissing op bezwaar dienen te nemen.

3.2.

Gelet op hetgeen de Raad onder 3.1 overweegt, dient de aangevallen uitspraak - waarbij het beroep ongegrond is verklaard en het betreden besluit in stand is gelaten - eveneens te worden vernietigd.

4. Nu het hoger beroep slaagt, bestaat er aanleiding het Uwv te veroordelen in de kosten van appellant. Deze kosten worden begroot op € 960,- in bezwaar, € 960,- in beroep en op € 960,- in hoger beroep voor verleende rechtsbijstand, totaal € 2.880,-.

BESLISSING

De Centrale Raad van Beroep

- vernietigt de aangevallen uitspraak;

- verklaart het beroep tegen het besluit van 18 oktober 2012 gegrond;

- vernietigt het besluit van 18 oktober 2012;

- draagt het Uwv op een nieuw besluit te nemen;

- bepaalt dat het Uwv aan appellant het in beroep en in hoger beroep betaalde griffierecht van in totaal € 160,- vergoedt;

- veroordeelt het Uwv in de proceskosten van appellant tot een bedrag van € 2.880,-.

Deze uitspraak is gedaan door D.J. van der Vos als voorzitter, in tegenwoordigheid van J.W.L. van der Loo als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op

30 december 2015.

(getekend) D.J. van der Vos

(getekend) J.W.L. van der Loo

AP