Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:CRVB:2015:4919

Instantie
Centrale Raad van Beroep
Datum uitspraak
30-12-2015
Datum publicatie
12-01-2016
Zaaknummer
14/3953 ZW
Formele relaties
Eerste aanleg: ECLI:NL:RBROT:2014:4376, Niet ontvankelijk
Rechtsgebieden
Socialezekerheidsrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Hoger beroep niet-ontvankelijk. Onvoldoende procesbelang. Appellant heeft geen recht meer op ziekengeld. Re-integratieverplichtingen hebben alleen werking gedurende de periode dat recht bestaat op ziekengeld. Nu evenmin op dit moment voor appellant verplichtingen op grond van het Plan van aanpak resteren is niet aannemelijk gemaakt dat met betrekking tot dit aspect voor appellant nog procesbelang bestaat.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
SZR-Updates.nl 2016-0035
ABkort 2016/54
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

14/3953 ZW

Datum uitspraak: 30 december 2015

Centrale Raad van Beroep

Meervoudige kamer

Uitspraak op het hoger beroep tegen de uitspraak van de rechtbank Rotterdam van

3 juni 2014, 13/7430 (aangevallen uitspraak)

Partijen:

[appellant] te [woonplaats] (appellant)

de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (Uwv)

PROCESVERLOOP

Namens appellant heeft mr. W.H. van Zundert, advocaat, hoger beroep ingesteld.

Het Uwv heeft een verweerschrift ingediend.

Het onderzoek ter zitting heeft gevoegd met de zaak 15/1962 ZW plaatsgevonden op

7 oktober 2015. Namens appellant is verschenen mr. Van Zundert. Het Uwv heeft zich laten vertegenwoordigen door mr. L.J.M.M. de Poel. Na de behandeling ter zitting zijn de zaken gesplitst.

OVERWEGINGEN

1.1.

Appellant, laatstelijk werkzaam als heftruckchauffeur via [BV] , heeft zich per 18 februari 2013 ziek gemeld met klachten als gevolg van een conflict op het werk. Naar aanleiding van deze ziekmelding heeft het Uwv appellant in aanmerking gebracht voor een uitkering op grond van de Ziektewet (ZW).

1.2.

Op 25 april 2013 heeft het Uwv aan appellant een Plan van aanpak toegezonden waarin aan appellant in het kader van de ZW re-integratieverplichtingen zijn opgelegd. Bij besluit van 3 oktober 2013 (bestreden besluit) zijn de bezwaren van appellant tegen het Plan van aanpak van 25 april 2013 (Plan van aanpak) ongegrond verklaard.

2. De rechtbank heeft bij de aangevallen uitspraak het beroep tegen het bestreden besluit

niet-ontvankelijk verklaard, omdat appellant bij een vernietiging van het bestreden besluit geen procesbelang meer heeft.

3. In hoger beroep heeft appellant - kort weergegeven - aangevoerd dat hij wel procesbelang heeft. Appellant stelt dat hij volledig arbeidsongeschikt is en dat hij om die reden niet kan voldoen aan de verplichtingen opgelegd in het Plan van aanpak. Voorts stelt appellant dat hij een civiele procedure tegen de werkgever MSD heeft aangespannen, omdat hij van mening is dat er sprake is van een doorlopend dienstverband en dat hij in dit kader nog belang heeft bij een inhoudelijke beoordeling van deze zaak.

4. De Raad komt tot het volgende oordeel.

4.1.

Allereerst moet de vraag worden beantwoord of appellant procesbelang heeft behouden bij een inhoudelijke beoordeling van de aangevallen uitspraak. In vaste rechtspraak van de Raad (zie bijvoorbeeld ECLI:NL:CRVB:2015:3360) is neergelegd dat eerst sprake is van (voldoende) procesbelang indien het resultaat dat met het hoger beroep wordt nagestreefd ook daadwerkelijk bereikt kan worden en het realiseren van dat resultaat voor appellant feitelijke betekenis kan hebben.

4.2.

Het Uwv heeft bij besluit van 24 januari 2014 het recht op ZW-uitkering met ingang van 18 maart 2014 beëindigd, omdat appellant met ingang van 17 februari 2014 tenminste 65% van zijn maatmaninkomen zou kunnen verdienen in drie aan hem voorgehouden functies. Door de uitspraak van heden in de zaak 15/1962 ZW staat vast dat appellant met ingang van 18 maart 2014 geen recht meer heeft op ziekengeld.

4.3.

Re-integratieverplichtingen hebben alleen werking gedurende de periode dat recht bestaat op ziekengeld. Ter zitting is besproken dat tijdens de periode dat aan appellant ziekengeld is verstrekt het Plan van aanpak tot 18 maart 2014 niet tot enigerlei maatregel heeft geleid. Nu evenmin op dit moment voor appellant verplichtingen op grond van dit Plan van aanpak resteren is niet aannemelijk gemaakt dat met betrekking tot dit aspect voor appellant nog procesbelang bestaat. De mededeling dat appellant een procedure tegen de (voormalige) werkgever zou zijn gestart, is zonder nadere onderbouwing onvoldoende om in deze procedure aan te nemen dat appellant nog procesbelang heeft.

4.4.

Gelet op het gestelde in 4.1 tot en met 4.3 dient het hoger beroep niet-ontvankelijk te worden verklaard.

5. Voor een veroordeling in de proceskosten bestaat geen aanleiding.

BESLISSING

De Centrale Raad van Beroep verklaart het hoger beroep niet-ontvankelijk.

Deze uitspraak is gedaan door M.C. Bruning als voorzitter en J.S. van der Kolk en

F.M.S. Requisizione als leden, in tegenwoordigheid van I. Mehagnoul als griffier.

De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 30 december 2015.

(getekend) M.C. Bruning

(getekend) I. Mehagnoul

IJ