Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:CRVB:2015:4913

Instantie
Centrale Raad van Beroep
Datum uitspraak
23-12-2015
Datum publicatie
06-01-2016
Zaaknummer
14/2509 AWBZ
Rechtsgebieden
Socialezekerheidsrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Indicatie voor persoonlijke verzorging. Met nader besluit niet (geheel) tegemoet gekomen. De Raad is van oordeel dat de medische adviezen voldoende zorgvuldig tot stand zijn gekomen. Appellant heeft niet met (medische) stukken aannemelijk gemaakt dat de voetorthese op medische gronden vaker moet worden aan- of uitgedaan dan de geïndiceerde twee maal per dag. Verder blijkt uit de adviezen dat er nog algemeen gebruikelijke voorzieningen zijn waarmee hij zijn zelfredzaamheid bij het uitvoeren van de ADL kan vergroten. CIZ heeft toegelicht dat dit ook geldt voor de intieme persoonlijke verzorging en dat bijvoorbeeld gebruik kan worden gemaakt van een douchestoel tijdens het douchen. Appellant heeft niet aannemelijk gemaakt dat hij geen gebruik zou kunnen maken van deze voorzieningen of dat hiermee niet volledig wordt voorzien in de behoefte aan intieme persoonlijke verzorging.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

14/2509 AWBZ, 15/2192 AWBZ

Datum uitspraak: 23 december 2015

Centrale Raad van Beroep

Meervoudige kamer

Uitspraak op het hoger beroep tegen de uitspraak van de rechtbank Midden-Nederland van

20 maart 2014, 13/2924 (aangevallen uitspraak)

Partijen:

[appellant] te [woonplaats] (appellant)

CIZ

PROCESVERLOOP

Namens appellant heeft mr. M. el Ahmadi, advocaat, hoger beroep ingesteld.

CIZ heeft een verweerschrift ingediend met als bijlage een herziene beslissing op bezwaar van 24 februari 2015.

Appellant heeft zijn reactie gegeven op het besluit van 24 februari 2015.

Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 14 oktober 2015. Namens appellant is

mr. El Ahmadi verschenen. CIZ heeft zich laten vertegenwoordigen door mr. J.E. Koedood.

OVERWEGINGEN

1. De Raad gaat uit van de volgende feiten en omstandigheden.

1.1.

Appellant, geboren [in] 1997, ondervindt beperkingen als gevolg van

niet-aangeboren hersenletsel waaronder een verlamming van de rechtervoet en -arm en een verdraaiing van de wervelkolom. Hij draagt een orthese voor de rechtervoet In verband hiermee beschikte hij over een indicatie voor zorg op grond van het bepaalde bij en krachtens de Algemene Wet Bijzondere Ziektekosten (AWBZ) voor begeleiding individueel tot en met 16 oktober 2016 en voor persoonlijke verzorging tot en met 24 december 2012.

1.2.

Op 14 november 2012 heeft appellant een aanvraag gedaan om verlenging van de persoonlijke verzorging in verband met belemmeringen bij het kleden, wassen, tandenpoetsen en het aan- en uitdoen van de voetorthese. Bij besluit van 18 december 2012 heeft CIZ een indicatie afgegeven voor begeleiding individueel, klasse 2, van 18 december 2012 tot en met 17 december 2015. CIZ heeft de gevraagde persoonlijke verzorging afgewezen.

1.4.

Bij besluit van 24 mei 2013 (bestreden besluit 1) heeft CIZ onder verwijzing naar een medisch advies van 11 april 2013 het bezwaar tegen het besluit van 18 december 2012 ongegrond verklaard. CIZ heeft de eerdere indicatie ingetrokken en vervangen door een indicatie voor begeleiding individueel, klasse 2, van 18 december 2012 tot en met 3 juli 2013 en voor verpleging, klasse 0, van 28 maart 2013 tot en met 8 mei 2013. Betreffende de functie persoonlijke verzorging heeft CIZ zich op het standpunt gesteld dat appellant wegens lichte beperkingen deels is aangewezen op hulp en aansturing bij de algemene dagelijkse levensverrichtingen (ADL). Omdat het hier gaat om door de ouder te verlenen gebruikelijke zorg en daarnaast gebruik kan worden gemaakt van voorliggende algemeen gebruikelijke voorzieningen, bestaat er geen aanspraak op persoonlijke verzorging.

2.1.

In beroep is op 13 januari 2014 een aanvullend medisch advies uitgebracht.

2.2.

Bij de aangevallen uitspraak heeft de rechtbank het beroep tegen bestreden besluit 1 ongegrond verklaard. Voor zover hier van belang, heeft de rechtbank overwogen dat de medische adviezen voldoende zorgvuldig tot stand zijn gekomen. Appellant heeft niet met medische gegevens onderbouwd welke concrete belemmeringen de beperkingen met zich meebrengen die zouden moeten leiden tot het afgeven van een indicatie voor persoonlijke verzorging of begeleiding individueel.

3.1.

Appellant heeft zich in hoger beroep gemotiveerd tegen de aangevallen uitspraak gekeerd.

3.2.

Bij besluit van 24 februari 2015 (bestreden besluit 2) heeft CIZ bestreden besluit 1 ingetrokken en het bezwaar gedeeltelijk gegrond verklaard. CIZ heeft een indicatie verleend voor persoonlijke verzorging, klasse 2, van 18 december 2012 tot en met 17 december 2015. Verder heeft CIZ de toegekende indicaties voor begeleiding individueel en verpleging gehandhaafd.

3.3.

Appellant heeft het hoger beroep gehandhaafd.

4. De Raad komt tot de volgende beoordeling.

4.1.

Bestreden besluit 2 wordt, gelet op het bepaalde in de artikelen 6:19 en 6:24 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb), mede in de beoordeling betrokken.

4.2.

Naar aanleiding van het verhandelde ter zitting stelt de Raad vast dat tussen partijen alleen nog de omvang van de indicatie voor persoonlijke verzorging in geding is.

Aangevallen uitspraak

4.3.

Uit bestreden besluit 2 blijkt dat CIZ bestreden besluit 1 niet langer handhaaft. Dit betekent dat de aangevallen uitspraak waarbij het beroep tegen bestreden besluit 1 ongegrond is verklaard, niet in stand kan blijven en voor vernietiging in aanmerking komt.

4.4.

Doende hetgeen de rechtbank zou behoren te doen, zal de Raad het beroep tegen bestreden besluit 1 gegrond verklaren en dat besluit vernietigen wegens strijd met de artikelen 3:2 en 7:12, eerste lid, van de Awb.

Bestreden besluit 2

4.5.

Appellant heeft aangevoerd dat hij is aangewezen op meer persoonlijke verzorging dan de toegekende klasse 2. Volgens appellant moet de voetorthese vaker worden aan- en uitgedaan. Verder wil hij geen hulp van zijn moeder ontvangen bij de intieme persoonlijke verzorging.

4.6.

CIZ heeft bij bestreden besluit 2 alsnog een indicatie verstrekt voor persoonlijke verzorging, naast de indicaties voor de functies begeleiding individueel en verpleging. Hieraan ligt ten grondslag dat het aanbrengen en verwijderen van de voetorthese geen gebruikelijke zorg betreft bij een kind in de leeftijd van appellant. Daarom heeft CIZ hiervoor alsnog persoonlijke verzorging geïndiceerd, waarbij is uitgegaan van twee zorgmomenten van vijftien minuten per dag. Voor het overige is de hulp en aansturing die appellant nodig heeft bij het uitvoeren van de ADL aan te merken als gebruikelijke door de ouder te verlenen zorg dan wel zijn er voorliggende algemeen gebruikelijke voorzieningen die een oplossing bieden voor zijn zorgbehoefte.

4.7.

Aan bestreden besluit 2 liggen de medische adviezen van 11 april 2013 en 13 januari 2014 ten grondslag. In het advies van 11 april 2013 is, voor zover hier van belang, vermeld dat appellant beperkingen kent op het gebied van bewegen en verplaatsen en bij de persoonlijke verzorging door een krachtvermindering in de rechterarm en het rechterbeen. Hij heeft hulp nodig bij het openen en sluiten van knoopjes en veters, bij het aan- en uitdoen van de voetorthese en bij het snijden van eten. Hij kan niet zelfstandig douchen omdat er geen douchestoeltje is. De hulp die zijn moeder biedt is op te vatten als gebruikelijke zorg. In het aanvullend advies van 13 januari 2014 concludeert de medisch adviseur dat er geen aanleiding is om het advies van 11 april 2013 te herzien. De adviseur licht toe dat er hulpmiddelen beschikbaar zijn ter fixatie van het vlees of het brood waarmee appellant in staat moet worden geacht om zelfstandig te kunnen eten. Verder kan het dragen van makkelijke kleding met eenvoudige sluitingen of zonder sluitingen de zelfredzaamheid bij de ADL vergroten. Dit geldt volgens de medisch adviseur ook voor het douchen, waar door middel van woningaanpassingen zoals beugels of een douchestoel- of kruk de zelfredzaamheid kan worden vergroot.

4.8.

De Raad is van oordeel dat de medische adviezen voldoende zorgvuldig tot stand zijn gekomen. Appellant heeft niet met (medische) stukken aannemelijk gemaakt dat de voetorthese op medische gronden vaker moet worden aan- of uitgedaan dan de geïndiceerde twee maal per dag. Verder blijkt uit de adviezen dat er nog algemeen gebruikelijke voorzieningen zijn waarmee hij zijn zelfredzaamheid bij het uitvoeren van de ADL kan vergroten. CIZ heeft toegelicht dat dit ook geldt voor de intieme persoonlijke verzorging en dat bijvoorbeeld gebruik kan worden gemaakt van een douchestoel tijdens het douchen. Appellant heeft niet aannemelijk gemaakt dat hij geen gebruik zou kunnen maken van deze voorzieningen of dat hiermee niet volledig wordt voorzien in de behoefte aan intieme persoonlijke verzorging. De Raad ziet dan ook geen aanleiding om te twijfelen aan de bevindingen en conclusies van de medisch adviseurs. CIZ heeft de medische adviezen dan ook ten grondslag mogen leggen aan de bij bestreden besluit 2 afgegeven indicatie.

4.9.

Uit het voorgaande volgt dat het beroep tegen bestreden besluit 2 ongegrond is.

5. Er is aanleiding om CIZ te veroordelen in de proceskosten van appellant in hoger beroep en in beroep nu CIZ bestreden besluit 2 eerst in hoger beroep heeft genomen. Deze kosten worden begroot op € 1.225,- in hoger beroep en op € 1.470,- in beroep.

BESLISSING

De Centrale Raad van Beroep

  • -

    vernietigt de aangevallen uitspraak;

  • -

    verklaart het beroep tegen het besluit van 24 mei 2013 gegrond en vernietigt dat besluit;

  • -

    verklaart het beroep tegen het besluit van 24 februari 2015 ongegrond;

  • -

    veroordeelt CIZ in de proceskosten van appellante van in totaal € 2.695,-;

  • -

    bepaalt dat CIZ aan appellante het in hoger beroep en in beroep betaalde griffierecht van in
    totaal € 166,- vergoedt.

Deze uitspraak is gedaan door J. Brand als voorzitter en H.J. de Mooij en J.P.A. Boersma als leden, in tegenwoordigheid van I. Mehagnoul als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 23 december 2015.

(getekend) J. Brand

(getekend) I. Mehagnoul

IJ