Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:CRVB:2015:4409

Instantie
Centrale Raad van Beroep
Datum uitspraak
08-12-2015
Datum publicatie
15-12-2015
Zaaknummer
13-6748 WWB
Rechtsgebieden
Socialezekerheidsrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Terugvordering bijstand. Geen zelfstandige gronden ingediend tegen het intrekkingsbesluit.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

13/6748 WWB

Datum uitspraak: 8 december 2015

Centrale Raad van Beroep

Enkelvoudige kamer

Uitspraak op het hoger beroep tegen de uitspraak van de rechtbank Limburg van

6 november 2013, 12/1149 (aangevallen uitspraak)

Partijen:

[Appellant] te [woonplaats] (appellant)

het college van burgemeester en wethouders van Heerlen (college)

PROCESVERLOOP

Namens appellant heeft mr. A.J.P. Lemmen, advocaat, hoger beroep ingesteld.

Het college heeft een verweerschrift ingediend.

De zaak is gevoegd met de zaak 13/6736 WWB ter behandeling aan de orde gesteld op de zitting van 27 oktober 2015. Partijen zijn, met bericht, niet verschenen. In de zaak

13/6736 WWB wordt heden afzonderlijk uitspraak gedaan.

OVERWEGINGEN

1. De Raad gaat uit van de volgende in dit geding van belang zijnde feiten en omstandigheden.

1.1.

Bij besluit van 13 oktober 2011 heeft het college de bijstand ingevolge de Wet werk en bijstand (WWB) van appellant per 15 september 2011 ingetrokken. Voorts heeft het college bij dit besluit tevens de bijstand daaraan voorafgaand met ingang van 15 juni 2010 ingetrokken. Het college heeft hieraan ten grondslag gelegd dat door het niet voldoen aan de inlichtingenverplichting het recht op bijstand van appellant niet is vast te stellen. Het college heeft het bezwaar tegen dit besluit in verband met het niet indienen van de gronden van het bezwaar bij besluit van 19 december 2011 niet-ontvankelijk verklaard. Tegen dit besluit heeft appellant geen beroep ingesteld.

1.2.

Bij besluit van 15 februari 2012, na bezwaar gehandhaafd bij besluit van 14 juni 2012 (bestreden besluit), heeft het college de kosten van bijstand over de periode van 15 juni 2010 tot en met 31 augustus 2011 tot een bedrag van € 16.763,02 bruto van appellant teruggevorderd.

2.1.

Bij de aangevallen uitspraak heeft de rechtbank het beroep tegen het bestreden besluit ongegrond verklaard.

3. In hoger beroep heeft appellant zich tegen de aangevallen uitspraak gekeerd.

4. De Raad komt tot de volgende beoordeling.

4.1.

Tegen het besluit van 19 december 2011 zijn geen rechtsmiddelen aangewend, zodat dit intrekkingsbesluit in rechte onaantastbaar is geworden. De gronden gericht tegen de intrekking kunnen in dit geding niet (meer) aan de orde komen. Als vaststaand gegeven geldt dus dat over de periode van 15 juni 2010 tot en met 31 augustus 2011 ten onrechte bijstand aan appellant is verleend, zodat het college bevoegd was de gemaakte kosten van bijstand over die periode met toepassing van artikel 58, eerste lid, aanhef en onder a, van de WWB (zoals dit artikel ten tijde in geding luidde) van appellant terug te vorderen. Nu tegen het terugvorderingsbesluit geen zelfstandige beroepsgronden zijn aangevoerd, treft het hoger beroep geen doel.

4.2.

Uit 4.1 volgt dat de aangevallen uitspraak dient te worden bevestigd.

5. Voor een veroordeling in de proceskosten bestaat geen aanleiding.

BESLISSING

De Centrale Raad van Beroep bevestigt de aangevallen uitspraak.

Deze uitspraak is gedaan door R.H.M. Roelofs, in tegenwoordigheid van C.M. Fleuren als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 8 december 2015.

(getekend) R.H.M. Roelofs

(getekend) C.M. Fleuren

HD