Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:CRVB:2015:4213

Instantie
Centrale Raad van Beroep
Datum uitspraak
26-11-2015
Datum publicatie
03-12-2015
Zaaknummer
14/3254 AW
Formele relaties
Eerste aanleg: ECLI:NL:RBROT:2014:3177, Bekrachtiging/bevestiging
Rechtsgebieden
Ambtenarenrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Functieonderhoud Landelijk Functiegebouw Nationale Politie.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

14 3254 AW

Datum uitspraak: 26 november 2015

Centrale Raad van Beroep

Meervoudige kamer

Uitspraak op het hoger beroep tegen de uitspraak van de rechtbank Rotterdam van

1 mei 2014, 13/6122 (aangevallen)

Partijen:

[Appellant] te [woonplaats] (appellant)

de korpschef van politie (korpschef)

PROCESVERLOOP

Namens appellant heeft mr. H. Yildiz hoger beroep ingesteld.

Namens de korpschef heeft mr. P.R.M. Berends-Schellens, advocaat, een verweerschrift ingediend.

Appellant heeft nadere stukken ingediend.

Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 15 oktober 2015. Appellant is verschenen, bijgestaan door mr. Yildiz en [naam collega] . De korpschef heeft zich laten vertegenwoordigen door mr. Berends-Schellens en J.J. van den Hul.

OVERWEGINGEN

1.1.

Appellant is sinds 24 februari 2007 aangesteld in de functie van Docent Geweldsbeheersing Integrale Beroepsvaardigheden Training (IBT) bij de voormalige politieregio [politieregio] .

1.2.

De uitgangspositie van appellant voor de omzetting naar het Landelijk Functiegebouw Nationale Politie is vastgesteld op de functie van Docent Geweldbeheersing EXE

(schaal 8).

1.3.

Op 29 september 2012 heeft appellant, met een beroep op het gelijkheidsbeginsel, verzocht om toekenning van schaal 9. Bij besluit van 12 december 2012 heeft de korpschef het verzoek afgewezen. De korpschef heeft daartoe overwogen dat uitsluitend docenten IBT die de functie van senior docent IBT volledig vervulden zijn geplaatst als senior docent IBT en als gevolg daarvan zijn ingeschaald in schaal 9. Om te bepalen of de functie van senior docent volledig is vervuld, moet aan twee criteria zijn voldaan. Aan het eerste criterium, een afgeronde basisopleiding, voldoet appellant. Aan het tweede criterium, het ontwikkelen en implementeren van onderwijsactiviteiten voor de Politie [politieregio] in de periode na 1 januari 2010, voldoet appellant niet.

1.4.

Bij besluit van 20 augustus 2013 (bestreden besluit), voor zover van belang, heeft de korpschef het bezwaar van appellant tegen het besluit van 12 december 2012 ongegrond verklaard.

2. Bij de aangevallen uitspraak heeft de rechtbank het beroep tegen het bestreden besluit, dat was gericht tegen de handhaving van de weigering appellant schaal 9 toe te kennen, ongegrond verklaard.

3. De Raad komt naar aanleiding van wat partijen in hoger beroep hebben aangevoerd tot de volgende beoordeling.

3.1.

Appellant heeft in hoger beroep herhaald dat hij in de periode na 1 januari 2010 onderwijsactiviteiten heeft ontwikkeld en geïmplementeerd voor de politie

[politieregio] .

3.1.1.

De Raad is met de rechtbank van oordeel dat uit de door appellant genoemde werkzaamheden, verricht in het kader van zijn re-integratie voor het Projectbureau Vrijwillige Politie en in het kader van zijn re-integratie in het eigen werk, niet blijkt dat hij in die periode zelf een lesprogramma heeft ontwikkeld en geïmplementeerd. Het aanpassen van bestaande lesprogramma’s is daarvoor onvoldoende.

3.1.2.

De Raad is verder met de rechtbank van oordeel dat de korpschef de werkzaamheden verricht in het kader van zijn detachering bij Stadstoezicht buiten beschouwing heeft mogen laten, reeds omdat het hier geen onderwijsactiviteiten voor de politie [politieregio] betrof.

3.2.

Appellant heeft voorts aangevoerd dat zijn collega, [naam collega] , hoewel zij evenmin voldeed aan het vereiste van het ontwikkelen en implementeren van onderwijsactiviteiten, niettemin is bevorderd naar de functie van senior docent IBT . Voor zover de bevordering van deze collega onjuist zou zijn, strekt volgens vaste rechtspraak van de Raad (uitspraak van 26 juni 2008, ECLI:NL:CRVB:2008:BD6286) het gelijkheidsbeginsel niet zover dat het bestuursorgaan gehouden is om in het verleden gemaakte fouten te herhalen. Voor zover deze collega wel aan de eisen voldeed, is om die reden geen sprake van gelijke gevallen. Het beroep op het gelijkheidsbeginsel slaagt daarom niet.

3.3.

Uit 3.1 tot en met 3.2 volgt dat het hoger beroep niet slaagt. De aangevallen uitspraak zal worden bevestigd.

4. Voor een veroordeling in de proceskosten bestaat geen aanleiding.

BESLISSING

De Centrale Raad van Beroep bevestigt de aangevallen uitspraak.

Deze uitspraak is gedaan door A. Beuker-Tilstra als voorzitter en E.J.M. Heijs en

M.C.D. Embregts als leden, in tegenwoordigheid van B. Fotchind als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 26 november 2015.

(getekend) A. Beuker-Tilstra

(getekend) B. Fotchind

HD