Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:CRVB:2015:4028

Instantie
Centrale Raad van Beroep
Datum uitspraak
09-11-2015
Datum publicatie
18-11-2015
Zaaknummer
14/6333 AW-W2
Rechtsgebieden
Ambtenarenrecht
Bijzondere kenmerken
Wraking
Inhoudsindicatie

Afwijzing verzoek om wraking.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Uitspraak

14/6333 AW-W2

Datum uitspraak: 9 november 2015

Centrale Raad van Beroep

Meervoudige kamer

Beslissing op het verzoek om wraking gedaan door

[Verzoeker] te [woonplaats] (verzoeker)

PROCESVERLOOP

Namens verzoeker heeft S.A.J.T. Hoogendoorn hoger beroep ingesteld tegen de uitspraak van de rechtbank Overijssel van 10 oktober 2014, 14/1026, in het geding tussen verzoeker en de korpschef van politie (de korpschef).

Op 22 mei 2015 heeft de Raad verzoeker meegedeeld dat het hoger beroep op 2 juli 2015 op zitting zal worden behandeld door de volgende rechters: mr. dr. E.J.M. Heijs,

mr. dr. B.J. van de Griend en mr. M.C.D. Embregts (behandelend rechters).

Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 2 juli 2015, waar verzoeker is verschenen, bijgestaan door Hoogendoorn. De korpschef heeft zich laten vertegenwoordigen door

mr. H.J. de Wit, M.P Doosje en G.J. Haitsma.

Bij brief van 14 juli 2015 heeft verzoeker verzocht om wraking van mr. dr. Van de Griend. Bij uitspraak van 25 september 2015, ECLI:NL:CRVB:2015:3311, heeft de Raad dit verzoek afgewezen.

Bij brief van 1 oktober 2015 heeft verzoeker de Raad verzocht om heropening van het onderzoek. De Raad heeft dit verzoek bij brief van 9 oktober 2015 afgewezen.

Bij brief van 14 oktober 2015 heeft verzoeker verzocht om wraking van mr. dr. Heijs. Bij brief van 20 oktober 2015 heeft verzoeker zijn verzoek nader toegelicht.

Mr. dr. Heijs heeft schriftelijk meegedeeld niet in de wraking te berusten.

Verzoeker en mr. dr. Heijs zijn in de gelegenheid gesteld te worden gehoord ter zitting van

26 oktober 2015. Verzoeker is verschenen, bijgestaan door Hoogendoorn. Mr. dr. Heijs is, zoals was aangekondigd, niet verschenen.

OVERWEGINGEN

1. Artikel 8:15 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) bepaalt dat op verzoek van een partij elk van de rechters die een zaak behandelen, kan worden gewraakt op grond van feiten en omstandigheden waardoor de rechterlijke onpartijdigheid schade zou kunnen lijden. Blijkens de memorie van toelichting bij artikel 8:15 van de Awb is de strekking van het middel van wraking gelegen in het waken tegen inbreuken op de rechterlijke onpartijdigheid.

2. Verzoeker heeft aan het verzoek om wraking ten grondslag gelegd dat de beslissing van

mr. dr. Heijs om het onderzoek niet te heropenen zozeer onbegrijpelijk is (gemotiveerd) dat daarvoor geen andere verklaring kan worden gegeven dan dat deze door vooringenomenheid van mr. dr. Heijs is ingegeven. Anderzijds meent verzoeker dat mr. dr. Heijs de schijn heeft gewekt dat hij zijn onbevangenheid heeft verloren. Verzoeker heeft er in dit verband op gewezen dat algemeen bekend is (en dat uit eigen ondervindingen van gemachtigde is gebleken) dat de voorzitter van een meervoudige kamer de beslissing neemt - naar aanleiding van een daartoe strekkend verzoek - om al dan niet gebruik te maken van de bevoegdheid van de Raad om het onderzoek ter heropenen. Een bevestiging van het feit dat de beslissing is ingegeven door vooringenomenheid kan volgens verzoeker al worden gevonden in het ontbreken van een motivering van de beslissing. Volgens verzoeker volgt uit de bijlagen die bij het verzoek om heropening waren gevoegd dat de beslissing op bezwaar en de uitspraak van de rechtbank apert onjuist zijn.

3.1.

Een wrakingsgrond moet zijn gelegen in feiten of omstandigheden die betrekking hebben op (de persoon van) de rechters die de zaak behandelen. Bij een beoordeling van een beroep op het ontbreken van de onpartijdigheid van de rechter dient voorts het uitgangspunt te zijn dat een rechter uit hoofde van zijn aanstelling moet worden vermoed onpartijdig te zijn, tenzij zich een uitzonderlijke omstandigheid voordoet die een zwaarwegende aanwijzing vormt voor het oordeel dat een rechter jegens een rechtzoekende een vooringenomenheid koestert, althans dat bij een rechtzoekende dienaangaande bestaande vrees objectief gerechtvaardigd is

(zie onder meer het arrest van de Hoge Raad van 21 september 2010, ECLI:NL:HR:2010:BM9141).

3.2.

De beslissing om het onderzoek niet te heropenen is een zogeheten procedurele beslissing. Naar vaste rechtspraak van de Raad (zie bijvoorbeeld CRvB 17 maart 2011, ECLI:NL:CRVB:2011:BP8906) is wraking niet bedoeld als rechtsmiddel tegen procedurele beslissingen en kunnen deze beslissingen slechts leiden tot toewijzing van een wrakingsverzoek als uit de procedurele beslissing blijkt van vooringenomenheid van de rechters die deze beslissing hebben genomen.

3.3.

De griffier heeft verzoeker bij brief van 9 oktober 2015 meegedeeld dat het verzoek om heropening wordt afgewezen. Anders dan verzoeker veronderstelt, is de beslissing om een onderzoek al dan niet te heropenen een beslissing van de meervoudige kamer die belast was met het onderzoek ter zitting van 2 juli 2015 en niet uitsluitend van de voorzitter van die kamer. De (vooronder)stelling van verzoeker dat het om een beslissing van uitsluitend

mr. dr. Heijs gaat, mist dan ook feitelijke grondslag en is ook overigens onjuist. Dat betekent dat het verzoek reeds om die reden niet slaagt. Dat de beslissing niet is gemotiveerd, maakt dit niet anders.

3.4.

Uit 3.1 tot en met 3.3 volgt dat het verzoek om wraking van mr. dr. Heijs moet worden afgewezen.

4. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

BESLISSING

De Centrale Raad van Beroep wijst het verzoek om wraking van mr. dr. Heijs af.

Deze uitspraak is gedaan door M. Greebe als voorzitter en J.J.T. van den Corput en

R.E. Bakker als leden, in tegenwoordigheid van W. de Braal als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 9 november 2015.

(getekend) M. Greebe

(getekend) W. de Braal

UM