Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:CRVB:2015:4025

Instantie
Centrale Raad van Beroep
Datum uitspraak
11-11-2015
Datum publicatie
18-11-2015
Zaaknummer
14/3750 WMO
Rechtsgebieden
Socialezekerheidsrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Afwijzing aanvraag om een vervoersvoorziening in de vorm van een aangepaste auto, omdat appellante in aanmerking is gebracht voor het collectief Aanvullende Openbaar Vervoer. De door de rechtbank benoemde deskundige wordt gevolgd.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Uitspraak

14/3750 WMO

Datum uitspraak: 11 november 2015

Centrale Raad van Beroep

Meervoudige kamer

Uitspraak op het hoger beroep tegen de uitspraak van de rechtbank Haarlem van 22 mei 2014, 12/2228 (aangevallen uitspraak)

Partijen:

[Appellante] te [woonplaats] (appellante)

het college van burgemeester en wethouders van Zaanstad (college)

PROCESVERLOOP

Namens appellante heeft mr. P.E. Stam, advocaat, hoger beroep ingesteld.

Het college heeft een verweerschrift ingediend.

Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 30 september 2015. Namens appellante zijn mr. Stam en [naam A] verschenen. Het college heeft zich laten vertegenwoordigen door

mr. P. Koenhen.

OVERWEGINGEN

1. De Raad gaat uit van de volgende feiten en omstandigheden.

1.1.

Appellante is, onder meer als gevolg van MS en cardiale aandoeningen, beperkt in haar mobiliteit. Aan appellante zijn ingevolge de Wet maatschappelijke ondersteuning (Wmo) vervoersvoorzieningen in de vorm van een rolstoel en een scootmobiel toegekend.

1.2.

Bij aanvraag van 26 januari 2011 heeft appellante het college verzocht om ingevolge de Wmo een vervoersvoorziening in de vorm van een aangepaste auto toe te kennen.

1.3.

Bij besluit van 4 mei 2011 heeft het college de aanvraag afgewezen en appellante in aanmerking gebracht voor het collectief Aanvullende Openbaar Vervoer

(AOV vervoerspasje).

1.4.

Bij besluit van 27 maart 2012 (bestreden besluit) heeft het college het tegen het besluit van 4 mei 2011 gemaakte bezwaar ongegrond verklaard. Overwogen is dat appellante niet in aanmerking komt voor een aangepaste auto, omdat zij - met begeleiding - kan deelnemen aan het AOV en zij in de directe woonomgeving gebruik kan maken van een scootmobiel. Het college heeft hierbij verwezen naar de rapporten van drs. M.C. Heus, arts bij Trompetter en Van Eeden, van 31 januari 2012 en 16 maart 2012.

2.1.

Nadat appellante bij de rechtbank beroep heeft ingesteld tegen het bestreden besluit, heeft drs. Heus op 16 juli 2012 en 4 september 2012 nader gerapporteerd.

2.2.

De rechtbank heeft vervolgens revalidatiearts H.W.J. Rockx als deskundige benoemd. Op 10 oktober 2013 heeft Rockx aan de rechtbank gerapporteerd. Partijen hebben hierop gereageerd en hebben toestemming gegeven om zonder nadere zitting uitspraak te doen.

3. Bij de aangevallen uitspraak heeft de rechtbank het beroep tegen het bestreden besluit ongegrond verklaard. Hiertoe heeft de rechtbank overwogen dat de deskundige Rockx in zijn rapport de vraag of hij kan instemmen met de eerder door Trompetter en Van Eeden aan het college uitgebrachte conclusies en adviezen, bevestigend heeft beantwoord. In die adviesrapporten is in essentie geconcludeerd dat er geen contra-indicaties zijn voor het gebruikmaken van het AOV en een scootmobiel. Ook is uitgebreid ingegaan op de argumenten die appellante daartegen heeft ingebracht (rolstoelgebondenheid, vermoeidheidsklachten, hart- en incontinentieproblematiek, stemmingswisselingen en praktische problemen). De rechtbank heeft geen reden gezien om af te wijken van het uitgangspunt dat het oordeel van een onafhankelijk door de rechtbank ingeschakelde deskundige in beginsel wordt gevolgd. Een nadere motivering heeft de rechtbank niet aan de orde geacht, waartoe is overwogen dat de deskundige de beschikking heeft gehad over het volledige dossier en dat de deskundige hierdoor alle van belang zijnde gegevens in zijn beoordeling heeft kunnen betrekken.

4. In hoger beroep voert appellante aan dat het oordeel van de deskundige onvoldoende is gemotiveerd, dat uit het rapport van de deskundige niet blijkt dat haar beroepsgronden in de beoordeling zijn betrokken en dat de rechtbank ten onrechte geen aanleiding heeft gezien om een nadere motivering te verzoeken aan de deskundige.

5. De Raad komt tot de volgende beoordeling.

5.1.

Zoals de Raad eerder heeft overwogen (bijvoorbeeld CRvB 29 mei 2013, ECLI:NL:CRVB:2013:CA2442) ligt in vaste jurisprudentie besloten dat het oordeel van een onafhankelijke door de bestuursrechter ingeschakelde deskundige wordt gevolgd, tenzij op grond van bijzondere omstandigheden aanleiding bestaat daarvan af te wijken. Evenals de rechtbank is de Raad van oordeel dat er in dit geval geen aanleiding bestaat om van deze hoofdregel af te wijken. De Raad onderschrijft de overwegingen van de rechtbank waarop dit oordeel berust en maakt deze tot de zijne. Ook in hetgeen appellante in hoger beroep heeft aangevoerd, ziet de Raad geen aanleiding om de deskundige niet te volgen.

5.2.

Het vorenstaande betekent dat het hoger beroep niet slaagt en dat de aangevallen uitspraak moet worden bevestigd.

6. De Raad ziet geen aanleiding voor een veroordeling in de proceskosten.

BESLISSING

De Centrale Raad van Beroep bevestigt de aangevallen uitspraak.

Deze uitspraak is gedaan door R.M. van Male als voorzitter en D.S. de Vries en L.M. Tobé als leden, in tegenwoordigheid van M.S.E.S. Umans als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 11 november 2015.

(getekend) R.M. van Male

(getekend) M.S.E.S. Umans

TM