Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:CRVB:2015:3959

Instantie
Centrale Raad van Beroep
Datum uitspraak
30-09-2015
Datum publicatie
12-11-2015
Zaaknummer
14/3423 AWBZ-PV
Rechtsgebieden
Socialezekerheidsrecht
Bijzondere kenmerken
Proces-verbaal
Inhoudsindicatie

De intrekking van het verleende pgb 2013 per 1 mei 2013 berust uitsluitend op het standpunt dat appellant zijn verantwoordingsverplichtingen in 2012 bij herhaling niet is nagekomen. De Raad heeft eerder geoordeeld dat een zorgkantoor in die situatie niet de bevoegdheid toekomt om de verlening van een pgb in te trekken. Naar de overwegingen van die uitspraak wordt verwezen.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

14/3423 AWBZ-PV

Centrale Raad van Beroep

Meervoudige kamer

Proces-verbaal van de mondelinge uitspraak op het hoger beroep tegen de uitspraak van de rechtbank Oost-Brabant van 2 mei 2014, 13/5600 (aangevallen uitspraak)

Partijen:

[appellant] , wonende te [woonplaats] , (appellant)

VGZ Zorgkantoor B.V. (Zorgkantoor)

Zitting hebben: R.M. van Male, D.S. de Vries en L.M. Tobé

Griffier: M.S.E.S. Umans

Ter zitting zijn verschenen:

Namens appellant: mr. L.I. Olivier (ARAG Rechtsbijstand) en T. Prvcic (curator)

Namens het Zorgkantoor: mr. Y.C.M. van Iersel-de Groot

BESLISSING

De Centrale Raad van Beroep

- vernietigt de aangevallen uitspraak;

- verklaart het beroep gegrond;

- vernietigt de beslissing op bezwaar van 1 november 2013;

- herroept het primaire besluit van 17 april 2013;

- veroordeelt het Zorgkantoor in de proceskosten van appellant tot een

bedrag van € 2.479,52;

- bepaalt dat het Zorgkantoor aan appellant het door hem in beroep en in hoger beroep betaalde griffierecht van in totaal € 166,- vergoedt.

Deze beslissing is uitgesproken in het openbaar. Zij is gebaseerd op de volgende overwegingen:

1. Het Zorgkantoor heeft het aan appellant voor 2013 verleende

persoonsgebonden budget (pgb) bij besluit van 17 april 2013 (primair besluit) met ingang van 1 mei 2013 ingetrokken op de grond dat hij zijn verantwoordingsplicht niet is nagekomen.

2. Het Zorgkantoor heeft het bezwaar tegen dat besluit bij beslissing op

bezwaar van 1 november 2013 ongegrond verklaard. Daaraan is ten grondslag gelegd dat appellant zijn plicht tot verantwoording van de besteding van het voor het jaar 2012 verleende pgb niet behoorlijk is nagekomen.

3. De rechtbank heeft het beroep tegen dat besluit ongegrond verklaard.

4. In hoger beroep is aangevoerd dat het Zorgkantoor het pgb niet had mogen beëindigen. De broer van appellant zal de administratie gaan doen, zodat voor herhaling van het niet tijdig verantwoorden niet hoeft te worden bevreesd.

5. De Raad stelt vast dat niet is gebleken dat appellant met betrekking tot het pgb voor het jaar 2013 zijn verantwoordingsverplichting heeft geschonden. De besteding van het pgb voor de eerste helft van 2013 hoefde nog niet verantwoord te worden, omdat nog geen zes maanden verstreken waren. De intrekking van het verleende pgb 2013 per 1 mei 2013 berust uitsluitend op het standpunt dat appellant zijn verantwoordingsverplichtingen in 2012 bij herhaling niet is nagekomen.

6. De Raad heeft in zijn uitspraak 12 augustus 2015, ECLI:NL:CRVB:

2015:2711, geoordeeld dat een zorgkantoor in die situatie niet de bevoegdheid toekomt om de verlening van een pgb in te trekken. Naar de overwegingen van die uitspraak wordt verwezen.

7. Het Zorgkantoor wordt veroordeeld vergoeding van der proceskosten

van appellant. Deze worden voor rechtsbijstand begroot op € 2.450,- (1 punt bezwaar, 2 punten beroep, 2 punten hoger beroep) en voor reiskosten in beroep en hoger beroep op € 29,52.

Waarvan proces-verbaal.

De griffier De voorzitter

(get.) M.S.E.S. Umans (get.) R.M. van Male

Voor eensluidend afschrift

de griffier van de

Centrale Raad van Beroep