Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:CRVB:2015:3929

Instantie
Centrale Raad van Beroep
Datum uitspraak
10-11-2015
Datum publicatie
16-11-2015
Zaaknummer
14/1380 WWB
Rechtsgebieden
Socialezekerheidsrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Afwijzing bijzondere bijstand voor kosten budgetbeheer. Niet noodzakelijke kosten. Anders dan appellanten menen, valt niet in te zien dat in het kader van de beoordeling van de noodzaak van de kosten niet kan worden meegewogen dat appellanten voor budgetbeheer kosteloos bij de Kredietbank terecht konden. Als de mogelijkheid bestaat om kosteloos gebruik te maken van een bepaalde voorziening, die passend en toereikend is, zal de noodzaak van een alternatief met objectieve en verifieerbare gegevens door de aanvrager van bijzondere bijstand aannemelijk moeten worden gemaakt. Appellanten zijn hier niet in geslaagd.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Uitspraak

14/1380 WWB

Datum uitspraak: 10 november 2015

Centrale Raad van Beroep

Enkelvoudige kamer

Uitspraak op het hoger beroep tegen de uitspraak van de rechtbank Limburg van

28 januari 2014, 14/1312 (aangevallen uitspraak)

Partijen:

[Appellant] (appellant) en [Appellante] (appellante) te [woonplaats]

het dagelijks bestuur van de regionale sociale dienst Pentasz Mergelland (dagelijks bestuur)

PROCESVERLOOP

Namens appellanten heeft mr. C.M.G.M. Raafs, advocaat, hoger beroep ingesteld.

Het dagelijks bestuur heeft een verweerschrift ingediend.

Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 29 september 2015. Namens appellanten zijn verschenen mr. Raafs en [naam K], werkzaam bij Bureau [naam bureau] ([bureau]). Het dagelijks bestuur heeft zich laten vertegenwoordigen door

K.E.A. Lindelauf.

OVERWEGINGEN

1. De Raad gaat uit van de volgende in dit geding van belang zijnde feiten en omstandigheden.

1.1.

Appellanten hebben op 30 augustus 2012 een aanvraag om bijzondere bijstand op grond van de Wet werk en bijstand (WWB) ingediend voor de kosten van budgetbeheer door [bureau].

1.2.

Bij besluit van 2 oktober 2012, gehandhaafd bij besluit van 12 maart 2013 (bestreden besluit), heeft het dagelijks bestuur de aanvraag van appellanten afgewezen op de grond dat de noodzaak van de kosten niet aannemelijk is gemaakt, nu appellanten een beroep hadden kunnen doen op de Kredietbank Limburg (Kredietbank) en dit niet hebben gedaan.

2. Bij de aangevallen uitspraak heeft de rechtbank het beroep tegen het bestreden besluit ongegrond verklaard.

3. Appellanten hebben zich in hoger beroep tegen de aangevallen uitspraak gekeerd. Zij hebben aangevoerd dat de noodzaak tot budgetbeheer door [bureau] er wel was. De kosten voor budgetbeheer waren vooral noodzakelijk omdat appellanten dringend een oplossing zochten voor hun financiƫle problemen. De schuldenproblematiek was dusdanig ernstig dat direct ingrijpen noodzakelijk was. Dat een familielid van appellanten werkzaam is bij [bureau] en zij de taal van appellanten machtig is, zijn bijkomende factoren. Daarnaast heeft de rechtbank, door te overwegen dat gezien de schuldenproblematiek voor appellanten primair aanleiding bestond een beroep te doen op de Kredietbank, miskend dat niet langer ter beoordeling voorligt of een voorliggende voorziening voorhanden was.

4. De Raad komt tot de volgende beoordeling.

4.1.

Volgens vaste rechtspraak dient bij de toepassing van artikel 35, eerste lid, van de WWB eerst beoordeeld te worden of de kosten waarvoor bijzondere bijstand wordt gevraagd zich voordoen, vervolgens of die kosten in het individuele geval van de alleenstaande of het gezin noodzakelijk zijn en daarna of die kosten voortvloeien uit bijzondere omstandigheden. Het is aan appellant als aanvrager van bijzondere bijstand om feiten te stellen en zo nodig aannemelijk te maken waaruit volgt dat wordt voldaan aan de voorwaarden voor toekenning van bijstand als bedoeld in artikel 35, eerste lid, van de WWB.

4.2.

Niet in geschil is dat de kosten van budgetbeheer door [bureau] zich voordoen. Wel in geschil is of die kosten noodzakelijk zijn.

4.3.

De rechtbank heeft terecht geoordeeld dat appellanten niet aannemelijk hebben gemaakt dat de kosten van budgetbeheer juist door [bureau] noodzakelijk waren. De enkele stelling dat [bureau] zorg draagt voor de gehele financiƫle situatie en niet alleen voor de vaste lasten is daartoe onvoldoende, ook bezien in samenhang met de onder 3 genoemde factoren.

4.4.

Anders dan appellanten menen, valt niet in te zien dat in het kader van de beoordeling van de noodzaak van de kosten niet kan worden meegewogen dat appellanten voor budgetbeheer kosteloos bij de Kredietbank terecht konden. Als de mogelijkheid bestaat om kosteloos gebruik te maken van een bepaalde voorziening, die passend en toereikend is, zal de noodzaak van een alternatief met objectieve en verifieerbare gegevens door de aanvrager van bijzondere bijstand aannemelijk moeten worden gemaakt. Appellanten zijn hier niet in geslaagd.

4.5.

Uit 4.3 en 4.4 volgt dat het hoger beroep niet slaagt. De aangevallen uitspraak zal worden bevestigd.

5. Voor een veroordeling in de proceskosten bestaat geen aanleiding.

BESLISSING

De Centrale Raad van Beroep bevestigt de aangevallen uitspraak.

Deze uitspraak is gedaan door R.H.M. Roelofs, in tegenwoordigheid van I. Mehagnoul als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 10 november 2015.

(getekend) R.H.M. Roelofs

(getekend) I. Mehagnoul

HD