Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:CRVB:2015:3854

Instantie
Centrale Raad van Beroep
Datum uitspraak
05-11-2015
Datum publicatie
06-11-2015
Zaaknummer
14/2942 WUV
Rechtsgebieden
Socialezekerheidsrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste en enige aanleg
Inhoudsindicatie

Tijdens de oorlog heeft appellant verbleven in het kamp De Wijk te Malang. In geschil is of dat kamp vanaf het moment van de aankomst aldaar van appellant in november 1944 tot aan het einde van de Tweede Wereldoorlog, dienst deed als Japans interneringskamp. Verweerder heeft aan de zogeheten kampenlijst Nederlands-Indië ontleend dat dit niet het geval is geweest. De in beroep overgelegde vragenlijst van zijn moeder geeft geen reden de informatie van verweerder in twijfel te trekken. Met gebeurtenissen tijdens de Bersiap-periode kan geen rekening worden gehouden.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Uitspraak

14/2942 WUV

Datum uitspraak: 5 november 2015

Centrale Raad van Beroep

Meervoudige kamer

Uitspraak in het geding tussen:

Partijen:

[Appellant], [woonplaats], Verenigde Staten (appellant)

de Pensioen- en Uitkeringsraad (verweerder)

PROCESVERLOOP

Appellant heeft beroep ingesteld tegen het besluit van verweerder van 17 februari 2014, kenmerk BZ01677830 (bestreden besluit). Dit betreft de toepassing van de Wet uitkeringen vervolgingsslachtoffers 1940-1945 (Wuv).

Verweerder heeft een verweerschrift ingediend.

Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 24 september 2015. Appellant is, met voorafgaand bericht, niet verschenen. Verweerder heeft zich laten vertegenwoordigen door A.T.M. Vroom-van Berckel.

OVERWEGINGEN

1.1.

Appellant, geboren in 1942 in het voormalig Nederlands Indië, heeft in 2012 een aanvraag voor aanspraken op grond van de Wuv ingediend. Bij besluit van 25 juli 2013 is deze aanvraag afgewezen, dit omdat niet is aangetoond of aannemelijk gemaakt dat appellant door de Japanse bezettende macht van zijn vrijheid beroofd is geweest.

1.2.

Appellant heeft tegen het besluit van 25 juli 2013 bezwaar gemaakt. Dit bezwaar is bij het bestreden besluit ongegrond verklaard.

2. De Raad komt tot de volgende beoordeling.

2.1.

Tussen partijen is niet in geschil dat appellant tijdens de oorlog heeft verbleven in het kamp De Wijk te Malang. Verweerder heeft uit het KNIL-personeelsdossier van de vader van appellant, waarin een opgave van de achtereenvolgende verblijfsadressen van het gezin is opgenomen, opgemaakt dat appellant daar in november 1944 is gearriveerd. Hoewel appellant aanvankelijk nog het vermoeden heeft uitgesproken dat hij al in 1943 in De Wijk is aangekomen, heeft hij in bezwaar en beroep niet langer bestreden dat het moment van aankomst in het kamp was gelegen in november 1944. Niet in geschil is voorts dat appellant tot medio 1946 in het kamp is gebleven.

2.2.

Het geschil spitst zich dus toe op de vraag of het kamp De Wijk vanaf het moment van de aankomst aldaar van appellant in november 1944 tot aan het einde van de Tweede Wereldoorlog dienst deed als Japans interneringskamp. Verweerder heeft aan de zogeheten kampenlijst Nederlands-Indië, die met name is gebaseerd op het gezaghebbende boek over de Japanse burgerkampen van dr. D. van Velden uit 1963, ontleend dat dit niet het geval is geweest. Deze informatie mag als juist worden beschouwd. De door appellant in beroep overgelegde, door zijn moeder ingevulde vragenlijst geeft geen reden de informatie van verweerder in twijfel te trekken, te minder nu appellant te kennen heeft gegeven dat zijn moeder geheugenproblemen heeft en deze slechts de woorden “ja” of “nee” heeft omcirkeld naar aanleiding van enkele vooraf geformuleerde vragen. De overige door appellant verstrekte nadere informatie heeft niet direct betrekking op de hier aan de orde zijnde kwestie en kan aan de conclusie van verweerder daarover dus evenmin afdoen.

2.3.

Overigens blijkt uit de informatie van verweerder dat het kamp De Wijk te Malang gedurende de Bersiap-periode, bij de aanvang waarvan appellant nog in het kamp verbleef, dienst deed als republikeins kamp. Met gebeurtenissen tijdens de Bersiap-periode kan in het kader van de Wuv evenwel geen rekening worden gehouden.

2.4.

Het beroep is ongegrond.

3. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

BESLISSING

De Centrale Raad van Beroep verklaart het beroep ongegrond.

Deze uitspraak is gedaan door A. Beuker-Tilstra als voorzitter en B.J. van de Griend en

C.H. Bangma als leden, in tegenwoordigheid van C.A.W. Zijlstra als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 5 november 2015.

(getekend) A. Beuker-Tilstra

(getekend) C.A.W. Zijlstra

HD