Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:CRVB:2015:3426

Instantie
Centrale Raad van Beroep
Datum uitspraak
07-10-2015
Datum publicatie
08-10-2015
Zaaknummer
13/5571 WAO-V
Formele relaties
Eerste aanleg: ECLI:NL:RBROT:2013:5819, Overig
Rechtsgebieden
Socialezekerheidsrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Verzet ongegrond.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

Datum uitspraak: 7 oktober 2015

13/5571 WAO-V

Centrale Raad van Beroep

Enkelvoudige kamer

Uitspraak als bedoeld in de artikelen 8:55, zevende lid, en 8:108, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht in verband met het hoger beroep tegen de uitspraak van de rechtbank Rotterdam van 1 augustus 2013, 05/4880 (aangevallen uitspraak)

Partijen:

[appellant] te [woonplaats] (appellant)

de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (Uwv)

PROCESVERLOOP

Bij uitspraak als bedoeld in de artikelen 8:54 en 8:108, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht van 14 februari 2014 heeft de Raad het door appellant ingestelde hoger beroep tegen de aangevallen uitspraak niet-ontvankelijk verklaard.

Appellant heeft verzet gedaan.

Het verzet is behandeld ter zitting van 23 september 2015. Appellant is verschenen. Het Uwv heeft zich, met voorafgaand bericht, niet laten vertegenwoordigen.

OVERWEGINGEN

De uitspraak van de Raad van 14 februari 2014 berust op de overwegingen dat het hogerberoepschrift niet tijdig is ingediend, en dat redelijkerwijs niet kan worden geoordeeld dat appellant niet in verzuim is geweest.

De laatste dag waarop tijdig een hogerberoepschrift kon worden ingediend, was

14 oktober 2013. Het hogerberoepschrift is gedateerd 16 oktober 2013 en is bij faxbericht van 16 oktober 2013 bij de Raad ontvangen. Daarmee staat vast dat het hogerberoepschrift niet tijdig is ingediend.

In verzet heeft appellant aangevoerd dat hij om medische redenen niet in staat is geweest eerder hoger beroep in te stellen. Appellant heeft ter zitting verder verklaard dat hij op

13 oktober 2013 heeft gebeld met een medewerker van (de griffie van) de Raad en dat deze medewerker appellant heeft aangeraden te wachten met het indienen van zijn hogerberoepschrift totdat hij over alle (medische) stukken beschikte.

Voor zover appellant hiermee heeft willen betogen dat het hogerberoepschrift te laat is ingediend doordat hij onjuiste informatie heeft gekregen van een medewerker van de Raad, slaagt dit betoog niet. Appellant heeft in zijn hogerberoepschrift van 16 oktober 2013 het volgende vermeld: “Enkele dagen geleden deelde een medewerker van de Centrale Raad van Beroep ons mede dat wij alleen een schrijven moesten sturen aan de Centrale Raad van Beroep dat wij een hoger beroep wilde instellen tegen de uitspraak van de rechtbank Rotterdam in bovengenoemde zaak. En dat wij later in de gelegenheid gesteld zouden worden om het verweer met aanvullende stukken in te zenden aan de Centrale Raad van Beroep te Utrecht”. De Raad merkt verder op dat het telefoongesprek van appellant met de griffie van de Raad niet op 13 oktober 2013 kan hebben plaatsgevonden aangezien 13 oktober 2013 een zondag was. De Raad stelt verder vast dat appellant - ook - in verzet geen medische stukken heeft ingediend waaruit blijkt dat hij gedurende de gehele hogerberoepstermijn buiten staat is geweest een hogerberoepschrift in te (laten) dienen.

Gelet op het voorgaande dient het verzet ongegrond te worden verklaard.

Voor een veroordeling in de proceskosten van het verzet is geen aanleiding.

BESLISSING

De Centrale Raad van Beroep verklaart het verzet ongegrond.

Deze uitspraak is gedaan door T.G.M. Simons, in tegenwoordigheid van

D.W.M. Kaldenhoven als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op

7 oktober 2015.

(getekend) T.G.M. Simons

(getekend) D.W.M. Kaldenhoven

NK