Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:CRVB:2015:3123

Instantie
Centrale Raad van Beroep
Datum uitspraak
28-08-2015
Datum publicatie
16-09-2015
Zaaknummer
13-5989 AOW
Rechtsgebieden
Socialezekerheidsrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

De SVB heeft betrokkene van 4 september 2000 tot 20 oktober 2003 verzekerd aangemerkt voor de AOW ogv ingezetenschap op grond van artikel 6 van de AOW. In hoger beroep hiertegen niets aangevoerd. Na zijn vertrek uit Nederland op 20 oktober 2003 was betrokkene niet verzekerd op grond van het KB 746. De bepalingen van de AOW zijn dwingendrechtelijk van aard, geen bevoegdheid daarvan af te wijken.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

13/5989 AOW

Datum uitspraak: 28 augustus 2015

Centrale Raad van Beroep

Enkelvoudige kamer

Uitspraak op het hoger beroep tegen de uitspraak van de rechtbank Amsterdam van

15 juli 2013, 12/6367 (aangevallen uitspraak)

Partijen:

De erven en/of rechtverkrijgenden van [betrokkene] , laatstelijk gewoond hebbende te [plaatsnaam] , Portugal (de erven)

de Raad van bestuur van de Sociale verzekeringsbank (Svb)

PROCESVERLOOP

[betrokkene] (betrokkene) heeft hoger beroep ingesteld.

De Svb heeft geen verweerschrift ingediend.

Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 17 juli 2015. De erven zijn niet verschenen. De Svb heeft zich laten vertegenwoordigen door mr. D.F.M. Vonk.

OVERWEGINGEN

1.1.

Betrokkene woonde laatstelijk in Portugal en was gehuwd met [naam echtgenote] . Ter zitting is gebleken dat betrokkene op 22 maart 2015 is overleden. Betrokkene is vanaf september 2000 werkzaam geweest bij [naam werkgever] te [vestigingsplaats] . In verband met uitval voor deze werkzaamheden is aan betrokkene met ingang van 30 april 2003 een uitkering op grond van de Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering (WAO) toegekend. In oktober 2003 is betrokkene met behoud van de WAO-uitkering naar Portugal teruggekeerd. Bij het bereiken van de 65-jarige leeftijd is de WAO-uitkering beëindigd en heeft betrokkene bij de Svb een aanvraag gedaan om toekenning van een uitkering ingevolge de Algemene Ouderdomswet (AOW).

1.2.

Bij besluit van 13 april 2012 heeft de Svb aan betrokkene met ingang van mei 2012 een AOW-pensioen toegekend, met een korting van 94% voor de periode dat betrokkene niet verzekerd is geweest voor de AOW. De Svb heeft als verzekerde periode in aanmerking genomen de periode van 22 mei 2001 tot 21 oktober 2003. Bij dat besluit is geen toeslag voor de echtgenote van betrokkene toegekend, omdat de Svb niet beschikte over gegevens over haar inkomen.

1.3.

Bij beslissing op bezwaar van 19 november 2012 (bestreden besluit) is het bezwaar tegen het besluit van 13 april 2012 gegrond verklaard. Daarbij heeft de Svb vermeld dat betrokkene vanaf 4 september 2000 werkzaam was in Nederland en vanaf die datum verzekerd was voor de AOW. Op 20 oktober 2003 is betrokkene vertrokken uit Nederland, waarna hij niet langer verzekerd was voor de AOW op grond van zijn WAO-uitkering. Bij dit besluit is verder een toeslag toegekend voor de echtgenote van betrokkene over de periode van juli 2011 tot en met oktober 2011, met een korting van 90% voor de periode dat zij voor 20 juli 2011 niet verzekerd was voor de AOW.

2. De rechtbank heeft het beroep tegen het bestreden besluit ongegrond verklaard.

3. Betrokkene heeft in hoger beroep het standpunt herhaald dat hij tijdens zijn werkzaamheden in Nederland zijn sleutelbeen heeft gebroken. Hij heeft gewezen op de terugval in inkomen, aangezien hij sinds de beëindiging van de WAO-uitkering een gering AOW-pensioen ontving. Betrokkene heeft aangevoerd dat hij financieel nauwelijks kon rondkomen.

4. De Raad komt tot de volgende beoordeling.

4.1.

De Svb heeft betrokkene als verzekerd voor de AOW aangemerkt over de periode van

4 september 2000 tot zijn vertrek uit Nederland op 20 oktober 2003 als ingezetene op grond van artikel 6 van de AOW. De Svb heeft dit gebaseerd op grond van gegevens van het Uwv over de arbeidsverhouding van betrokkene met Capac Inhouse Services. In hoger beroep is niets aangevoerd om deze conclusie van de Svb voor onjuist te houden.

4.2.

Betrokkene was na zijn vertrek uit Nederland op 20 oktober 2003 niet verzekerd op grond van het Besluit uitbreiding en beperking kring der verzekerden volksverzekeringen 1999

(Stb. 1998, 746: KB 746). KB 746 kent sinds januari 2000 niet langer een uitbreiding die verzekering voor de AOW mogelijk maakt op grond van het recht op een WAO-uitkering. Verder is niet gebleken dat betrokkene zich vrijwillig had verzekerd voor de AOW.

4.3.

Met de rechtbank wordt ten slotte overwogen dat de bepalingen van de AOW dwingendrechtelijk van aard zijn en de Svb niet bevoegd is daarvan af te wijken.

4.4.

In hetgeen betrokkene heeft aangevoerd bestaat geen aanleiding om het door de Svb toegekende AOW-pensioen voor onjuist te houden. Ook de toeslag van de echtgenote van betrokkene is op juiste gronden toegekend.

4.5.

Uit 4.1 tot en met 4.4 volgt dat het hoger beroep niet slaagt en dat de aangevallen uitspraak moet worden bevestigd.

5. Voor een veroordeling in de proceskosten bestaat geen aanleiding.

BESLISSING

De Centrale Raad van Beroep bevestigt de aangevallen uitspraak.

Deze uitspraak is gedaan door T.L. de Vries, in tegenwoordigheid van S. Aaliouli als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 28 augustus 2015.

(getekend) T.L. de Vries

(getekend) S. Aaliouli

Tegen deze uitspraak kunnen partijen binnen zes weken na de datum van verzending beroep in cassatie instellen bij de Hoge Raad der Nederlanden (Postbus 20303, 2500 EH

’s-Gravenhage) ter zake van schending of verkeerde toepassing van bepalingen inzake het begrip kring van verzekerden.

HD

DECISÃO

O Conselho Central de Recurso confirma a sentença contestada.

Esta sentença foi proferida por T.L. de Vries, na presença do escrivão S. Aaliouli. A decisão foi proferida em público aos 28 de agosto de 2015.

As partes podem instaurar recurso de cassação contra a presente sentença junto ao Supremo Tribunal de Justiça dos Países Baixos (Postbus 20303, 2500 EH ‘s-Gravenhage), dentro de seis semanas após a data de envio, a respeito de infração ou aplicação errada de disposições relativas ao conceito ‘círculo de segurados’.