Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:CRVB:2015:2936

Instantie
Centrale Raad van Beroep
Datum uitspraak
12-08-2015
Datum publicatie
03-09-2015
Zaaknummer
12/6056 WMO
Rechtsgebieden
Socialezekerheidsrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Appellante heeft kenbaar gemaakt dat zij zich met de inhoud van de besluiten van 28 mei 2015 kan verenigen. Zij heeft gevraagd om vergoeding van proceskosten. Onder verwijzing naar wat in de tussenuitspraak is overwogen, komt de aangevallen uitspraak voor vernietiging in aanmerking. De Raad voorziet zelf: het beroep tegen het besluit van 8 maart 2012 wordt gegrond verklaard en dat besluit vernietigd. Geen aanleiding vergoeding proceskosten, omdat appellante zelf heeft geprocedeerd en niet is bijgestaan door een rechtsbijstandverlener. Gr.recht wordt vergoed.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

12/6056 WMO

Datum uitspraak: 12 augustus 2015

Centrale Raad van Beroep

Meervoudige kamer

Uitspraak op het hoger beroep tegen de uitspraak van de rechtbank Utrecht van

9 oktober 2012, 12/1476 (aangevallen uitspraak)

Partijen:

[Appellante] te [woonplaats] (appellante)

het college van burgemeester en wethouders van Wijk bij Duurstede (college)

PROCESVERLOOP

De Raad heeft in het geding tussen partijen een tussenuitspraak gedaan op 24 december 2014, ECLI:NL:CRVB:2014:4391 (tussenuitspraak).

Ter uitvoering van de tussenuitspraak heeft het college nader onderzoek verricht en op
28 mei 2015 een nieuw besluit genomen.

Bij brief van 14 juni 2015 heeft appellante haar zienswijze aan de Raad gezonden.

De Raad heeft bepaald dat het nadere onderzoek ter zitting achterwege blijft, waarna het onderzoek is gesloten.

OVERWEGINGEN

1. In aansluiting op de tussenuitspraak overweegt de Raad het volgende.

2. Het college heeft bij zijn besluit van 28 mei 2015 (besluit 1) het door de Raad geconstateerde gebrek dat aan het besluit van 8 maart 2012 kleefde hersteld. Het college heeft nader onderzoek verricht en appellante voor de periode van 20 mei 2015 tot en met
19 mei 2016 huishoudelijke hulp toegekend voor 3 uur per week.

3. Bij afzonderlijk besluit van 28 mei 2015 (besluit 2) heeft het college aan appellante op grond van de Wet maatschappelijke ondersteuning 2015 individuele begeleiding toegekend voor de periode van 20 mei 2015 tot en met 19 mei 2016 voor gemiddeld 1 uur per week.

4. Appellante heeft in haar zienswijze kenbaar gemaakt dat zij zich met de inhoud van de besluiten van 28 mei 2015 kan verenigen. Zij heeft gevraagd om vergoeding van proceskosten.

5. Dit betekent dat besluit 1 geheel aan het beroep tegemoet komt. Dit besluit wordt om die reden niet in de beoordeling van het beroep betrokken. Besluit 2 wordt evenmin in de beoordeling van het beroep betrokken; dat besluit omdat het op een geheel andere feitelijke en wettelijke grondslag berust dan het bestreden besluit van 8 maart 2012.

6. Onder verwijzing naar wat in de tussenuitspraak is overwogen, komt de aangevallen uitspraak voor vernietiging in aanmerking. Doende wat de rechtbank zou behoren te doen, wordt het beroep tegen het besluit van 8 maart 2012 gegrond verklaard en dat besluit vernietigd wegens strijd met artikelen 3:2 en 7:12 van de Awb.

7. Voor een veroordeling in de proceskosten bestaat geen aanleiding, omdat appellante zelf heeft geprocedeerd en niet is bijgestaan door een rechtsbijstandverlener.

BESLISSING

De Centrale Raad van Beroep

  • -

    vernietigt de aangevallen uitspraak;

  • -

    verklaart het beroep tegen het besluit van 8 maart 2012 gegrond en vernietigt dat besluit;

  • -

    bepaalt dat het college aan appellante het in beroep en in hoger beroep betaalde griffierecht van in totaal € 147,- vergoedt.

Deze uitspraak is gedaan door R.M. van Male als voorzitter en A.J. Schaap en
G. van Zeben-de Vries als leden, in tegenwoordigheid van J.A. Achterberg als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 12 augustus 2015.

(getekend) R.M. van Male

(getekend) J.A. Achterberg

AP