Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:CRVB:2015:2916

Instantie
Centrale Raad van Beroep
Datum uitspraak
28-08-2015
Datum publicatie
01-09-2015
Zaaknummer
14/57 AOW
Rechtsgebieden
Socialezekerheidsrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Er is voldoende aanleiding de Svb ook te veroordelen in de proceskosten van appellant in hoger beroep. Het enkele feit dat partijen mogelijk in onderling een regeling hadden kunnen treffen over deze kosten doet er niet aan af dat appellant terecht hoger beroep heeft ingesteld. De proceskosten in hoger beroep worden begroot op € 490,- voor kosten van rechtsbijstand.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

14/57 AOW

Datum uitspraak: 28 augustus 2015

Centrale Raad van Beroep

Enkelvoudige kamer

Uitspraak op het hoger beroep tegen de uitspraak van de rechtbank Midden-Nederland van

19 november 2013, 12/3468 (aangevallen uitspraak)

Partijen:

[appellant] te [woonplaats] (appellant)

de Raad van bestuur van de Sociale verzekeringsbank (Svb)

PROCESVERLOOP

Namens appellant heeft mr. J.H.F. de Jong, advocaat, hoger beroep ingesteld.

De Svb heeft een verweerschrift ingediend, waarop namens appellant is gereageerd bij brief van 3 juni 2014.

Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 17 juli 2015. Appellant is met kennisgeving niet verschenen. De Svb heeft zich laten vertegenwoordigen door mr. G.J. Oudenes.

OVERWEGINGEN

1.1.

Bij besluit van 21 februari 2012 heeft de Svb het ouderdomspensioen van appellant met ingang van oktober 2011 beëindigd.

1.2.

Het bezwaar van appellant dit besluit heeft de Svb bij besluit van 31 augustus 2012 (bestreden besluit) ongegrond verklaard.

2. Bij de aangevallen uitspraak is het beroep van appellant tegen het bestreden besluit gegrond verklaard, dit besluit vernietigd, het besluit van 21 februari 2012 herroepen en bepaald dat de aangevallen uitspraak in de plaats treedt van het bestreden besluit. Tevens is de Svb veroordeeld tot vergoeding van wettelijke rente over het na te betalen ouderdomspensioen, tot vergoeding van het betaalde griffierecht en tot vergoeding van de proceskosten tot een bedrag van € 708,-. Voor de proceskosten heeft de rechtbank overwogen dat er geen aanleiding is de Svb te veroordelen in de kosten die appellant in verband met de behandeling van het bezwaar redelijkerwijs heeft moeten maken, omdat appellant niet heeft verzocht om vergoeding van deze kosten in de bezwaarfase.

3.1.

Appellant heeft aangevoerd dat de rechtbank ten onrechte de Svb niet heeft veroordeeld in de kosten van de behandeling van het bezwaar. Daarbij is verzocht de Svb te veroordelen in de proceskosten in hoger beroep.

3.2.

De Svb heeft erkend dat bij de aangevallen uitspraak is verzuimd de Svb te veroordelen in de kosten van de behandeling van het bezwaar. Een veroordeling in de kosten van het hoger beroep dient volgens de Svb achterwege te blijven.

4. De Raad komt tot de volgende beoordeling.

4.1.

Het hoger beroep is gericht tegen de aangevallen uitspraak voor zover daarbij is beslist dat er geen aanleiding is de Svb te veroordelen in de door appellant gemaakte kosten van de behandeling van het bezwaar.

4.2.

Tussen partijen is niet in geschil dat bij de aangevallen uitspraak ten onrechte is nagelaten de Svb te veroordelen in de door appellant gemaakte kosten van de behandeling van het bezwaar, nu de gemachtigde van appellant in de bezwaarfase bij brief van 3 juli 2012 expliciet heeft verzocht om vergoeding van deze kosten. Gelet daarop dient de aangevallen uitspraak te worden vernietigd, voor zover daarbij is beslist over kosten van de behandeling van het bezwaar en dient alsnog een vergoeding van deze kosten toegekend te worden. Deze kosten worden begroot op € 490,- voor kosten van rechtsbijstand.

4.3.

Ten aanzien van de proceskosten in hoger beroep is de Svb van mening dat er geen aanleiding is de Svb te veroordelen in deze kosten. De Svb is bereid de proceskosten in bezwaar te betalen aan appellant en heeft na kennisneming van het hoger beroepschrift viermaal vergeefs getracht de gemachtigde van appellant telefonisch te bereiken om hierover een afspraak te maken. Er is volgens de Svb sprake van een evidente omissie van de rechtbank, waaraan de Svb part noch deel heeft gehad.

4.4.

Appellant heeft gesteld dat hij genoodzaakt was hoger beroep in te stellen, mede gelet op de uitspraak van de Raad van 7 mei 2013, (ECLI:NL:CRVB:2013:BZ9781).

4.5.

Er is voldoende aanleiding de Svb ook te veroordelen in de proceskosten van appellant in hoger beroep. Het enkele feit dat partijen mogelijk in onderling een regeling hadden kunnen treffen over deze kosten doet er niet aan af dat appellant terecht hoger beroep heeft ingesteld. De proceskosten in hoger beroep worden begroot op € 490,- voor kosten van rechtsbijstand.

BESLISSING

De Centrale Raad van Beroep:

- vernietigt de aangevallen uitspraak, voor zover betrekking hebbend op een vergoeding van de proceskosten in de bezwaarfase;

- veroordeelt de Svb in de proceskosten van appellant in bezwaar en hoger beroep tot een bedrag van € 980,-;

- bepaalt dat de Svb het door appellant betaalde griffierecht in hoger beroep ad € 118,- aan hem dient te vergoeden.

Deze uitspraak is gedaan door T.L. de Vries, in tegenwoordigheid van S. Aaliouli als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 28 augustus 2015.

(getekend) T.L. de Vries

(getekend) S. Aaliouli

UM