Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:CRVB:2015:2820

Instantie
Centrale Raad van Beroep
Datum uitspraak
20-08-2015
Datum publicatie
28-08-2015
Zaaknummer
14/5586 AW
Rechtsgebieden
Ambtenarenrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

De korpschef heeft niet tot de afbouw van het bisschopspakket van appellante (bestaande uit een thuiswerkplek, een ADSL-vergoeding, een telefoon voor zakelijk gebruik, een maandelijkse bereikbaarheids- en beschikbaarheidstoelage, een maandelijkse vergoeding voor vijftien uur overwerk en 7,2 uur spaarverlof per maand) mogen besluiten.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
ABkort 2015/316
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

14/5586 AW

Centrale Raad van Beroep

Meervoudige kamer

Uitspraak op het hoger beroep tegen de uitspraak van de rechtbank Amsterdam van

3 september 2014, 13/6583 (aangevallen uitspraak)

Partijen:

[appellante] te [woonplaats] (appellante)

de korpschef van politie (korpschef)

Datum uitspraak: 20 augustus 2015

PROCESVERLOOP

Namens appellante heeft mr. J.P.L.C. Dijkgraaf, advocaat, hoger beroep ingesteld.

De korpschef heeft een verweerschrift ingediend.

Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 9 juli 2015. Appellante is verschenen, bijgestaan door mr. Dijkgraaf. De korpschef heeft zich laten vertegenwoordigen door

mr. I. Hiemstra en mr. Th. Tanja.

OVERWEGINGEN

1.1.

Appellante is in vaste dienst werkzaam bij de politie. Bij besluit van 28 juli 2008 is appellante per 1 september 2008 geplaatst in de functie van chef van het wijkteam [wijkteam] . Bij ditzelfde besluit is aan appellante een functiegebonden pakket voorzieningen - het zogenoemde bisschopspakket - toegekend, bestaande uit een thuiswerkplek, een ADSL-vergoeding van € 35,-, een telefoon voor zakelijk gebruik, een maandelijkse bereikbaarheids- en beschikbaarheidstoelage van € 165,44, een maandelijkse vergoeding voor vijftien uur overwerk en 7,2 uur spaarverlof per maand.

1.2.

In 2011 is appellante ziek geworden en uitgevallen. Bij brief van 18 april 2012 is appellante meegedeeld dat is besloten dat zij bij wijze van re-integratie voor de periode van

3 december 2011 tot uiterlijk 1 oktober 2012 tijdelijk wordt tewerkgesteld bij de Dienst Algemene Ondersteuning en aldaar toegevoegd aan de chef bedrijfsvoeringszaken, zulks met behoud van de aanstelling in de functie van chef van het wijkteam en de bij die functie behorende bezoldiging. Over het bisschopspakket is vermeld dat dit zal worden afgebouwd vanaf het moment dat appellante volledig hersteld zal zijn verklaard.

1.3.

Bij besluit van 8 november 2012 is appellante ten behoeve van de vorming van de nationale politie met behoud van haar toenmalige rechtspositie - zijnde de rechtspositie behorende bij de functie van chef van het wijkteam - per 5 november 2012 tijdelijk tewerkgesteld bij de Directie Operatiën van de Landelijke Korpsstaf.

1.4.

Per 3 december 2012 is appellante volledig arbeidsgeschikt verklaard.

1.5.

Bij brief van 5 februari 2013 heeft de korpschef appellante meegedeeld dat is beslist tot afbouw van het bisschopspakket. De beschikbaarheidstoelage wordt in de periode van

1 december 2012 tot 1 december 2016 stapsgewijs afgebouwd c.q. beëindigd. De maandelijkse overwerkvergoeding en het maandelijkse spaarverlof vervallen. Appellante mag de thuiswerkplek en de ADSL-vergoeding behouden totdat de thuiswerkplek is afgeschreven. Appellante mag verder de zakelijke telefoon behouden.

1.6.

Bij besluit van 10 oktober 2013 (bestreden besluit) heeft de korpschef de bezwaren van 18 april 2012 en 5 februari 2013 aangemerkt als besluiten en de bezwaren tegen die besluiten ongegrond verklaard.

2. Bij de aangevallen uitspraak heeft de rechtbank het beroep tegen het bestreden besluit ongegrond verklaard.

3. Appellante heeft zich in hoger beroep op het standpunt gesteld dat de korpschef ten onrechte tot de afbouw van haar bisschopspakket heeft besloten.

4. De Raad komt tot de volgende beoordeling.

4.1.

Het was ten tijde van de brief van 18 april 2012 nog niet duidelijk of appellante volledig zou herstellen en al dan niet zou terugkeren in haar functie van chef van het wijkteam. De brief van 18 april 2012 moet daarom voor wat betreft de afbouw van het bisschopspakket worden aangemerkt als een feitelijke mededeling over - of een aankondiging van - de beslissing die naar verwachting zal worden genomen als appellante weer (volledig) arbeidsgeschikt is maar niet zal terugkeren naar haar oude functie. Deze mededeling of aankondiging zelf is niet gericht op enig (actueel) rechtsgevolg en is daarom geen besluit in de zin van artikel 1:3, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb).

4.2.

De brief van 5 februari 2013 daarentegen is verstuurd nadat appellante volledig arbeidsgeschikt was verklaard en een terugkeer naar haar oude functie niet was aangewezen. Het behelst de beslissing dat het bisschopspakket van appellante per 1 december 2012 wordt afgebouwd. De brief van 5 februari 2013 is als zodanig wel gericht op rechtsgevolg en is daarom wel een besluit in de zin van artikel 1:3, eerste lid, van de Awb.

4.3.

Het vorenstaande brengt met zich dat het bezwaar van appellante tegen de afbouw van het bisschopspakket alleen gericht was tegen het besluit van 5 februari 2013. De korpschef en de rechtbank hebben het bezwaar ten onrechte mede gericht geacht tegen de brief van 18 april 2012.

4.4.

Appellante heeft voor haar stelling dat haar bisschopspakket niet afgebouwd had mogen worden onder meer gewezen op het Rechtspositioneel kader ten behoeve van de inzet van medewerkers vooruitlopend op de personele reorganisatie nationale politie (TTW-regeling). In die regeling, die sinds 1 juni 2012 van kracht is, is onder meer bepaald dat de rechtspositie van de medewerkers die tijdelijke werkzaamheden vervullen ten behoeve van de vorming van de nationale politie, behouden blijft en geen wijziging ondergaat. Bij besluit van 8 november 2012 is appellante per 5 november 2012 tijdelijk tewerkgesteld bij de Directie Operatiën van de Landelijke Korpsstaf. In dit besluit is in lijn met de TTW-regeling vermeld dat deze tewerkstelling plaatsvindt met behoud van de rechtspositie. Gelet hierop heeft de korpschef niet tot de afbouw van het bisschopspakket van appellante mogen besluiten. Dat de korpschef inmiddels in het kader van de vorming van de nationale politie tot een korpsbrede afbouw van het bisschopspakket heeft besloten maakt dit niet anders.

4.5.

Uit 4.1 tot en met 4.4 volgt dat het hoger beroep slaagt en dat de aangevallen uitspraak moet worden vernietigd. Doende wat de rechtbank zou behoren te doen zal de Raad het beroep gegrond verklaren en het bestreden besluit vernietigen. De Raad ziet tevens aanleiding om met toepassing van artikel 8:72, derde lid, aanhef en onder b, van de Awb het besluit van 5 februari 2013 te herroepen.

5. Er bestaat aanleiding de korpschef te veroordelen in de proceskosten van appellante. Deze worden begroot op € 980,- in bezwaar, € 980,- in beroep en € 980,- in hoger beroep voor verleende rechtsbijstand.

BESLISSING

De Centrale Raad van Beroep

- vernietigt de aangevallen uitspraak;

- verklaart het beroep tegen het besluit van 10 oktober 2013 gegrond en vernietigt dat besluit;

- herroept het besluit van 5 februari 2013;

- bepaalt dat deze uitspraak in de plaats treedt van het vernietigde besluit van 10 oktober 2013;

- bepaalt dat de korpschef aan appellante het in beroep en hoger beroep betaalde griffierecht

van in totaal € 406,- vergoedt;

- veroordeelt de korpschef in de proceskosten van appellante tot een bedrag van € 2.940,-.

Deze uitspraak is gedaan door A. Beuker-Tilstra als voorzitter en J.J.A. Kooijman en H.A.A.G. Vermeulen als leden, in tegenwoordigheid van C.A.W. Zijlstra als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 20 augustus 2015.

(getekend) A. Beuker-Tilstra

(getekend) C.A.W. Zijlstra

HD