Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:CRVB:2015:2770

Instantie
Centrale Raad van Beroep
Datum uitspraak
18-08-2015
Datum publicatie
19-08-2015
Zaaknummer
14/315 WWB
Rechtsgebieden
Socialezekerheidsrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Niet-ontvankelijkverklaring bezwaar. De brieven van 9 mei 2012 zijn niet voor bezwaar vatbaar.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

14/315 WWB

Datum uitspraak: 18 augustus 2015

Centrale Raad van Beroep

Enkelvoudige kamer

Uitspraak op het hoger beroep tegen de uitspraak van de rechtbank Oost-Brabant van

4 december 2013, 13/3484 (aangevallen uitspraak)

Partijen:

[Appellant] (appellant) en [Appellante] (appellante) te [woonplaats]

het college van burgemeester en wethouders van Peel en Maas (college)

PROCESVERLOOP

Namens appellanten heeft mr. H.M.J. Offermans, advocaat, hoger beroep ingesteld.

Het college heeft een verweerschrift ingediend.

Mr. E.M. Pommé, advocaat, heeft zich als gemachtigde van appellanten gesteld.

Partijen hebben toestemming gegeven een onderzoek ter zitting achterwege te laten, waarna het onderzoek is gesloten.

OVERWEGINGEN

1. De Raad gaat uit van de volgende in dit geding van belang zijnde feiten en omstandigheden.

1.1.

Bij faxen van 25 april 2012 en 26 april 2012, aangevuld op 27 april 2012, hebben appellanten het college verzocht om bijzondere bijstand in de kosten van griffierecht voor twee procedures bij de Raad en voor een stofzuiger.

1.2.

Bij brieven van 9 mei 2012 heeft het college appellanten verzocht om voor 24 mei 2012 ingevulde aanvraagformulieren en een schriftelijke verklaring van een erkend stofzuigerreparateur over te leggen en meegedeeld dat de aanvraag niet in behandeling zal worden genomen als de gevraagde gegevens niet of niet volledig worden verstrekt. Appellanten hebben hiertegen bezwaar gemaakt.

1.3.

Bij besluit van 30 mei 2012, na bezwaar gehandhaafd bij besluit van 27 juli 2012, heeft het college de onder 1.1 vermelde aanvragen buiten behandeling gelaten. De rechtbank heeft bij uitspraak van 31 december 2013 het beroep tegen het besluit van 27 juli 2012 ongegrond verklaard. Bij besluiten van 25 juni 2012 en 4 juli 2012 heeft het college alsnog bijzondere bijstand verleend in deze kosten. Bij uitspraak van 16 december 2014, ECLI:NL:CRVB:2014:4256, heeft de Raad het hoger beroep tegen de uitspraak van

31 december 2013 niet-ontvankelijk verklaard.

1.4.

Bij besluit van 10 juli 2012 (bestreden besluit) heeft het college het bezwaar tegen de brieven van 9 mei 2012 niet-ontvankelijk verklaard. Hieraan heeft het college ten grondslag gelegd dat deze brieven beslissingen zijn ter voorbereiding van een besluit als bedoeld in artikel 6:3 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb). Dit betekent dat deze besluiten niet vatbaar zijn voor bezwaar en beroep, tenzij dit besluit de belanghebbende los van het voor te bereiden besluit rechtstreeks in zijn belang treft. Van dat laatste is volgens het college niet gebleken.

2. Bij de aangevallen uitspraak heeft de rechtbank het beroep tegen het bestreden besluit ongegrond verklaard.

3. Appellanten hebben zich in hoger beroep op de hierna te bespreken gronden tegen deze uitspraak gekeerd.

4. De Raad komt tot de volgende beoordeling.

4.1.

Ingevolge artikel 6:3 van de Awb is een beslissing inzake de procedure ter voorbereiding van een besluit niet vatbaar voor bezwaar of beroep, tenzij deze beslissing de belanghebbende los van het voor te bereiden besluit rechtsreeks in zijn belang treft.

4.2.

De Raad is met de rechtbank en het college van oordeel dat deze brieven besluiten als bedoeld in artikel 6:3 van de Awb zijn inzake de procedure ter voorbereiding van het besluit van het college op de aanvraag van appellanten en dat zij daardoor los van het te nemen besluit op de aanvraag niet rechtstreeks in hun belang worden getroffen. Het standpunt van appellanten dat het college ten onrechte heeft verlangd dat zij gebruik maken van aanvraagformulieren, wat volgens hen heeft geleid tot een onnodige vertraging van de afhandeling van de aanvraag om bijzondere bijstand, leidt niet tot het oordeel dat appellanten los van het voor te bereiden besluit rechtstreeks in hun belang worden getroffen. De rechtbank heeft er terecht op gewezen dat appellanten deze punten aan de orde kunnen stellen in een procedure tegen het besluit op de aanvraag. Vergelijk de uitspraak van 8 februari 2011, ECLI:NL:CRVB:2011:BP6186.

4.3.

Uit 4.2 volgt dat de brieven van 9 mei 2012 niet voor bezwaar vatbaar zijn. Het college heeft het bezwaar van appellanten terecht niet-ontvankelijk verklaard. De rechtbank heeft het beroep van appellanten terecht ongegrond verklaard.

4.4.

Gelet op het voorgaande treft het hoger beroep geen doel. De aangevallen uitspraak moet daarom worden bevestigd.

5. Voor een veroordeling in de proceskosten bestaat geen aanleiding.

BESLISSING

De Centrale Raad van Beroep bevestigt de aangevallen uitspraak.

Deze uitspraak is gedaan door C. van Viegen, in tegenwoordigheid van M. Zwart als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 18 augustus 2015.

(getekend) C. van Viegen

(getekend) M. Zwart

HD