Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:CRVB:2015:2765

Instantie
Centrale Raad van Beroep
Datum uitspraak
18-08-2015
Datum publicatie
19-08-2015
Zaaknummer
14/317 WWB
Rechtsgebieden
Socialezekerheidsrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Niet-ontvankelijkverklaring bezwaar. De brief van 5 april 2012 is niet voor bezwaar vatbaar.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

14/317 WWB

Datum uitspraak: 18 augustus 2015

Centrale Raad van Beroep

Enkelvoudige kamer

Uitspraak op het hoger beroep tegen de uitspraak van de rechtbank Oost-Brabant van

4 december 2013, 13/3483 (aangevallen uitspraak)

Partijen:

[Appellant] (appellant) en [Appellante] (appellante) te [woonplaats]

het college van burgemeester en wethouders van Peel en Maas (college)

PROCESVERLOOP

Namens appellanten heeft mr. H.M.J. Offermans, advocaat, hoger beroep ingesteld.

Het college heeft een verweerschrift ingediend.

Mr. E.M. Pommé, advocaat, heeft zich als gemachtigde van appellanten gesteld.

Partijen hebben toestemming gegeven een onderzoek ter zitting achterwege te laten, waarna het onderzoek is gesloten.

OVERWEGINGEN

1. De Raad gaat uit van de volgende in dit geding van belang zijnde feiten en omstandigheden.

1.1.

Bij brief van 29 maart 2012, aangevuld op 3 april 2012, hebben appellanten verzocht om bijzondere bijstand in de kosten van reizen met het openbaar vervoer, verblijfskosten en kosten van de eigen bijdrage in ziekenvervoer.

1.2.

Bij brief van 5 april 2012 heeft het college appellanten verzocht voor 21 april 2012 een aanvraagformulier voor bijzondere bijstand te gebruiken en bewijsstukken van de reiskosten en de kosten van het ziekenvervoer over te leggen. Het college heeft daarbij meegedeeld dat de aanvraag van appellanten buiten behandeling zal worden gesteld als de gevraagde gegevens niet worden verstrekt. Appellanten hebben bezwaar gemaakt tegen de brief van

5 april 2012.

1.3.

Bij besluit van 7 mei 2012 heeft het college de aanvraag van 29 maart 2012 buiten behandeling gesteld.

1.4.

Bij besluit van 10 juli 2012 (bestreden besluit) heeft het college het bezwaar van appellanten tegen de brief van 5 april 2012 niet-ontvankelijk verklaard. Hieraan heeft het college ten grondslag gelegd dat deze brief een beslissing is ter voorbereiding van een besluit als bedoeld in artikel 6:3 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb). Dit betekent dat dit besluit niet vatbaar is voor bezwaar en beroep, tenzij dit besluit de belanghebbende los van het voor te bereiden besluit rechtstreeks in zijn belang treft. Van dat laatste is volgens het college niet gebleken.

2. Bij de aangevallen uitspraak heeft de rechtbank het beroep tegen het bestreden besluit ongegrond verklaard.

3. Appellanten hebben zich in hoger beroep op de hierna te bespreken gronden tegen deze uitspraak gekeerd.

4. De Raad komt tot de volgende beoordeling.

4.1.

Ingevolge artikel 6:3 van de Awb is een beslissing inzake de procedure ter voorbereiding van een besluit niet vatbaar voor bezwaar of beroep, tenzij deze beslissing de belanghebbende los van het voor te bereiden besluit rechtsreeks in zijn belang treft.

4.2.

De Raad is met de rechtbank en het college van oordeel dat de brief van 5 april 2012 een beslissing als bedoeld in artikel 6:3 van de Awb is inzake de procedure ter voorbereiding van het besluit van het college op de aanvraag van appellanten van 29 maart 2012 en dat zij daardoor los van het te nemen besluit op de aanvraag niet rechtstreeks in hun belang worden getroffen. Het standpunt van appellanten dat het college ten onrechte heeft verlangd dat zij gebruik maken van aanvraagformulieren en de stelling van appellanten dat zij door de brief van 5 april 2012 een voorschot op de kosten van de gevraagde bijzondere bijstand zijn misgelopen leiden niet tot het oordeel dat appellanten los van het voor te bereiden besluit rechtstreeks in hun belang worden getroffen. De rechtbank heeft er terecht op gewezen dat appellanten deze punten aan de orde kunnen stellen in een procedure tegen het besluit op de aanvraag. Vergelijk de uitspraak van 8 februari 2011, ECLI:NL:CRVB:2011:BP6186.

4.3.

Uit 4.2 volgt dat de brief van 5 april 2012 niet voor bezwaar vatbaar is. Het college heeft het bezwaar van appellanten terecht niet-ontvankelijk verklaard. De rechtbank heeft het beroep van appellanten terecht ongegrond verklaard.

4.4.

Gelet op het voorgaande treft het hoger beroep geen doel. De aangevallen uitspraak moet daarom worden bevestigd.

5. Voor een veroordeling in de proceskosten bestaat geen aanleiding.

BESLISSING

De Centrale Raad van Beroep bevestigt de aangevallen uitspraak.

Deze uitspraak is gedaan door C. van Viegen, in tegenwoordigheid van M. Zwart als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 18 augustus 2015.

(getekend) C. van Viegen

(getekend) M. Zwart

HD