Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:CRVB:2015:2761

Instantie
Centrale Raad van Beroep
Datum uitspraak
12-08-2015
Datum publicatie
19-08-2015
Zaaknummer
14/2524 WW
Rechtsgebieden
Socialezekerheidsrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Uit de tussenuitspraak volgt dat de aangevallen uitspraak, waarbij - voor zover hier van belang - het besluit van 8 april 2013 in stand is gelaten, moet worden vernietigd. Doende hetgeen de rechtbank zou behoren te doen, zal ook het besluit van 8 april 2013 worden vernietigd. Het besluit van 19 mei 2015 wordt door appellante niet bestreden. Gelet op de artikelen 6:19, eerste lid, en 6:24 van de Awb wordt dit besluit niet in de beoordeling betrokken.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

14/2524 WW

Datum uitspraak: 12 augustus 2015

Centrale Raad van Beroep

Enkelvoudige kamer

Uitspraak op het hoger beroep tegen de uitspraak van de Gelderland van 25 maart 2014, 13/2759 (aangevallen uitspraak)

Partijen:

[appellante] te [woonplaats] (appellante)

de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (Uwv)

[werknemer] (werknemer)

PROCESVERLOOP

De Raad heeft in het geding tussen partijen op 8 april 2015 een tussenuitspraak, ECLI:NL:CRVB:2015:1092, gedaan.

Ter uitvoering van de tussenuitspraak heeft het Uwv op 19 mei 2015 een nieuwe beslissing op bezwaar genomen.

Appellante is in de gelegenheid gesteld haar zienswijze over het besluit van 19 mei 2015 naar voren te brengen. Appellante heeft te kennen gegeven dat het besluit tegemoet komt aan het oorspronkelijke bezwaar.

De meervoudige kamer heeft de zaak verwezen naar de enkelvoudige kamer, waarna het onderzoek is gesloten.

Met toepassing van artikel 8:57, tweede en derde lid, aanhef en onder d, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb), gelezen in verbinding met artikel 8:108, eerste lid, van de Awb, is een nader onderzoek ter zitting achterwege gelaten.

OVERWEGINGEN

1. Bij de tussenuitspraak is geoordeeld dat het Uwv ten onrechte heeft nagelaten appellante te compenseren voor de schade die als gevolg van de onrechtmatige besluitvorming is ontstaan.

2. Bij besluit van 19 mei 2015 heeft het Uwv het bezwaar van appellante gegrond verklaard en het besluit van 18 februari 2013 herroepen en appellante een schadevergoeding toegekend van € 299,85. Het Uwv heeft verder besloten aan appellante de kosten van rechtsbijstand in bezwaar te vergoeden tot een bedrag van € 944,-.

3. Volgens appellante heeft het Uwv met het besluit van 19 mei 2015 op een juiste wijze uitvoering gegeven aan de tussenuitspraak en is daarmee daadwerkelijk tegemoetgekomen aan haar bezwaren. Zij heeft verzocht om vergoeding van haar proceskosten in beroep en in hoger beroep.

4. De Raad komt tot de volgende beoordeling.

4.1.

Uit de tussenuitspraak volgt dat de aangevallen uitspraak, waarbij - voor zover hier van belang - het besluit van 8 april 2013 in stand is gelaten, moet worden vernietigd. Doende hetgeen de rechtbank zou behoren te doen, zal ook het besluit van 8 april 2013 worden vernietigd.

4.2.

Het besluit van 19 mei 2015 wordt door appellante niet bestreden. Gelet op de artikelen 6:19, eerste lid, en 6:24 van de Awb wordt dit besluit niet in de beoordeling betrokken.

4.3.

Er is aanleiding om het Uwv te veroordelen in de proceskosten van appellante. De kosten van rechtsbijstand worden begroot op € 980,- in beroep en op € 980,- in hoger beroep, in totaal € 1.960,-.

BESLISSING

De Centrale Raad van Beroep

  • -

    vernietigt de aangevallen uitspraak;

  • -

    verklaart het beroep gegrond en vernietigt het besluit van 8 april 2013;

  • -

    veroordeelt het Uwv in de proceskosten van appellante tot een bedrag van € 1.960,-;

  • -

    bepaalt dat het Uwv aan appellante het in beroep en in hoger beroep betaalde griffierecht van in totaal € 811,- vergoedt.

Deze uitspraak is gedaan door H.G. Rottier als voorzitter, in tegenwoordigheid van P. Boer als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 12 augustus 2015.

(getekend) H.G. Rottier

(getekend) P. Boer

AP