Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:CRVB:2015:2732

Instantie
Centrale Raad van Beroep
Datum uitspraak
13-08-2015
Datum publicatie
18-08-2015
Zaaknummer
14/5299 AW
Rechtsgebieden
Ambtenarenrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Functiewaardering en inschaling. De korpschef heeft op goede gronden kunnen concluderen dat de functie van Beleidsmedewerker B zwaarder is dan de functie Adviseur PPS en daarmee dus niet vergelijkbaar is. Gegeven de door hem bij het bestreden besluit gehanteerde functiewaarderingsmethode had de korpschef daarom niet ook nog behoeven te onderzoeken of de functie van Adviseur PPS vergelijkbaar is met de naastgelegen hogere referentiefunctie. De korpschef kan bezwaarlijk worden gehouden aan het advies van een andere bezwaarschriftencommissie, in een andere zaak, betrekking hebbend op een andere functiebeschrijving, terwijl appellant onvoldoende heeft onderbouwd dat sprake is van gelijke gevallen.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

14/5299 AW

Datum uitspraak: 13 augustus 2015

Centrale Raad van Beroep

Meervoudige kamer

Uitspraak op het hoger beroep tegen de uitspraak van de rechtbank Noord-Nederland van

8 augustus 2014, 14/175 (aangevallen uitspraak)

Partijen:

[appellant] te [woonplaats] (appellant)

de Korpschef van politie (korpschef)

PROCESVERLOOP

Namens appellant heeft mr. T.A. van Helvoort hoger beroep ingesteld.

De korpschef heeft een verweerschrift ingediend.

Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 2 juli 2015. Appellant is verschenen, bijgestaan door mr. M.H. Welter. De korpschef heeft zich laten vertegenwoordigen door mr. H.J. De Wit en M.H. van der Zee.

OVERWEGINGEN

1.1.

Naar aanleiding van een verzoek van appellant om functieonderhoud is op 10 december 2012 zijn functie opnieuw beschreven. De functienaam van de herbeschreven functie is Adviseur Publiek Private Samenwerking (Adviseur PPS). Nadat de korpschef zijn voornemen daartoe bekend had gemaakt en appellant zijn zienswijze naar voren had gebracht, heeft de korpschef bij besluit van 11 juni 2013 deze functie, in overeenstemming met het advies van de Commissie Heroverweging Functiewaardering eenheid Noord-Nederland, ingedeeld in

schaal 10 van het Besluit bezoldiging politie.

1.2.

Bij besluit van 11 november 2013 (bestreden besluit) heeft de korpschef, in overeenstemming met het advies van de Commissie van Advies bezwaren functiewaardering Politie, het bezwaar tegen het besluit van 11 juni 2013 ongegrond verklaard.

2. Bij de aangevallen uitspraak heeft de rechtbank het beroep tegen het bestreden besluit ongegrond verklaard.

3. Appellant heeft zich in hoger beroep op de hierna te bespreken gronden tegen de aangevallen uitspraak gekeerd.

4. De Raad komt tot de volgende beoordeling.

4.1.

Volgens vaste rechtspraak van de Raad (uitspraak van 15 december 2011, ECLI:NL:CRVB:2011:BU8698) is de rechterlijke toetsing bij functiewaardering een terughoudende. De rechter moet beoordelen of de waardering op voldoende gronden berust. Dit betekent dat de bestreden waardering niet in stand kan blijven als deze onhoudbaar is.

4.2.

Tussen partijen is niet in geschil dat als uitgangspunt voor de waardering van de functie van Adviseur PPS de functiebeschrijving van 10 december 2012 dient te worden genomen. Evenmin is in geschil dat de korpschef terecht de referentiefuncties van Beleidsmedewerker A (schaal 9) en Beleidsmedewerker B (schaal 11) uit de functiereeks Politiële Beleidsondersteuning en de referentiefuncties Preventieambtenaar (schaal 9) en Coördinator Voorkoming misdrijven (schaal 10) uit de functiereeks Bijzondere Taken bij de functiewaardering heeft betrokken.

4.3.

De korpschef heeft zich op het standpunt gesteld dat de functie van Adviseur PPS zwaarder is dan de referentiefunctie Beleidsmedewerker A en lichter dan de referentiefunctie Beleidsmedewerker B, zodat niet hoeft te worden nagegaan of de functie van Adviseur PPS vergelijkbaar is met de naastgelegen hogere referentiefunctie in de functiereeks Politiële Beleidsondersteuning, Beleidsmedewerker C (schaal 12). Volgens de korpschef is de functie van Adviseur PPS voorts zwaarder dan de referentiefunctie Preventieambtenaar, maar wel vergelijkbaar met de referentiefunctie van Coördinator Voorkoming misdrijven.

4.4.1.

Appellant heeft aangevoerd dat de functie van Adviseur PPS vergelijkbaar is met de referentiefunctie Beleidsmedewerker B en dat de korpschef daarom ten onrechte geen vergelijking heeft gemaakt met de referentiefunctie Beleidsmedewerker C.

4.4.2.

Uit de beschrijving van de functie Adviseur PPS blijkt dat bij die functie de werkzaamheden worden verricht in een specifieke publiek private samenwerking, namelijk het Regionaal Platform Criminaliteitsbeheersing (RPC) regio Drenthe en dat alle bestanddelen van die functie (beleidsontwikkeling, advisering, informatieverstrekking en projectleiding) uitsluitend in het kader van het landelijk geïnitieerde RPC-programma worden uitgeoefend. Een dergelijke begrenzing is niet te vinden in de beschrijving van de referentiefunctie Beleidsmedewerker B. Deze functiebeschrijving ziet op het zelfstandig en met eigen projectverantwoordelijkheid verrichten van onderzoek en adviseren "ten behoeve van politiële beleidsontwikkeling". Het gaat daarbij om beleidsontwikkeling over de volle breedte van het politiële werkterrein. Zou dat niet zo zijn, dan zou dat in de beschrijving expliciet tot uitdrukking zijn gebracht, zoals dat ook het geval is bij de beschrijving van de tot dezelfde functiereeks behorende referentiefunctie Beleidsmedewerker A, waarin is vermeld dat deze werkzaam is op een specifiek beleidsterrein.

4.4.3.

In de beschrijving van de referentiefunctie Beleidsmedewerker B is het evalueren van het gevoerde beleid opgenomen. Deze taak, die deel uitmaakt van een gehele beleidscyclus, komt in de functiebeschrijving van de Adviseur PPS niet voor. Tot het takenpakket van de Adviseur PPS behoren evenmin de begeleiding van de implementatie van nieuwe instrumenten en het eventueel begeleiden van Beleidsmedewerkers A. Deze taken zijn wel vermeld in de beschrijving van de referentiefunctie Beleidsmedewerker B.

4.4.4.

Op grond van wat onder 4.4.2 en 4.4.3 is overwogen heeft de rechtbank terecht geoordeeld dat de korpschef heeft kunnen concluderen dat de functie van

Beleidsmedewerker B zwaarder is dan de functie Adviseur PPS en daarmee dus niet vergelijkbaar is. Gegeven de door hem bij het bestreden besluit gehanteerde functiewaarderingsmethode had de korpschef daarom niet ook nog behoeven te onderzoeken of de functie van Adviseur PPS vergelijkbaar is met de naastgelegen hogere referentiefunctie in de functiereeks Politiële Beleidsondersteuning, Beleidsmedewerker C. De beroepsgrond genoemd in 4.4.1 treft dan ook geen doel.

4.5.

Ter zitting heeft appellant onder verwijzing naar een in eerste aanleg overgelegd advies van de heroverwegingscommissie Functiewaardering van de politieregio's Noord-Holland Noord en Zaanstreek-Waterland betoogd dat de korpschef heeft gehandeld in strijd met het gelijkheidsbeginsel. Dit betoog wordt niet gevolgd. De rechtbank heeft terecht geoordeeld dat de korpschef bezwaarlijk kan worden gehouden aan het advies van een andere bezwaarschriftencommissie, in een andere zaak, betrekking hebbend op een andere functiebeschrijving en dat appellant onvoldoende heeft onderbouwd dat sprake is van gelijke gevallen.

4.6.

Uit wat is overwogen in 4.4.1 tot en met 4.5 vloeit voort dat het hoger beroep niet slaagt, zodat de aangevallen uitspraak moet worden bevestigd.

5. Voor een veroordeling in de proceskosten bestaat geen aanleiding.

BESLISSING

De Centrale Raad van Beroep bevestigt de aangevallen uitspraak.

Deze uitspraak is gedaan door N.J. van Vulpen-Grootjans als voorzitter en K.J. Kraan en J.J.A. Kooijman als leden, in tegenwoordigheid van B. Rikhof als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 13 augustus 2015.

(getekend) N.J. van Vulpen-Grootjans

(getekend) B. Rikhof

HD