Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:CRVB:2015:2460

Instantie
Centrale Raad van Beroep
Datum uitspraak
24-07-2015
Datum publicatie
27-07-2015
Zaaknummer
13-2598 WIA
Rechtsgebieden
Socialezekerheidsrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Loongerelateerde WGA-uitkering. Voldoende medische en arbeidskundige grondslag.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Uitspraak

13/2598 WIA

Datum uitspraak: 24 juli 2015

Centrale Raad van Beroep

Meervoudige kamer

Uitspraak op het hoger beroep tegen de uitspraak van de rechtbank Overijssel van

5 april 2013, 12/1139 (aangevallen uitspraak)

Partijen:

[Appellante] te [woonplaats] (appellante)

de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (Uwv)

PROCESVERLOOP

Namens appellante heeft mr. M.B. van Voorthuizen hoger beroep ingesteld.

Het Uwv heeft een verweerschrift ingediend.

Appellante heeft nadere stukken ingediend.

Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 1 mei 2015. Appellante is verschenen, bijgestaan door mr. Van Voorthuizen, voornoemd. Namens het Uwv is, met bericht, niemand verschenen.

OVERWEGINGEN

1.1.

Appellante is op 14 oktober 2008 met lichamelijke en psychische klachten uitgevallen

voor haar werkzaamheden als administratief medewerkster. Bij besluit van 20 oktober 2010 heeft het Uwv vastgesteld dat appellante met ingang van 27 oktober 2010 geen recht heeft op een uitkering ingevolge de Wet werk en inkomen naar arbeidsvermogen (Wet WIA) omdat zij in staat wordt geacht meer dan 65% te verdienen van het loon dat zij verdiende voordat zij ziek werd.

1.2.

Bij besluit van 31 oktober 2011 (bestreden besluit) heeft het Uwv het bezwaar van

appellante tegen het besluit van 20 oktober 2010 gegrond verklaard en vastgesteld dat voor appellante met ingang van 27 oktober 2010 recht is ontstaan op een WIA-uitkering in de vorm van een loongerelateerde WGA-uitkering, naar een mate van arbeidsongeschiktheid van 35 tot 80%.

2. Bij de aangevallen uitspraak heeft de rechtbank het beroep van appellante tegen het bestreden besluit ongegrond verklaard. De rechtbank heeft zowel de medische als de arbeidskundige onderbouwing van het bestreden besluit voldoende geacht.

3. In hoger beroep heeft appellante gesteld dat het Uwv de gevolgen van de ziekte van Lyme voor haar belastbaarheid onderschat. Appellante heeft verwezen naar de in beroep overgelegde brieven van reumatoloog J.C.M. Oostveen van 14 februari 2008, van internist A.J. Ouwehand van 24 februari 2010, van internist-infectioloog G.J. Kootstra van

19 juli 2010, van neuroloog A.E.J. Sijben van 2 augustus 2010 en naar het psychologisch rapport van Arbe dienstverlening van 4 februari 2011. Appellante heeft informatie overgelegd over de ziekte van Lyme en Lyme-borreliose. Verder heeft appellante een brief overgelegd van cardioloog R. Nijhuis van 16 oktober 2014 en een besluit van het Uwv van 5 november 2014, waarbij het Uwv appellante met ingang van 1 mei 2014 in aanmerking heeft gebracht voor een IVA-uitkering.

4. De Raad overweegt het volgende.

4.1.

De rechtbank heeft in de overgelegde medische informatie terecht geen aanleiding gezien te twijfelen aan de vastgestelde belastbaarheid van appellante op de datum in geding,

27 oktober 2010. De verzekeringsarts heeft in zijn rapport van 21 september 2010 melding gemaakt van gewrichtsklachten in verband met in 2002 vastgestelde Lyme, van hartritmestoornissen in 2008 en van angstklachten. In een nader rapport van 3 januari 2011 heeft de verzekeringsarts de ingebrachte informatie van de reumatoloog uit 2008 besproken. Vervolgens heeft de verzekeringsarts bezwaar en beroep in zijn rapport van 28 juni 2011 geconcludeerd dat bij appellante ten tijde in geding sprake was van fibromyalgie,

niet-evidente late activiteit van de ziekte van Lyme en van psychiatrische problematiek, angstklachten. Hij kan zich verenigen met de door de primaire verzekeringsarts vastgestelde beperkingen in de rubrieken 1 en 2 van de Functionele Mogelijkhedenlijst. Gezien de kwetsbare situatie op psychisch vlak heeft de verzekeringsarts bezwaar en beroep uit preventief oogpunt een urenbeperking aangenomen, waarbij appellante maximaal zes uur per dag belastbaar is. In beroep is de verzekeringsarts bezwaar en beroep in een rapport van

6 maart 2012 ingegaan op de overgelegde brieven van de reumatoloog, internist, infectioloog en neuroloog en op het rapport van Arbe. De verzekeringsarts bezwaar een beroep meldt dat de reumatoloog geen aanwijzingen vond voor een actieve ziekte van Lyme, wel voor polyartrose met een chronisch pijnsyndroom. Neuroloog Sijben noemt de mogelijkheid dat sprake zou kunnen zijn van neuroborreliose, maar meldt dat er geen bevindingen zijn van een lumbaalpunctie.

4.2.

De Raad stelt vast dat er geen medische informatie is waaruit naar voren komt dat bij appellante sprake is van neuroborreliose. De verzekeringsartsen van het Uwv hebben op grond van de beschikbare medische informatie terecht geconcludeerd dat de klachten van appellante niet kunnen worden geobjectiveerd als een gevolg van de ziekte van Lyme. Verder ziet de Raad in de in hoger beroep ingebrachte stukken geen onderbouwing voor het standpunt van appellante dat zij ten tijde in geding als gevolg van haar hartklachten meer beperkt was dan door de verzekeringsartsen van het Uwv is aangenomen. Er zijn geen aanknopingspunten om de beoordeling van de verzekeringsartsen van het Uwv voor onjuist te houden. De Raad ziet dan ook geen aanleiding om een deskundige te benoemen.

4.3.

Ervan uitgaande dat de beperkingen van appellante niet zijn onderschat, bestaat er geen aanleiding voor het oordeel dat de uiteindelijk geselecteerde functies in medisch opzicht niet passend zijn voor appellante. De arbeidsdeskundige bezwaar en beroep heeft in zijn rapport van 19 juli 2011 inzichtelijk toegelicht waarom de belasting in de geselecteerde functies de belastbaarheid van appellante niet overschrijdt.

4.4.

Uit het voorgaande volgt dat het hoger beroep niet slaagt en dat de aangevallen uitspraak moet worden bevestigd.

5. Voor een veroordeling in de proceskosten bestaat geen aanleiding.

BESLISSING

De Centrale Raad van Beroep bevestigt de aangevallen uitspraak.

Deze uitspraak is gedaan door J.P.M. Zeijen als voorzitter en R.E. Bakker en

G. van Zeben-de Vries als leden, in tegenwoordigheid van P. Uijtdewillegen als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 24 juli 2015.

(getekend) J.P.M. Zeijen

(getekend) P. Uijtdewillegen

RB