Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:CRVB:2015:2208

Instantie
Centrale Raad van Beroep
Datum uitspraak
01-07-2015
Datum publicatie
09-07-2015
Zaaknummer
12-6418 WIA
Rechtsgebieden
Socialezekerheidsrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Met nader besluit geheel tegemoetgekomen. Proceskostenveroordeling. Wettelijke rente. Kosten deskundigenonderzoek.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Uitspraak

12/6418 WIA

Datum uitspraak: 1 juli 2015

Centrale Raad van Beroep

Enkelvoudige kamer

Einduitspraak op het hoger beroep tegen de uitspraak van de rechtbank Den Haag van

24 oktober 2012, 12/4760 (aangevallen uitspraak)

Partijen:

[Appellant] te [woonplaats] (appellante)

de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (Uwv)

PROCESVERLOOP

De Raad heeft op 15 april 2015 een tussenuitspraak gedaan, ECLI:NL:CRVB:2015:1205.

Ter uitvoering van de tussenuitspraak heeft het Uwv op 27 mei 2015 een gewijzigde beslissing op bezwaar genomen.

Met toepassing van artikel 8:57, tweede lid, aanhef en onder c, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb), gelezen in verbinding met artikel 8:108, eerste lid, van de Awb is een nader onderzoek ter zitting achterwege gelaten. De meervoudige kamer heeft de zaak verwezen naar de enkelvoudige kamer, waarna het onderzoek is gesloten.

OVERWEGINGEN

1. Bij besluit van 8 november 2011 heeft het Uwv geweigerd om appellante met ingang van 17 november 2011 een uitkering op grond van de Wet werk en inkomen naar arbeidsvermogen (Wet WIA) toe te kennen. Ter uitvoering van de tussenuitspraak van

15 april 2015 heeft het Uwv bij de gewijzigde beslissing op bezwaar alsnog vastgesteld dat appellante met ingang van 17 november 2011 recht heeft op een uitkering ingevolge de Wet WIA, berekend naar een mate van arbeidsongeschiktheid van 80 tot 100%. In haar reactie daarop van 5 juni 2015 heeft appellante meegedeeld dat met de gewijzigde beslissing op bezwaar geheel aan haar bezwaren is tegemoetgekomen. Appellante heeft verzocht om het Uwv te veroordelen tot betaling van de wettelijke rente over de na te betalen uitkering, in de proceskosten en het griffierecht alsmede in de door haar gemaakte kosten voor het inschakelen van een onafhankelijk deskundige.

2. Het hoger beroep van appellante slaagt. De aangevallen uitspraak komt voor vernietiging in aanmerking.

3. Het verzoek van appellante om het Uwv te veroordelen tot betaling van de wettelijke rente over de na te betalen uitkering wordt toegewezen. Voor de wijze waarop het Uwv de rente moet berekenen, wordt verwezen naar de uitspraak van de Raad van 25 januari 2012, ECLI:NL:CRVB:2012:BV1958.

4. De Raad ziet aanleiding om het Uwv te veroordelen in de kosten die appellante in verband met de behandeling in beroep en in hoger beroep redelijkerwijs heeft moeten maken. Deze kosten worden begroot op € 2.450,- (1 punt voor beroepschrift, 1 punt voor hoger beroepschrift, 1 punt voor de zitting rechtbank, 2 punten voor zittingen Raad; in totaal

5 punten x € 490,-) voor verleende rechtsbijstand in beroep en in hoger beroep, en op

€ 5.844,30 voor de door appellante gemaakte kosten ten behoeve van het deskundigenonderzoek, in totaal € 8.294,30.

BESLISSING

De Centrale Raad van Beroep

  • -

    vernietigt de aangevallen uitspraak;

  • -

    verklaart het beroep gegrond;

  • -

    veroordeelt het Uwv tot vergoeding aan appellante van de schade zoals onder 3 van deze uitspraak is vermeld;

  • -

    veroordeelt het Uwv in de door appellante in beroep en hoger beroep gemaakte proceskosten tot een totaal bedrag van € 8.294,30;

  • -

    bepaalt dat het Uwv het door appellante betaalde griffierecht van € 157,- vergoedt.

Deze uitspraak is gedaan door J.S. van der Kolk, in tegenwoordigheid van M.D.F. de Moor als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 1 juli 2015.

(getekend) A.I. van der Kris

(getekend) P. Boer

MK