Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:CRVB:2014:723

Instantie
Centrale Raad van Beroep
Datum uitspraak
26-02-2014
Datum publicatie
05-03-2014
Zaaknummer
13-3648 WIA
Rechtsgebieden
Socialezekerheidsrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Proceskostenveroordeling.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Uitspraak

Datum uitspraak: 26 februari 2014

13/3648 WIA

Centrale Raad van Beroep

Enkelvoudige kamer

Uitspraak op het hoger beroep tegen de uitspraak van de rechtbank Limburg van 3 juni 2013, 12/1722 (aangevallen uitspraak)

Partijen:

[appellante] te [woonplaats] (appellante)

de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (Uwv)

PROCESVERLOOP

Namens appellante heeft mr. R. Schoonbrood, advocaat, hoger beroep ingesteld.

Het Uwv heeft op 3 september 2013 een nieuwe beslissing op bezwaar genomen.

Bij brief van 15 november 2013 is namens appellante verzocht het Uwv te veroordelen in de proceskosten in beroep en hoger beroep en het betaalde griffierecht.

Het Uwv heeft gebruik gemaakt van de gelegenheid een verweerschrift in te dienen.

Met toestemming van partijen is het onderzoek ter zitting achterwege gelaten. Vervolgens is het onderzoek gesloten.

OVERWEGINGEN

Met de nieuwe beslissing op bezwaar van 3 september 2013 heeft het Uwv opnieuw op het bezwaar van appellante beslist. Appellante heeft de Raad bericht dat de nieuwe beslissing op bezwaar van 3 september 2013 geheel tegemoet komt aan het beroep en dat appellante alleen nog aanspraak maakt op vergoeding van de kosten voor rechtsbijstand in beroep en hoger beroep en het betaalde griffierecht.

Nu er tussen partijen geen door de Raad te beslechten inhoudelijk geschil meer bestaat, moet het hoger beroep niet-ontvankelijk worden verklaard wegens het ontbreken van procesbelang.

De Raad ziet aanleiding om op grond van artikel 8:75 van de Algemene wet bestuursrecht het Uwv te veroordelen in de proceskosten die appellante in verband met de behandeling van het beroep en het hoger beroep redelijkerwijs heeft moeten maken. De proceskosten worden, ingevolge het Besluit proceskosten bestuursrecht, begroot op € 974,- in beroep en € 487,- in hoger beroep.

BESLISSING

De Centrale Raad van Beroep

  • -

    verklaart het hoger beroep niet-ontvankelijk;

  • -

    veroordeelt het Uwv in de kosten van appellante tot een bedrag van € 1.461,-;

  • -

    bepaalt dat het Uwv het door appellante in beroep en hoger beroep betaalde griffierecht van in totaal € 162,- vergoedt.

Deze uitspraak is gedaan door B.M. van Dun, in tegenwoordigheid van K.R. van Renswoude als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 26 februari 2014.

(getekend) B.M. van Dun

(getekend) K.R. van Renswoude

TM