Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:CRVB:2014:598

Instantie
Centrale Raad van Beroep
Datum uitspraak
26-02-2014
Datum publicatie
04-03-2014
Zaaknummer
12-5139 WIA
Rechtsgebieden
Socialezekerheidsrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Weigering WIA-uitkering. Voldoende medische en arbeidskundige grondslag.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Uitspraak

12/5139 WIA

Datum uitspraak: 26 februari 2014

Centrale Raad van Beroep

Meervoudige kamer

Uitspraak op het hoger beroep tegen de uitspraak van de rechtbank ’s-Gravenhage van

8 augustus 2012, 12/2455 (aangevallen uitspraak)

Partijen:

[Appellante] te [woonplaats] (appellante)

de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (Uwv)

PROCESVERLOOP

Namens appellante heeft mr. J.P.W. van Bohemen, advocaat, hoger beroep ingesteld.

Het Uwv heeft een verweerschrift ingediend.

Het onderzoek ter zitting heeft gevoegd met de zaak 13/1506 ZW plaatsgehad op 15 januari 2014, waar appellante is verschenen bijgestaan door mr. A.P. van Geffen en het Uwv zich heeft laten vertegenwoordigen door W.H.M. Visser. Na de behandeling ter zitting zijn de zaken gesplitst.

OVERWEGINGEN

1.

Appellante is op 30 december 2009 uitgevallen voor haar werkzaamheden medewerker postkamer voor 20 uur per week als gevolg van een operatie aan haar rechtervoet en daardoor ontstane aanhoudende pijnklachten. Daarnaast achtte zij zich ongeschikt voor arbeid in verband met psychische klachten, concentratie- en vermoeidheidsklachten.

2.

Bij besluit van 12 oktober 2011 heeft het Uwv vastgesteld dat voor appellante geen recht op een uitkering op grond van de Wet werk en inkomen naar arbeidsvermogen (Wet WIA) is ontstaan, omdat zij met ingang van 6 januari 2012 minder dan 35% arbeidsongeschikt is. Het bezwaar van appellante tegen dit besluit is bij besluit van 5 maart 2012 (bestreden besluit) ongegrond verklaard.

3.

Bij de aangevallen uitspraak heeft de rechtbank het beroep tegen het bestreden besluit ongegrond verklaard. De opvatting van appellante dat haar beperkingen in de Functionele Mogelijkhedenlijst (FML) door het Uwv zijn onderschat, is volgens de rechtbank niet met medische stukken onderbouwd. De rechtbank heeft het standpunt van de bezwaarverzekeringsarts gevolgd dat voldoende beperkingen zijn vastgesteld ten aanzien van de voetklachten, de psychische klachten en de persoonlijkheidsstoornis.

4.

In hoger beroep heeft appellante haar standpunt herhaald dat zij als gevolg van haar klachten niet in staat is om arbeid te verrichten. Zij heeft verwezen naar een rapport van psychotherapeut drs. A. Beekman van 28 juni 2012 en twee rapporten van anesthesioloog

R. Baron van 18 januari 2011 en van 12 maart 2012. Het medische onderzoek van de verzekeringsartsen van het Uwv is volgens appellante onzorgvuldig geweest, omdat het verschil van inzicht tussen Beekman en de verzekeringsarts groot is en de verzekeringsarts geen contact heeft opgenomen met Beekman.

5.

Het Uwv heeft in hoger beroep een reactie van de bezwaarverzekeringsarts van

13 november 2013 ingediend en verwezen naar het rapport van de bezwaarverzekeringsarts van 7 februari 2012. Er is volgens de bezwaarverzekeringsarts geen nieuwe medische informatie beschikbaar gekomen met betrekking tot de datum in geding. Hij heeft erop gewezen dat uit het rapport van reumatoloog J.J. van Hilten van 15 juli 2011 blijkt van het ontstaan van een Complex Regionaal Pijnsyndroom (CRPS) na de voetoperatie in 2010, maar ook dat het CPRS bij onderzoek in juli 2011 niet meer aanwezig is.

6.

De Raad komt tot de volgende beoordeling.

6.1.

In hoger beroep heeft appellante de in eerdere fasen van de procedure naar voren gebrachte gronden in essentie herhaald. Dat de verzekeringsartsen van het Uwv geen contact hebben opgenomen met Beekman staat de zorgvuldigheid van het medische onderzoek niet in de weg. Het behoort tot de expertise van een verzekeringsarts om (ook) onderzoek te doen naar psychische klachten en de verzekeringsarts beschikte over voldoende informatie om tot een zorgvuldig oordeel te kunnen komen. Uit de informatie van Beekman van 28 juni 2012 blijkt niet dat sprake is van een veranderde gezondheidssituatie. Het behoort bovendien niet tot de expertise van een psychotherapeut om uitspraken te doen over de inzetbaarheid voor arbeid in verband met een arbeidsongeschiktheidsbeoordeling. Ten aanzien van de pijnklachten aan de rechtervoet heeft appellante geen informatie ingediend waaruit blijkt dat het standpunt van het Uwv onjuist is. Met de pijnklachten aan de rechtervoet heeft het Uwv bij het vaststellen van de belastbaarheid voor arbeid van appellante in de FML rekening gehouden door haar gedurende niet langer dan ongeveer een half uur achtereen in staat te achten te lopen en te staan. Ook ten aanzien van de overige geclaimde klachten van appellante zijn er door haar in hoger beroep geen medische stukken ingediend op grond waarvan zou moeten worden getwijfeld aan de juistheid van de medische beoordeling en de in de FML vastgestelde beperkingen en belastbaarheid voor arbeid van appellante ten tijde in geding.

6.2.

Uitgaande van de juistheid van de FML zijn er geen redenen om te twijfelen aan het oordeel van de rechtbank over de (medische) geschiktheid van de functies. In de functies wordt niet vereist dat langer dan een half uur achtereen wordt gestaan of gelopen. De aan de schatting ten grondslag gelegde functies stikster meubelkleding, assemblagemedewerker en bestucker zijn overwegend zittende functies. De bezwaararbeidsdeskundige heeft de signaleringen, die duiden op eventuele overschrijdingen van de belastbaarheid, voldoende toegelicht.

6.3.

Uit hetgeen is overwogen in 6.1 en 6.2 volgt dat het hoger beroep niet slaagt. De aangevallen uitspraak moet worden bevestigd.

7.

Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

BESLISSING

De Centrale Raad van Beroep bevestigt de aangevallen uitspraak.

Deze uitspraak is gedaan door G.A.J. van den Hurk als voorzitter en M. Greebe en

C.C.W. Lange als leden, in tegenwoordigheid van H.J. Dekker als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 26 februari 2014.

(getekend) G.A.J. van den Hurk

(getekend) H.J. Dekker

HD