Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:CRVB:2014:517

Instantie
Centrale Raad van Beroep
Datum uitspraak
19-02-2014
Datum publicatie
20-02-2014
Zaaknummer
13-3310 AOW
Formele relaties
Eerste aanleg: ECLI:NL:RBZWB:2013:3301, Bekrachtiging/bevestiging
Rechtsgebieden
Socialezekerheidsrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Niet-verschoonbare termijnoverschrijding indienen bezwaarschrift.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Uitspraak

13/3310 AOW

Datum uitspraak: 19 februari 2014

Centrale Raad van Beroep

Enkelvoudige kamer

Uitspraak op het hoger beroep tegen de uitspraak van de rechtbank Zeeland-West-Brabant van 29 april 2013, 12/5907 (aangevallen uitspraak)

Partijen:

[appellant] te [woonplaats] (appellant)

de Raad van bestuur van de Sociale verzekeringsbank (Svb)

PROCESVERLOOP

Namens appellant heeft mr. P.F.M. Gulickx, advocaat, hoger beroep ingesteld.

De Svb heeft een verweerschrift ingediend.

Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 19 december 2013. Appellant is verschenen, bijgestaan door mr. Gulickx. De Svb heeft zich laten vertegenwoordigen door

J.Y. van den Berg.

OVERWEGINGEN

1.1. Appellant is de enige erfgenaam van zijn vader, [naam vader appellant], die op 10 januari 2011 is overleden en die in het genot was van een pensioen in de zin van de Algemene Ouderdomswet (AOW). Met een besluit van 15 maart 2012 (besluit 1) heeft de Svb appellant laten weten dat van hem een bedrag van € 7.277,33 wordt teruggevorderd, omdat aan zijn vader in de periode april 2008 tot en met december 2010 een te hoog bedrag aan toeslag op zijn AOW-pensioen is uitbetaald. Appellant is gemeld dat hij het bedrag binnen zes weken moet terugbetalen. Met een besluit van eveneens 15 maart 2012 (besluit 2) is de hoogte van de toeslag voor elke maand in de periode in geding opnieuw vastgesteld.

1.2. Appellant heeft op 21 maart 2012 telefonisch contact opgenomen met de Svb en heeft op 14 mei 2012 (door de Svb ontvangen op 18 mei 2012) een bezwaarschrift ingediend tegen besluit 1. In de beslissing op bezwaar van 20 september 2012 (bestreden besluit) heeft de Svb het bezwaar niet-ontvankelijk verklaard wegens, niet verschoonbare, overschrijding van de bezwaartermijn.

2.

De rechtbank heeft het beroep ongegrond verklaard.

3.1.

In hoger beroep heeft appellant in essentie herhaald hetgeen hij ook in bezwaar en beroep had aangevoerd. In besluit 1 stond vermeld dat hij voor 19 augustus 2011 bezwaar kon maken, terwijl in besluit 2 gemeld werd dat voor 3 april 2012 bezwaar gemaakt moest worden. Dat namens de Svb in het telefonisch onderhoud van 21 maart 2012 gezegd zou zijn dat hij binnen zes weken schriftelijk bezwaar moest maken, kan appellant zich niet herinneren. De onduidelijkheid over de bezwaartermijn is veroorzaakt door de foute rechtsmiddelenvoorlichting van de Svb. De overschrijding van de termijn is daarom verschoonbaar.

3.2.

Hoewel de foutieve rechtsmiddelenvoorlichting van de Svb in de beide besluiten in beginsel zou kunnen leiden tot verschoonbaarheid van de overschrijding van de bezwaartermijn, ziet de Raad hiertoe in dit geval geen aanleiding. Zo appellant al in verwarring is geraakt door de verschillende, beiden foutieve, data genoemd in de besluiten van 15 maart 2012 is hem tijdens het telefonisch onderhoud van 21 maart 2012, dus ruimschoots binnen de bezwaartermijn, verteld dat hij binnen zes weken schriftelijk bezwaar diende te maken. Dit betekent dat geen sprake is van een verschoonbare termijnoverschrijding en dat het bezwaar terecht niet-ontvankelijk is verklaard.

3.3.

De rechtbank heeft het bestreden besluit dus op juiste gronden in stand gelaten. De aangevallen uitspraak dient dan ook bevestigd te worden.

4.

Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

BESLISSING

De Centrale Raad van Beroep bevestigt de aangevallen uitspraak.

Deze uitspraak is gedaan door T.L. de Vries, in tegenwoordigheid van J.C. Hoogendoorn als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 19 februari 2014.

(getekend) T.L. de Vries

(getekend) J.C. Hoogendoorn

ew