Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:CRVB:2014:516

Instantie
Centrale Raad van Beroep
Datum uitspraak
19-02-2014
Datum publicatie
20-02-2014
Zaaknummer
13-2712 WAO
Rechtsgebieden
Socialezekerheidsrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Afwijzing verzoek(en) om herziening. Geen nieuw feit of veranderde omstandigheden.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Uitspraak

13/2712 WAO, 13/2714 WAO, 13/2715 ZW en 13/2716 ZW

Datum uitspraak: 19 februari 2014

Centrale Raad van Beroep

Meervoudige kamer

Uitspraak op het verzoek om herziening van de uitspraken van de Raad van 28 januari 2009, 06/7334 WAO, 07/2152 ZW, 08/5922 ZW en 17 september 2010, 09/3939 WAO

Partijen:

[verzoekster] te [woonplaats] (verzoekster)

de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (Uwv)

PROCESVERLOOP

Verzoekster heeft verzocht om herziening van de uitspraken van de Raad van 28 januari 2009, ECLI:NL:CRVB:2009:BH2308 en 17 september 2010, ECLI:NL:CRVB:2010:BN8335.

Het Uwv heeft een reactie ingezonden.

Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 8 januari 2014. Verzoekster is, met voorafgaand bericht, niet verschenen. Het Uwv heeft zich laten vertegenwoordigen door

mr. A. Ruis.

OVERWEGINGEN

1.1. Bij uitspraak van 28 januari 2009 heeft de Raad het standpunt van het Uwv dat verzoekster per 5 januari 2006 voor 15 tot 25% arbeidsongeschikt moet worden beschouwd, en het standpunt van het Uwv dat verzoekster ingaande 12 juni 2006 niet meer in aanmerking komt voor een Ziektewetuitkering, onderschreven.

1.2. Bij uitspraak 17 september 2010 heeft de Raad het standpunt van het Uwv onderschreven dat de mate van arbeidsongeschiktheid van verzoekster per 30 juni 2007 onveranderd moet worden vastgesteld op 15 tot 25%.

1.3. Bij uitspraak van 13 februari 2013(Awb 10/1845) heeft de rechtbank Oost-Nederland overeenkomstig het rapport van 18 januari 2012 van de ingeschakelde deskundige, psychiater drs. G. Nabarro, geoordeeld dat verzoekster op de datum 3 april 2009 meer beperkt was dan door het Uwv was aangenomen. Naar aanleiding van die uitspraak heeft het Uwv bij besluit van 2 juli 2013 de arbeidsongeschiktheid van verzoekster op 3 april 2009 alsnog op 80 tot 100% bepaald.

2.

Met verwijzing naar de onder 1.3. vermelde uitspraak en rapport van psychiater Nabarro heeft verzoekster bij brief van 25 april 2013 gesteld dat sprake is geweest van jarenlange gerechtelijke dwaling en verzocht de uitspraken van 28 januari 2009 en 17 september 2010 te herzien, zodat met ingang van 5 januari 2006 een rechtvaardig oordeel van toepassing is.

3.1.

Op grond van het per 1 januari 2013 tot artikel 8:119 vernummerde artikel 8:88 van de Algemene wet bestuursrecht kan de Raad op verzoek van een partij een onherroepelijk geworden uitspraak herzien op grond van feiten en omstandigheden die

a. hebben plaatsgevonden voor de uitspraak,

b. bij de indiener van het verzoekschrift voor de uitspraak niet bekend waren en redelijkerwijs

niet bekend konden zijn, en

c. waren ze bij de Raad eerder bekend geweest, tot een andere uitspraak zouden hebben

kunnen leiden.

3.2.

Volgens vaste rechtspraak (zie bijvoorbeeld CRvB 19 november 1998, ECLI:NL:CRVB:1998:ZB8180) strekt het rechtsmiddel van herziening er in beginsel toe om een rechterlijke uitspraak die berust op een naderhand onjuist gebleken feitelijk uitgangspunt te redresseren.

3.3.

De onderhavige situatie voldoet niet aan het onder 3.1 en 3.2 gestelde. Het rapport van psychiater Nabarro van 18 januari 2012 bevat een andere waardering van reeds bekende medische gegevens, hetgeen niet kan worden aangemerkt als een nieuw feit in de zin van artikel 8:88 van de Awb. Voor zover het rapport gegevens bevat die dateren van na de uitspraken van de Raad waarvan herziening is verzocht, kunnen deze evenmin als zodanig nieuw feit worden aangemerkt. Er is derhalve geen sprake van feiten en omstandigheden zoals voor herziening vereist.

3.4.

De brief van verzoekster van 18 juli 2013 waarin zij vraagt om een aan het Uwv gerichte klacht bij de beoordeling te betrekken dient buiten beschouwing te blijven, aangezien deze niet ziet op het onderhavige herzieningsverzoek.

4.

Het verzoek om herziening slaagt niet en moet derhalve worden afgewezen. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

BESLISSING

De Centrale Raad van Beroep wijst het verzoek om herziening af.

Deze uitspraak is gedaan door J.J.T. van den Corput als voorzitter en J.S. van der Kolk en B.W.N. de Waard als leden, in tegenwoordigheid van H.J. Dekker als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 19 februari 2014.

(getekend) J.J.T. van den Corput

(getekend) H.J. Dekker

HD