Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:CRVB:2014:483

Instantie
Centrale Raad van Beroep
Datum uitspraak
11-02-2014
Datum publicatie
20-02-2014
Zaaknummer
13-3441 BBZ
Rechtsgebieden
Socialezekerheidsrecht
Bijzondere kenmerken
Herziening
Inhoudsindicatie

Afwijzing verzoek om herziening ex artikel 8:119 Awb. Geen feiten of omstandigheden als bedoeld in dat artikel.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Uitspraak

13/3441 BBZ

Datum uitspraak: 11 februari 2014

Centrale Raad van Beroep

Enkelvoudige kamer

Uitspraak op het verzoek om herziening van de uitspraak van de Raad van 9 april 2013, 11/4442 BBZ, 12/3836 BBZ

Partijen:

[Verzoeker] te [woonplaats] (verzoeker)

het college van burgemeester en wethouders van Valkenswaard (college)

PROCESVERLOOP

Verzoeker heeft gevraagd om herziening van de bovenvermelde uitspraak van de Raad.

Het college heeft een verweerschrift ingediend.

Verzoeker heeft nadere stukken ingediend.

Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 10 december 2013. Verzoeker is verschenen. Het college is, met bericht, niet verschenen.

OVERWEGINGEN

1.

Op 1 januari 2013 is de Wet aanpassing bestuursprocesrecht (Stb. 2012, 682) in werking getreden. Met deze wet zijn wijzigingen in onder meer de Algemene wet bestuursrecht (Awb) aangebracht. Zo kan op grond van artikel 8:119 van de Awb een onherroepelijk geworden uitspraak van de Raad op verzoek van een partij worden herzien op grond van feiten of omstandigheden die:

a. hebben plaatsgevonden vóór de uitspraak,

b. bij de indiener van het verzoekschrift vóór de uitspraak niet bekend waren en redelijkerwijs niet bekend konden zijn, en

c. waren zij bij de bestuursrechter eerder bekend geweest, tot een andere uitspraak zouden hebben kunnen leiden.

2.

Bij de uitspraak waarvan om herziening wordt verzocht, heeft de Raad de uitspraak van de rechtbank ’s-Hertogenbosch van 21 juni 2012, 11/3530 bevestigd en het verzoek om veroordeling tot vergoeding van schade afgewezen. Deze zaak betrof, voor zover van belang, de afwijzing van het verzoek om kwijtschelding van verzoeker van een vordering op grond van het Besluit bijstandverlening zelfstandigen 2004 (Bbz). Daarbij heeft de Raad, voor zover van belang, overwogen dat het college op goede gronden heeft besloten dat verzoeker niet voor kwijtschelding van deze vordering in aanmerking komt.

3.

Verzoeker heeft aan zijn verzoek om herziening, samengevat, ten grondslag gelegd dat hij gelet op de wet en zijn omstandigheden in aanmerking komt voor kwijtschelding van zijn schuld op grond van het Bbz. Daarbij heeft hij vermeld dat van belang is dat hem destijds is voorgehouden dat hij de aan hem verstrekte uitkering op grond van het Bbz niet zou hoeven terugbetalen. Ter ondersteuning van zijn verzoek heeft verzoeker stukken overgelegd waaruit inkomsten, uitgaven en vorderingen blijken over de periode van 2002 tot en met 2013. Daarnaast heeft hij stukken overgelegd waaruit blijkt dat hij lichamelijke klachten ondervindt als gevolg van een ongeval. Verzoeker heeft tevens verzocht het college te veroordelen tot schadevergoeding.

4.1.

Vastgesteld moet worden dat hetgeen verzoeker heeft aangevoerd niet kan worden aangemerkt als feiten of omstandigheden als bedoeld in artikel 8:119 van de Awb.

4.2.

De feiten en omstandigheden waarop verzoeker zich beroept, zijn immers in de procedure die tot de uitspraak van de Raad heeft geleid, ook aan de orde geweest, dan wel hadden in die procedure aan de orde kunnen worden gesteld.

4.3.

Zoals de Raad eerder heeft overwogen (uitspraak van 24 april 2012, ECLI:NL:CRVB:2012:BW3802) is het bijzondere rechtsmiddel van herziening niet gegeven om een hernieuwde discussie over een zaak te voeren, noch om een discussie over de betrokken uitspraak te openen.

4.4.

Het verzoek om herziening dient dan ook te worden afgewezen. In het kader van een verzoek om toepassing van artikel 8:119 van de Awb bestaat voorts geen ruimte om te beslissen over een verzoek om veroordeling tot schadevergoeding. Reeds om die reden dient ook dat verzoek te worden afgewezen.

5.

Voor een veroordeling in de proceskosten bestaat geen aanleiding.

BESLISSING

De Centrale Raad van Beroep

- wijst het verzoek om herziening af;

- wijst het verzoek om veroordeling tot schadevergoeding af.

Deze uitspraak is gedaan door W.F. Claessens, in tegenwoordigheid van T.A. Meijering als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 11 februari 2014.

(getekend) W.F. Claessens

(getekend) T.A. Meijering

HD