Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:CRVB:2014:4459

Instantie
Centrale Raad van Beroep
Datum uitspraak
19-12-2014
Datum publicatie
07-01-2015
Zaaknummer
13-1976 WIA
Rechtsgebieden
Socialezekerheidsrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Weigering WIA-uitkering toe te kennen. Minder dan 35% arbeidsongeschikt. Voldoende medische en erbeidskundige grondslag.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Uitspraak

13/1976 WIA

Datum uitspraak: 19 december 2014

Centrale Raad van Beroep

Enkelvoudige kamer

Uitspraak op het hoger beroep tegen de uitspraak van de rechtbank Oost-Nederland van
5 maart 2013, 12/4690 (aangevallen uitspraak)

Partijen:

[Appellant] te [woonplaats](appellant)

de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (Uwv)

PROCESVERLOOP

Namens appellant is hoger beroep ingesteld.

Het Uwv heeft een verweerschrift ingediend.

Met toestemming van partijen heeft de Raad bepaald dat het onderzoek ter zitting achterwege blijft, waarna het onderzoek is gesloten.

OVERWEGINGEN

1. Bij besluit van 23 mei 2012 heeft het Uwv vastgesteld dat appellant met ingang van 3 juli 2012 geen recht heeft op een uitkering op grond van de Wet werk en inkomen naar arbeidsvermogen (Wet WIA), omdat hij minder dan 35% arbeidsongeschikt is. Het bezwaar van appellant tegen dit besluit is bij besluit van 23 augustus 2012 (bestreden besluit) ongegrond verklaard. Daarbij heeft het Uwv het standpunt ingenomen dat appellant met inachtneming van zijn medische beperkingen geschikt is voor gangbare arbeid met een verlies aan verdiencapaciteit van 5,5%.

2. De rechtbank heeft bij de aangevallen uitspraak de medische en arbeidskundige grondslag van het bestreden besluit onderschreven en het beroep van appellant tegen het bestreden besluit ongegrond verklaard.

3.1.

Appellant heeft in hoger beroep aangevoerd dat zijn beperkingen door de verzekeringsartsen van het Uwv zijn onderschat. Ten onrechte hebben de verzekeringsartsen geen urenbeperking aangenomen. Voorts stelt appellant niet in staat te zijn de ter bepaling van de mate van zijn arbeidsongeschiktheid geselecteerde functies te vervullen.

3.2.

Het Uwv heeft verzocht de aangevallen uitspraak te bevestigen.

4. Het oordeel van de Raad over de aangevallen uitspraak.

4.1.

Met juistheid heeft de rechtbank geoordeeld dat er gelet op de beschikbare medische gegevens, waaronder met name de rapporten van de verzekeringsarts en de verzekeringsarts bezwaar en beroep, geen redenen zijn om te twijfelen aan de juistheid van de voor appellant vastgestelde belastbaarheid per 3 juli 2012. Zowel de verzekeringsarts als de verzekeringsarts bezwaar en beroep hebben op inzichtelijke en overtuigende wijze onderbouwd hoe zij tot de vaststelling van de beperkingen zijn gekomen. De verzekeringsarts bezwaar en beroep heeft in zijn rapport uiteengezet dat appellant degeneratieve veranderingen van zijn nek heeft met hierbij klachten vooral links met uitstraling tot in de arm en hoofdpijn uitstralend vanuit de nek. De nek/schoudergordel kan niet zwaar worden belast en statische belastingen van de nek moeten vermeden worden. Als er optimaal rekening wordt gehouden met deze beperkingen is een arbeidsduurbeperking niet te onderbouwen. Functioneel zal appellant blijvend zijn aangewezen op werk waarbij de nek/schoudergordel niet zwaar wordt aangesproken. De opgestelde Functionele Mogelijkhedenlijst (FML) voldoet hier aan. Wanneer optimaal rekening kan worden gehouden met de beperkingen van de FML is er volgens de verzekeringsarts bezwaar en beroep in de loop van de dag geen klachtentoename te verwachten. De in beroep door appellant overgelegde stukken bevatten, zoals ook namens appellant ter zitting bij de rechtbank is bevestigd, geen nieuwe medische gegevens. Ook in hoger beroep heeft appellant geen gegevens overgelegd die doen twijfelen aan de juistheid van de vaststelling van de beperkingen.

4.2.

Uitgaande van de juistheid van de voor appellant vastgestelde beperkingen, heeft de rechtbank terecht geoordeeld dat de registerarbeidsdeskundige voldoende heeft toegelicht dat de belasting in de geselecteerde functies de belastbaarheid van appellant niet overschrijdt.

4.3.

Gezien hetgeen is overwogen in 4.1 en 4.2 slaagt het hoger beroep niet. De aangevallen uitspraak moet worden bevestigd.

5. Voor een veroordeling in de proceskosten bestaat geen aanleiding.

BESLISSING

De Centrale Raad van Beroep bevestigt de aangevallen uitspraak.

Deze uitspraak is gedaan door I.M.J. Hilhorst-Hagen, in tegenwoordigheid van S. Aaliouli als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 19 december 2014.

(getekend) I.M.J. Hilhorst-Hagen

(getekend) S. Aaliouli

NW