Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:CRVB:2014:4438

Instantie
Centrale Raad van Beroep
Datum uitspraak
24-12-2014
Datum publicatie
08-01-2015
Zaaknummer
12-6282 AWBZ
Rechtsgebieden
Socialezekerheidsrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Zorgindicatie. CIZ heeft terecht het medisch advies van medisch adviseur CIZ aan het bestreden besluit ten grondslag gelegd. Niet gebleken dat bij dit medisch advies geen rekening is gehouden met alle op dat moment over appellant bekende medische informatie of dat die informatie miskend is.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Uitspraak

12/6282 AWBZ

Datum uitspraak: 24 december 2014

Centrale Raad van Beroep

Enkelvoudige kamer

Uitspraak op het hoger beroep tegen de uitspraak van de rechtbank ’s-Gravenhage van

17 oktober 2012, 12/5161 (aangevallen uitspraak)

Partijen:

[Appellant] te [woonplaats](appellant)

Centrum Indicatiestelling Zorg (CIZ)

PROCESVERLOOP

Namens appellant heeft mr. R.G. Groen, advocaat, hoger beroep ingesteld en nadere stukken ingediend.

CIZ heeft een verweerschrift en nadere stukken ingediend.

Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 12 november 2014. Voor appellant is verschenen mr Groen. CIZ heeft zich laten vertegenwoordigen door O. Talhaoui.

OVERWEGINGEN

1. De Raad gaat uit van de volgende feiten en omstandigheden.

1.1.

Appellant heeft op 27 februari 2012 bij CIZ een aanvraag om zorg op grond van de Algemene Wet Bijzondere Ziektekosten (AWBZ) ingediend.

1.2.

Bij besluit van 20 maart 2012 heeft CIZ appellant geïndiceerd voor de functie Begeleiding Individueel, klasse 1, voor de periode van 20 maart 2012 tot en met

19 maart 2027.

1.3.

Bij besluit van 14 mei 2012 (bestreden besluit) heeft CIZ het bezwaar tegen het besluit van 20 maart 2012 gegrond verklaard, dat besluit ingetrokken en appellant geïndiceerd voor de functies Begeleiding Individueel, klasse 2, voor de periode van 20 maart 2012 tot en met 19 maart 2027 en Persoonlijke Verzorging klasse 1, voor de periode van 20 maart 2012 tot en met 19 maart 2014. Aan dit besluit heeft CIZ een medisch advies van H.M. Laane, medisch adviseur CIZ, van 12 mei 2012 ten grondslag gelegd. De medisch adviseur heeft vastgesteld dat sprake is van fors verminderd psychisch functioneren met fors verlaagd psychosociaal welbevinden. CIZ heeft de beperkingen op het gebied van de sociale redzaamheid vastgesteld op matig en ernstig op het gebied van psychisch functioneren. CIZ heeft bij de indicatie van belang geacht dat behandeling van de psychische klachten op grond van de Zorgverzekeringswet voorliggend is op de inzet van AWBZ-zorg. Ten behoeve van zijn zelfstandig functioneren en zijn deelname aan het maatschappelijke verkeer kan appellant tevens een beroep doen op de Wet maatschappelijke ondersteuning en cliëntondersteuning door MEE. CIZ heeft voorts van belang geacht dat de medisch adviseur heeft vastgesteld dat appellant fysiek in staat is om zichzelf te verzorgen maar hij daartoe niet komt vanwege zijn psychiatrische problematiek. Vanwege duidelijke kans op antirevaliderend effect moet daarom voor Persoonlijke Verzorging zo weinig mogelijk hulp worden ingezet.

2. Bij de aangevallen uitspraak heeft de rechtbank het beroep tegen het bestreden besluit ongegrond verklaard.

3. Appellant heeft zich in hoger beroep tegen de aangevallen uitspraak gekeerd. Hij heeft zich op het standpunt gesteld dat onvoldoende zorgvuldig onderzoek heeft plaatsgevonden, zijn beperkingen als te licht zijn beoordeeld en sprake is van toenemende psychiatrische problematiek. Appellant heeft verder verzocht om benoeming van een deskundige.

4.1.

Naar het oordeel van de Raad heeft de rechtbank met juistheid geoordeeld dat CIZ het medisch advies van 12 mei 2012 aan het bestreden besluit ten grondslag heeft kunnen leggen. Niet is gebleken dat bij dit medisch advies geen rekening is gehouden met alle op dat moment over appellant bekende medische informatie of dat die informatie miskend is. Uit de door appellant in hoger beroep overgelegde medische informatie van GGZ Delfland, van onder meer 20 oktober 2014, blijkt dat de diagnose schizofrenie is gesteld vanaf oktober 2012. Deze diagnose was ten tijde van het nemen van het bestreden besluit nog niet aan de orde, zodat CIZ daarmee geen rekening heeft kunnen houden. CIZ zal deze diagnose dan ook eerst bij een eventuele nieuwe aanvraag kunnen betrekken. Voor het benoemen van een deskundige bestaat gelet op het voorgaande geen aanleiding.

4.2.

Uit hetgeen onder 4.1 is overwogen, volgt dat het hoger beroep niet slaagt en dat de aangevallen uitspraak moet worden bevestigd.

5. Voor een veroordeling in de proceskosten bestaat geen aanleiding.

BESLISSING

De Centrale Raad van Beroep bevestigt de aangevallen uitspraak.

Deze uitspraak is gedaan door J. Brand, in tegenwoordigheid van D. van Wijk als griffier.

De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 24 december 2014.

(getekend) J. Brand

(getekend) D. van Wijk

JL