Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:CRVB:2014:4386

Instantie
Centrale Raad van Beroep
Datum uitspraak
17-12-2014
Datum publicatie
08-01-2015
Zaaknummer
11-2513 AWBZ-PV
Rechtsgebieden
Socialezekerheidsrecht
Bijzondere kenmerken
Proces-verbaal
Inhoudsindicatie

Proceskostenvergoeding.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Uitspraak

11/2513 AWBZ-PV

Datum uitspraak: 17 december 2014

Centrale Raad van Beroep

Enkelvoudige kamer

Proces-verbaal van de mondelinge uitspraak op het hoger beroep tegen de uitspraak van de rechtbank Almelo van 6 april 2011, 10/372 (aangevallen uitspraak)

Partijen:

Centrum Indicatiestelling Zorg (appellant)

[betrokkene] te [woonplaats] (betrokkene)

Zitting heeft: H.C.P. Venema

Griffier: J.C. Hoogendoorn

Ter zitting zijn verschenen: mr. J.E. Koedood, namens appellant en mr. G.H.A. Versluis, namens betrokkene.

BESLISSING

De Centrale Raad van Beroep veroordeelt appellant in de kosten van betrokkene tot een bedrag van € 730,50.

Deze beslissing is uitgesproken in het openbaar. Zij is gebaseerd op de volgende overwegingen:

1. Appellant heeft zijn hoger beroep ingetrokken. Betrokkene heeft verzocht om vergoeding van proceskosten tot een bedrag van in totaal € 6.258,05. Appellant heeft zich tegen vergoeding van proceskosten verzet.

2. De vergoeding van proceskosten kan hier alleen betrekking hebben op de fase van het hoger beroep aangezien de rechtbank geen termen aanwezig heeft geacht om tot een proceskostenveroordeling over te gaan en betrokkene hiertegen geen hoger beroep heeft ingesteld.

3. De proceshandelingen in hoger beroep bestaan uit het indienen van een verweerschrift door[naam], het verschijnen op de zitting van 21 augustus 2013 door

mr. A.M. Slootweg, advocaat, en op de nadere zitting van 17 december 2014 door

mr. Versluis, advocaat.

4. De Raad volgt appellant in zijn standpunt dat bij [naam] geen sprake is van voor vergoeding in aanmerking komende kosten van rechtsbijstand, omdat geen sprake is van beroepsmatig verleende rechtsbijstand als bedoeld in artikel 1, aanhef en onder a, van het Besluit proceskosten bestuursrecht (Bpb). Hiervan is sprake als het verlenen van rechtsbijstand voor de rechtsbijstandverlener een vast onderdeel vormt van een duurzame, op het vergaren van inkomen gerichte taakuitoefening, zie CRvB 3 april 2013, ECLI:NL:CRVB:2013:BZ6213. Bij [naam] is hiervan niet gebleken.

5. Niet (langer) in geschil is dat de proceshandelingen van mr. Slootweg en mr. Versluis op grond van artikel 2, eerste lid, aanhef en onder a, van het Bpb voor vergoeding in aanmerking komen.

6. Op grond van artikel 2, eerste lid, sub a, van het Bpb worden de kosten van rechtsbijstand die betrokkene in hoger beroep heeft moeten maken, vastgesteld op € 730,50 voor het bijwonen van de zitting van 21 augustus 2013 (1 punt) en het bijwonen van de nadere zitting van 17 december 2014 (0,50 punt). Van bijzondere omstandigheden als bedoeld in artikel 2, derde lid, van het Bpb om van artikel 2, eerste lid, sub a, van het Bpb af te wijken, is de Raad niet gebleken. Dit betekent dat voor vergoeding van het meer of anders gevraagde geen ruimte is.

Waarvan proces-verbaal.

De griffier De voorzitter

(getekend) J.C. Hoogendoorn (getekend) H.C.P. Venema

nk