Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:CRVB:2014:4383

Instantie
Centrale Raad van Beroep
Datum uitspraak
23-12-2014
Datum publicatie
07-01-2015
Zaaknummer
14-4103 WWB-V
Rechtsgebieden
Socialezekerheidsrecht
Bijzondere kenmerken
Verzet
Inhoudsindicatie

Verzet ongegrond. Gemachtigde heeft (ook) in verzet geen feiten of omstandigheden aangevoerd die leiden tot het oordeel dat in dit geval het zogenoemde appelverbod moet worden doorbroken. Ook ambtshalve is de Raad daarvan niet gebleken.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Uitspraak

Datum uitspraak: 23 december 2014

14/4103 WWB-V

Centrale Raad van Beroep

Enkelvoudige kamer

Uitspraak als bedoeld in de artikelen 8:55, zevende lid, en 8:108, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht in verband met het hoger beroep tegen de uitspraak van de voorzieningenrechter van de rechtbank Rotterdam van 9 juli 2014, 14/2909 (aangevallen uitspraak)

Partijen:

[appellant] te [woonplaats] (appellant)

het dagelijks bestuur van de Regionale Sociale Dienst en Kredietbank Alblasserwaard/Vijfheerenlanden (RSD)

PROCESVERLOOP

Bij uitspraak als bedoeld in de artikelen 8:54 en 8:108, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) van 21 oktober 2014 heeft de Raad zich onbevoegd verklaard om kennis te nemen van het namens appellant door N. van der Laan (gemachtigde) ingestelde hoger beroep tegen de aangevallen uitspraak.

Namens appellant heeft gemachtigde verzet gedaan.

Het verzet is behandeld ter zitting van 9 december 2014, waar appellant zich heeft laten vertegenwoordigen door gemachtigde. De RSD is niet verschenen.

OVERWEGINGEN

De uitspraak van de Raad van 21 oktober 2014 berust op de overwegingen dat de aangevallen uitspraak een uitspraak is als bedoeld in artikel 8:84, eerste lid, van de Awb, waartegen geen hoger beroep kan worden ingesteld.

Volgens vaste rechtspraak is doorbreking van het verbod van hoger beroep (alleen) mogelijk als sprake is van evidente schending van eisen van een goede procesorde dan wel van fundamentele rechtsbeginselen, zodanig dat van een eerlijk proces geen sprake is. Gemachtigde heeft (ook) in verzet geen feiten of omstandigheden aangevoerd die leiden tot het oordeel dat in dit geval het zogenoemde appelverbod moet worden doorbroken. Ook ambtshalve is de Raad daarvan niet gebleken.

Dit betekent dat het verzet ongegrond wordt verklaard.

Voor een veroordeling in de kosten van het verzet is geen aanleiding.

BESLISSING

De Centrale Raad van Beroep verklaart het verzet ongegrond.

Deze uitspraak is gedaan door W.H. Bel, in tegenwoordigheid van D.W.M. Kaldenhoven als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 23 december 2014.

(getekend) W.H. Bel

(getekend) D.W.M. Kaldenhoven

IvR