Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:CRVB:2014:4340

Instantie
Centrale Raad van Beroep
Datum uitspraak
05-12-2014
Datum publicatie
07-01-2015
Zaaknummer
CRvB 13-3103 WIA
Rechtsgebieden
Socialezekerheidsrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Beƫindiging loongerelateerde WGA-uitkering. Toekenning WGA-vervolguitkering. Voldoende medische en arbeidskundige grondslag.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Uitspraak

13/3103 WIA

Datum uitspraak: 5 december 2014

Centrale Raad van Beroep

Enkelvoudige kamer

Uitspraak op het hoger beroep tegen de uitspraak van de rechtbank Den Haag van 1 mei 2013, 12/11786 (aangevallen uitspraak)

Partijen:

[appellante] te [woonplaats] (appellante)

de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (Uwv)

PROCESVERLOOP

Namens appellante heeft mr. E. Yeniasci, advocaat, hoger beroep ingesteld.

Het Uwv heeft een verweerschrift ingediend.

Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 24 oktober 2014. Voor appellante is verschenen mr. Yeniasci. Het Uwv heeft zich, met bericht, niet laten vertegenwoordigen.

OVERWEGINGEN

1.1.

Bij besluit van 7 juni 2012 heeft het Uwv bepaald dat de loongerelateerde

WGA-uitkering per 3 augustus 2012 eindigt en dat appellante vanaf die datum in aanmerking komt voor een WGA-vervolguitkering. Appellantes mate van arbeidsongeschiktheid bedraagt 55 tot 65%.

1.2.

Bij besluit van 15 november 2012 (bestreden besluit) heeft het Uwv, onder verwijzing naar rapporten van de verzekeringsarts bezwaar en beroep en arbeidsdeskundige bezwaar en beroep, het bezwaar van appellante tegen het besluit van 7 juni 2012 ongegrond verklaard.

2. Bij de aangevallen uitspraak heeft de rechtbank het beroep tegen het bestreden besluit ongegrond verklaard. De rechtbank heeft de medische en arbeidskundige grondslag van het bestreden besluit onderschreven.

3.1.

Appellante heeft in hoger beroep aangevoerd dat het Uwv onvoldoende rekening heeft gehouden met de beperkingen en klachten die zij heeft als gevolg van het ongeval waar zij op 21 december 2009 bij betrokken was. Appellante heeft in dit verband gewezen op informatie van de huisarts.

3.2.

Het Uwv heeft verzocht de aangevallen uitspraak te bevestigen.

4. De Raad oordeelt als volgt.

4.1.

De door appellante in hoger beroep ingediende gronden zijn in essentie een herhaling van gronden die in beroep zijn aangevoerd.

4.2.

De rechtbank heeft met juistheid overwogen waarom het bestreden besluit op een juiste medische grondslag is gebaseerd. De rechtbank heeft de aan het bestreden besluit ten grondslag gelegde verzekeringsgeneeskundige stukken beoordeeld. Zij is tot de juiste conclusie gekomen dat er geen reden is voor het oordeel dat in de in bezwaar aangepaste Functionele Mogelijkhedenlijst (FML) te geringe beperkingen voor het verrichten van arbeid zijn opgenomen.

4.3.

De verzekeringsarts bezwaar en beroep heeft de informatie van de huisarts waar appellante in hoger beroep op heeft gewezen in de beoordeling betrokken. Appellante heeft ook in hoger beroep geen medische gegevens overgelegd die aanknopingspunten bieden om te twijfelen aan de juistheid van de bij haar vastgestelde beperkingen.

4.4.

Uitgaande van de juistheid van de vermelde FML heeft de rechtbank terecht geoordeeld dat de aan de schatting ten grondslag gelegde functies in medisch opzicht passend zijn.

4.5.

Uit hetgeen is overwogen in 4.1 tot en met 4.4 volgt dat de aangevallen uitspraak moet worden bevestigd.

5. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

BESLISSING

De Centrale Raad van Beroep bevestigt de aangevallen uitspraak.

Deze uitspraak is gedaan door I.M.J. Hilhorst-Hagen, in tegenwoordigheid van I. Mehagnoul als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 5 december 2014.

(getekend) I.M.J. Hilhorst-Hagen

(getekend) I. Mehagnoul

QH