Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:CRVB:2014:4255

Instantie
Centrale Raad van Beroep
Datum uitspraak
16-12-2014
Datum publicatie
31-12-2014
Zaaknummer
14-882 WWB
Rechtsgebieden
Socialezekerheidsrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Geen procesbelang.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Uitspraak

Datum uitspraak: 16 december 2014

Centrale Raad van Beroep

Enkelvoudige kamer

Uitspraak op het hoger beroep tegen de uitspraak van de rechtbank Oost-Brabant van

31 december 2013, 13/3490 (aangevallen uitspraak)

Partijen:

[Appellant] (appellant) en [Appellante] te [woonplaats](appellante)

het college van burgemeester en wethouders van Peel en Maas (college)

PROCESVERLOOP

Appellanten hebben hoger beroep ingesteld.

Het college heeft een verweerschrift ingediend.

Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 25 november 2014. Appellanten zijn verschenen. Het college heeft zich laten vertegenwoordigen door mr. A.F. van de Vlekkert.

OVERWEGINGEN

1. De Raad gaat uit van de volgende in dit geding van belang zijnde feiten en omstandigheden.

1.1.

Bij besluit van 7 december 2011 heeft het college de aanvraag van appellanten van

8 november 2011 om bijzondere bijstand in de kosten van een cartridge, papier en het aangetekend verzenden van stukken buiten behandeling gesteld. Bij besluit van

8 december 2011 heeft het college het besluit van 7 december 2011 herroepen en de aanvraag van appellanten afgewezen.

1.2.

Bij besluit van 14 augustus 2012 (bestreden besluit) heeft het college het bezwaarschrift tegen het besluit van 7 december 2011 niet-ontvankelijk verklaard. Hieraan heeft het college ten grondslag gelegd dat appellanten geen belang meer hebben bij een beoordeling van het bezwaar tegen het besluit van 7 december 2011 omdat dit besluit is herroepen.

2. Bij de aangevallen uitspraak heeft de rechtbank het beroep tegen het bestreden besluit ongegrond verklaard.

3. Appellanten hebben zich in hoger beroep op de hierna te bespreken gronden tegen deze uitspraak gekeerd.

4. De Raad komt tot de volgende beoordeling.

4.1.

Het is vaste rechtspraak van de Raad, zie bijvoorbeeld de uitspraak van

13 december 2011, ECLI:NL:CRVB:2011:BU8633, dat sprake is van voldoende procesbelang als het resultaat dat de indiener van een bezwaar- of beroepschrift met het maken van bezwaar of het instellen van (hoger) beroep nastreeft, ook daadwerkelijk kan worden bereikt en het bereiken van dat resultaat voor deze indiener feitelijk betekenis kan hebben. Het hebben van een louter formeel of principieel belang is onvoldoende voor het aannemen van voldoende procesbelang.

4.2.

Appellanten hebben aangevoerd dat zij onnodig gedwongen waren om een bezwaarschrift in te dienen tegen het besluit van 7 december 2011 en daarom kosten hebben moeten maken. Hierin is in dit geval geen procesbelang gelegen. Uit de gedingstukken volgt dat appellanten niet - zoals wel is vereist in artikel 7:15, derde lid, van de Algemene wet bestuursrecht - hebben verzocht om vergoeding van de kosten in verband met de behandeling van het bezwaar voordat het college op het bezwaar heeft beslist.

4.3.

Uit 4.1 tot en met 4.2 volgt dat het hoger beroep niet slaagt, zodat de aangevallen uitspraak dient te worden bevestigd.

5. Voor een veroordeling in de proceskosten bestaat geen aanleiding.

BESLISSING

De Centrale Raad van Beroep bevestigt de aangevallen uitspraak.

Deze uitspraak is gedaan door C. van Viegen, in tegenwoordigheid van O.P.L. Hovens als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 16 december 2014.

(getekend) C. van Viegen

(getekend) O.P.L. Hovens

MK