Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:CRVB:2014:4253

Instantie
Centrale Raad van Beroep
Datum uitspraak
16-12-2014
Datum publicatie
31-12-2014
Zaaknummer
14-2259 WWB
Rechtsgebieden
Socialezekerheidsrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Afwijzing aanvraag om bijzondere bijstand. Verzendkosten en kosten van inktcartridges kunnen niet worden aangemerkt als uit bijzondere omstandigheden voortvloeiende noodzakelijke kosten. In dit geval bestaat geen aanleiding voor een ander oordeel. Appellanten hebben niet aannemelijk gemaakt dat de kosten van een cartridge, papier en het aangetekend verzenden van stukken in verband met het indienen van aanvragen en bezwaarschriften in hun situatie wel noodzakelijk zijn.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

14/2259 WWB

Datum uitspraak: 16 december 2014

Centrale Raad van Beroep

Enkelvoudige kamer

Uitspraak op het hoger beroep tegen de uitspraak van de rechtbank Oost-Brabant van

27 februari 2014, 13/3491 (aangevallen uitspraak)

Partijen:

[Appellant] (appellant) en [Appellante] te [woonplaats] (appellante)

het college van burgemeester en wethouders van Peel en Maas (college)

PROCESVERLOOP

Appellanten hebben hoger beroep ingesteld.

Het college heeft een verweerschrift ingediend.

Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 25 november 2014. Appellanten zijn verschenen. Het college heeft zich laten vertegenwoordigen door mr. A.F. van de Vlekkert.

OVERWEGINGEN

1. De Raad gaat uit van de volgende in dit geding van belang zijnde feiten en omstandigheden.

1.1.

Op 8 november 2011 hebben appellanten een aanvraag om bijzondere bijstand ingevolge de Wet werk en bijstand (WWB) ingediend voor de kosten van een cartridge, papier en het aangetekend verzenden van stukken in verband met het indienen van bijstandsaanvragen en bezwaarschriften. Bij besluit van 7 december 2011 heeft het college deze aanvraag van appellanten buiten behandeling gesteld. Bij besluit van 8 december 2011 heeft het college het besluit van 7 december 2011 ingetrokken en de aanvraag van 8 november 2011 afgewezen.

1.2.

Bij besluit van 14 augustus 2012 (bestreden besluit) heeft het college het bezwaar tegen het besluit van 8 december 2011 ongegrond verklaard. Hieraan heeft het college ten grondslag gelegd dat de kosten niet noodzakelijk zijn.


Bij de aangevallen uitspraak heeft de rechtbank het beroep tegen het bestreden besluit ongegrond verklaard.

3. Appellanten hebben zich in hoger beroep op de hierna te bespreken gronden tegen deze uitspraak gekeerd.

4. De Raad komt tot de volgende beoordeling.

4.1.

In artikel 35, eerste lid, van de WWB is neergelegd dat de alleenstaande of het gezin, onverminderd paragraaf 2.2 van die wet, recht heeft op bijzondere bijstand voor zover de alleenstaande of het gezin niet beschikt over de middelen om te voorzien in de uit bijzondere omstandigheden voortvloeiende noodzakelijke kosten van het bestaan en deze kosten naar het oordeel van het college niet kunnen worden voldaan uit de bijstandsnorm, de langdurigheidstoeslag, het vermogen en het inkomen voor zover dit meer bedraagt dan de bijstandsnorm, waarbij artikel 31, tweede lid en artikel 34, tweede lid, niet van toepassing zijn.

4.2.

Bij de toepassing van artikel 35, eerste lid, van de WWB dient eerst beoordeeld te worden of de kosten waarvoor bijzondere bijstand wordt gevraagd zich voordoen, vervolgens of die kosten in het individuele geval van de betrokkene noodzakelijk zijn en daarna of die kosten voortvloeien uit bijzondere omstandigheden.

4.3.

Het ligt op de weg van de aanvrager om aannemelijk te maken dat de kosten waarvoor hij bijzondere bijstand aanvraagt noodzakelijk zijn.

4.4.

In zijn uitspraak van 31 mei 2005, ECLI:NL:CRVB:2005:AT6756 heeft de Raad geoordeeld dat verzendkosten en kosten van inktcartridges niet kunnen worden aangemerkt als uit bijzondere omstandigheden voortvloeiende noodzakelijke kosten. In dit geval bestaat geen aanleiding voor een ander oordeel. Appellanten hebben niet aannemelijk gemaakt dat de kosten van een cartridge, papier en het aangetekend verzenden van stukken in verband met het indienen van aanvragen en bezwaarschriften in dit geval wel noodzakelijk zijn. Dat - zoals zij naar voren hebben gebracht - hun wijze van werken is ingegeven door een gebrek aan vertrouwen in een juiste verwerking van hun stukken door de gemeentelijke organisatie, is daarvoor onvoldoende. Uit de gedingstukken en het verhandelde ter zitting van de Raad is bovendien gebleken dat het mogelijk is stukken te overhandigen bij de gemeentebalie en aldaar een ontvangstbewijs te verkrijgen, en dat de consulent na enige dagen de doorslag van een aanvraagformulier terugstuurt.

4.5.

Uit 4.4 volgt dat het hoger beroep niet slaagt, zodat de aangevallen uitspraak dient te worden bevestigd.

5. Voor een veroordeling in de proceskosten bestaat geen aanleiding.

BESLISSING

De Centrale Raad van Beroep bevestigt de aangevallen uitspraak.

Deze uitspraak is gedaan door C. van Viegen, in tegenwoordigheid van O.P.L. Hovens als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 16 december 2014.

(getekend) C. van Viegen

(getekend) O.P.L. Hovens

MK