Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:CRVB:2014:4188

Instantie
Centrale Raad van Beroep
Datum uitspraak
12-12-2014
Datum publicatie
16-12-2014
Zaaknummer
12-4790 WIA
Formele relaties
Eerste aanleg: ECLI:NL:RBROT:2012:3623, Bekrachtiging/bevestiging
Rechtsgebieden
Socialezekerheidsrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Toekenning loongerelateerde WGA-uitkering. Er is niet genoeg reden om de gehanteerde FML van 13 oktober 2011 niet juist te achten of om nader medisch onderzoek te laten verrichten. Uit de omstandigheid dat appellant vanaf 1 mei 2013 door het Uwv volledig en duurzaam arbeidsongeschikt wordt geacht, kan niet worden afgeleid dat in de FML van 13 oktober 2011 te weinig of te lichte beperkingen opgenomen zijn. Toereikende motivering geschiktheid functies.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

12/4790 WIA

Datum uitspraak: 12 december 2014

Centrale Raad van Beroep

Enkelvoudige kamer

Uitspraak op het hoger beroep tegen de uitspraak van de rechtbank Rotterdam van

12 juli 2012, 11/5294 (aangevallen uitspraak)

Partijen:

[Appellant] te [woonplaats](appellant)

de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (Uwv)

PROCESVERLOOP

Namens appellant heeft mr. A.L. Kuit, advocaat, hoger beroep ingesteld.

Het Uwv heeft een verweerschrift ingediend.

Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 31 oktober 2014. Appellant is verschenen, bijgestaan door mr. Kuit. Het Uwv heeft zich laten vertegenwoordigen door mr. M.K. Dekker.

OVERWEGINGEN

1.1.

Appellant, geboren[in]1965, was laatstelijk werkzaam als woonbegeleider van asielzoekers. Op 6 juli 2009 heeft hij zich vanuit de Werkloosheidswet ziek gemeld in verband met rug- en knieklachten.

1.2.

In maart 2011 heeft appellant een uitkering aangevraagd op grond van de Wet werk en inkomen naar arbeidsvermogen (Wet WIA). Naar aanleiding hiervan heeft het Uwv medisch en arbeidskundig onderzoek laten verrichten. De verzekeringsarts heeft vastgesteld dat appellant te kampen heeft met in aanmerking te nemen medische beperkingen en heeft die opgenomen in een Functionele Mogelijkhedenlijst (FML). Met inachtneming van deze FML heeft de arbeidsdeskundige een aantal functies voor appellant geselecteerd en op grond van het mediane loon van de drie hoogstverlonende geselecteerde functies het verlies aan verdiencapaciteit van appellant berekend op 55,59%. Bij besluit van 30 mei 2011 heeft het Uwv per 4 juli 2011 - in aansluiting op de wachttijd van 104 weken - op grond van de Wet WIA een loongerelateerde WGA-uitkering aan appellant toegekend. Appellant heeft tegen dat besluit bezwaar gemaakt.

1.3.

Op basis van de in de bezwaarfase door appellant overgelegde stukken heeft een verzekeringsarts bezwaar en beroep de medische beoordeling van de verzekeringsarts aangescherpt bij rapport van 13 oktober 2011 en bij FML van gelijke datum. Vervolgens heeft arbeidsdeskundige bezwaar en beroep in zijn rapport van 7 november 2011 met inachtneming van de FML van 13 oktober 2011 een drietal nieuwe functies voor appellant geselecteerd, te weten bode-bezorger (SBC-code 315140), assistent consultatiebureau (SBC-code 372091) en wikkelaar, samensteller elektronische apparatuur (SBC-code 267050). Het verlies aan verdiencapaciteit van appellant is op grond van het mediane loon van die drie functies nader berekend op 61,54%. Bij besluit van 11 november 2011 (bestreden besluit) heeft het Uwv het bezwaar van appellant onder verwijzing naar genoemde rapporten ongegrond verklaard.

2. Bij de aangevallen uitspraak heeft de rechtbank het beroep van appellant tegen het bestreden besluit ongegrond verklaard.

3. Appellant heeft tegen de aangevallen uitspraak hoger beroep ingesteld. In hoger beroep heeft appellant te kennen gegeven dat zijn klachten na de datum in geding, 4 juli 2011, zijn toegenomen en dat het Uwv hem op basis van een nieuwe beoordeling vanaf 1 mei 2013 volledig en duurzaam arbeidsongeschikt acht en hem per die datum een IVA-uitkering heeft toegekend. Verder heeft appellant in hoofdzaak herhaald dat hij op 4 juli 2011 ook al volledig en duurzaam arbeidsongeschikt was en dat hij de door het Uwv voorgehouden functies om medische redenen niet heeft kunnen vervullen.

4. De Raad oordeelt als volgt.

4.1.

De door appellant aangevoerde gronden die betrekking hebben op de medische onderbouwing van het bestreden besluit slagen niet. Er is niet genoeg reden om de gehanteerde FML van 13 oktober 2011 niet juist te achten of om nader medisch onderzoek te laten verrichten. Uit de omstandigheid dat appellant vanaf 1 mei 2013 door het Uwv volledig en duurzaam arbeidsongeschikt wordt geacht, kan niet worden afgeleid dat in de FML van

13 oktober 2011 te weinig of te lichte beperkingen opgenomen zijn. In dit verband is in aanmerking genomen dat appellant te kennen heeft gegeven dat zijn klachten na de datum in geding zijn toegenomen, terwijl hij geen objectieve medische informatie in het geding heeft gebracht die een nieuw licht werpt op zijn gezondheidstoestand op de datum in geding.

4.2.

Wat betreft de arbeidskundige onderbouwing van het bestreden besluit wordt voorop gesteld dat, uitgaande van de juistheid van de FML van 13 oktober 2011, het Uwv toereikend heeft gemotiveerd dat de aan de theoretische schatting van de mate van arbeidsongeschiktheid van appellant ten grondslag gelegde functies van bode-bezorger (SBC-code 315140), assistent consultatiebureau (SBC-code 372091) en wikkelaar, samensteller elektronische apparatuur (SBC-code 267050) voor appellant op de datum in geding in medisch opzicht geschikt waren te achten. In dit verband wordt verwezen naar de in het rapport van de arbeidsdeskundige bezwaar en beroep van 7 november 2011 opgenomen toelichting bij de signaleringen in de gebruikte CBBS-uitdraai.

4.3.

Uit punt 4.1 en punt 4.2 volgt dat het hoger beroep van appellant niet slaagt en dat de aangevallen uitspraak moet worden bevestigd.

5. Voor een veroordeling in de proceskosten bestaat geen aanleiding.

BESLISSING

De Centrale Raad van Beroep bevestigt de aangevallen uitspraak.

Deze uitspraak is gedaan door T.L. de Vries, in tegenwoordigheid van S. Aaliouli als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 12 december 2014.

(getekend) T.L. de Vries

(getekend) S. Aaliouli

MK