Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:CRVB:2014:4184

Instantie
Centrale Raad van Beroep
Datum uitspraak
12-12-2014
Datum publicatie
16-12-2014
Zaaknummer
12-3537 WAO
Rechtsgebieden
Socialezekerheidsrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Verzoek heropening WAO-uitkering. Toekenning WAO-uitkering naar een mate van arbeidsongeschiktheid van 15-25%. Juistheid FML. Appellant heeft geen objectieve medische gegevens in het geding gebracht die aanleiding geven om de beoordeling van de verzekeringsarts bezwaar en beroep in twijfel te trekken of te oordelen dat de informatie uit de behandelende sector onjuist is uitgelegd. Geschiktheid functies.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

12/3537 WAO

Datum uitspraak: 12 december 2014

Centrale Raad van Beroep

Enkelvoudige kamer

Uitspraak op het hoger beroep tegen de uitspraak van de rechtbank Leeuwarden van

12 juni 2012, 11/2253 (aangevallen uitspraak)

Partijen:

[Appellant] te [woonplaats] (appellant)

de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (Uwv)

PROCESVERLOOP

Namens appellant heeft mr. S.T. Dieters, advocaat, hoger beroep ingesteld.

Het Uwv heeft een verweerschrift ingediend.

Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 31 oktober 2014. Appellant is verschenen, bijgestaan door mr. E.J. Luursema, kantoorgenoot van mr. Dieters. Het Uwv heeft zich laten vertegenwoordigen door mr. F.H.M.A. Swarts.

OVERWEGINGEN

1.1.Appellant, geboren [in] 1959, heeft zich in mei 1991 ziek gemeld met rug- en enkelklachten. In verband met psychische klachten is appellant met ingang van mei 1992 op grond van de Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering (WAO) een uitkering toegekend, die is berekend naar een mate van arbeidsongeschiktheid van 80-100%. Bij besluit van

21 november 2006 is deze arbeidsongeschiktheidsuitkering met ingang van 22 januari 2007 ingetrokken op de grond dat de mate van arbeidsongeschiktheid van appellant per die datum minder dan 15% bedraagt. Dit besluit is in rechte onaantastbaar geworden.

1.2.

Bij formulier van 25 januari 2011 heeft appellant het Uwv verzocht om heropening van zijn WAO-uitkering wegens toegenomen arbeidsongeschiktheid. Op dit verzoek is bij besluit van 2 maart 2011 afwijzend beslist. Bij besluit van 14 september 2011 (bestreden besluit) heeft het Uwv het besluit van 2 maart 2011 na bezwaar herroepen, in die zin dat aan appellant vanaf 15 oktober 2008 alsnog een WAO-uitkering is toegekend, die is berekend naar een mate van arbeidsongeschiktheid van 15-25%.

2. Bij de aangevallen uitspraak heeft de rechtbank het beroep van appellant tegen het bestreden besluit ongegrond verklaard.

3. Appellant heeft hoger beroep ingesteld tegen de aangevallen uitspraak. Daartoe is in hoofdzaak herhaald dat de ernst van de psychische beperkingen van appellant bij het bestreden besluit zijn onderschat en dat de voorgehouden functies ongeschikt voor appellant zijn vanwege zijn psychische beperkingen. Verder heeft appellant de Raad ter zitting nog verzocht om een deskundige te benoemen.

4. De Raad oordeelt als volgt.

4.1.

In artikel 43a van de WAO is bepaald dat toekenning van een arbeidsongeschiktheidsuitkering steeds plaatsvindt zodra die arbeidsongeschiktheid onafgebroken vier weken heeft geduurd, indien binnen vijf jaar na de datum van intrekking, in dit geval 22 januari 2007, sprake is van in aanmerking te nemen arbeidsongeschiktheid en deze arbeidsongeschiktheid voortkomt uit dezelfde oorzaak als die waaruit de arbeidsongeschiktheid voortkomt ter zake waarvan de ingetrokken uitkering werd genoten.

4.2.

De door appellant aangevoerde gronden die betrekking hebben op de medische onderbouwing van het bestreden besluit slagen niet. Er is geen reden om de gehanteerde Functionele Mogelijkhedenlijst (FML) van 21 juli 2011 niet juist te achten of om ter zake nader onderzoek te laten verrichten. Uit de informatie van GGZ waarnaar appellant in hoger beroep heeft verwezen, kan niet worden afgeleid dat in de FML van 21 juli 2011 te weinig of te lichte beperkingen in aanmerking zijn genomen. Deze informatie is door de verzekeringsarts bezwaar en beroep betrokken in zijn rapport van 11 juli 2011. In dit rapport, waarnaar kortheidshalve wordt verwezen, is de FML van 21 juli 2011 toereikend gemotiveerd. Appellant heeft geen objectieve medische gegevens in het geding gebracht die aanleiding geven om de beoordeling van de verzekeringsarts bezwaar en beroep in twijfel te trekken of te oordelen dat de informatie uit de behandelende sector onjuist is uitgelegd. In het voorgaande ligt besloten dat de Raad geen aanleiding ziet voor het benoemen van een deskundige.

4.3.

Wat betreft de arbeidskundige onderbouwing van het bestreden besluit wordt voorop gesteld dat, uitgaande van de juistheid van de FML van 21 juli 2011, het Uwv toereikend heeft gemotiveerd dat de aan de schatting ten grondslag gelegde functies van Productiemedewerker voedingsmiddelen industrie (SBC-code 111172), Inpakker (SBC-code 111190) en Productie-/magazijnmedewerker industrie (SBC-code 111180) voor appellant in medisch opzicht geschikt zijn te achten. In dit verband wordt verwezen naar de in het rapport van de arbeidsdeskundige bezwaar en beroep van 2 augustus 2011 opgenomen toelichting bij de signaleringen in de CBBS-uitdraai van 1 augustus 2011.

4.4.

Uit punt 4.2 en punt 4.3 volgt dat het hoger beroep van appellant niet slaagt en dat de aangevallen uitspraak moet worden bevestigd.

5. Voor een veroordeling in de proceskosten bestaat geen aanleiding.

BESLISSING

De Centrale Raad van Beroep bevestigt de aangevallen uitspraak.

Deze uitspraak is gedaan door T.L. de Vries, in tegenwoordigheid van S. Aaliouli als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 12 december 2014.

(getekend) T.L. de Vries

(getekend) S. Aaliouli

nk