Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:CRVB:2014:4154

Instantie
Centrale Raad van Beroep
Datum uitspraak
11-12-2014
Datum publicatie
20-01-2015
Zaaknummer
13-2646 AW
Rechtsgebieden
Ambtenarenrecht
Bijzondere kenmerken
Herziening
Inhoudsindicatie

Afwijzing verzoek om herziening. Hetgeen verzoekster heeft aangevoerd, kan niet worden aangemerkt als feiten of omstandigheden als bedoeld in artikel 8:119 van de Awb.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Uitspraak

13/2646 AW

Centrale Raad van Beroep

Enkelvoudige kamer

Uitspraak op het verzoek om herziening van de uitspraak van de Raad van 29 juli 2010, 09/375 AW

Partijen:

[Verzoekster] te [woonplaats] (verzoekster)

de Stichting Sirius (Openbaar Primair Onderwijs Amsterdam Zuidoost) (stichting)

Datum uitspraak: 11 december 2014

INLEIDING

Namens verzoekster heeft mr. M.E.F. Parramore, advocaat, verzocht om herziening van de uitspraak van de Raad van 29 juli 2010, 09/375 AW, ECLI:NL:CRVB:2010:BN3495.

De stichting heeft een reactie op het verzoek ingezonden.

Verzoekster en de stichting hebben schriftelijk toestemming verleend voor afdoening buiten zitting.

OVERWEGINGEN

1. Bij zijn uitspraak van 29 juli 2010 heeft de Raad zowel de beoordeling van het functioneren van verzoekster als het aan verzoekster met ingang van 1 augustus 2007 om redenen van gewichtige aard verleende ontslag in stand gelaten.

2. Verzoekster heeft haar herzieningsverzoek allereerst gebaseerd op de stelling dat de directeur van de [naam school] niet gekwalificeerd was om haar functioneren te beoordelen, omdat deze directeur niet beschikt over de noodzakelijke akten. Daarnaast heeft verzoekster zich op het standpunt gesteld dat zij niet had mogen worden ontslagen nu er geen assessment heeft plaatsgevonden en er zelfs geen aanvraag daartoe is gedaan.

3.1.

Ingevolge artikel 8:119, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) kan de Raad op verzoek van een partij een onherroepelijk geworden uitspraak herzien op grond van feiten en omstandigheden die:

a. hebben plaatsgevonden vóór de uitspraak,

b. bij de indiener van het verzoekschrift vóór de uitspraak niet bekend waren en redelijkerwijs niet bekend konden zijn, en

c. waren zij bij de Raad eerder bekend geweest, tot een andere uitspraak zouden hebben kunnen leiden.

3.2.

Vastgesteld moet worden dat hetgeen verzoekster heeft aangevoerd niet kan worden aangemerkt als feiten of omstandigheden als bedoeld in artikel 8:119 van de Awb.

3.3.

De feiten en omstandigheden waarop verzoekster zich beroept, zijn in de procedure die tot de uitspraak van de Raad heeft geleid ook aan de orde geweest, dan wel hadden in die procedure aan de orde kunnen worden gesteld.

3.4.

Zoals de Raad eerder heeft overwogen (uitspraak van 24 april 2012, ECLI:NL:CRVB:2012:BW3802) is het bijzondere rechtsmiddel van herziening niet gegeven om een hernieuwde discussie over een zaak te voeren, noch om een discussie over de betrokken uitspraak te openen.

3.5.

Uit 3.1 tot en met 3.4 volgt dat het verzoek moet worden afgewezen.

BESLISSING

De Centrale Raad van Beroep wijst het verzoek om herziening af.

Deze uitspraak is gedaan door C.H. Bangma, in tegenwoordigheid van C.M. Fleuren als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 11 december 2014.

(getekend) C.H. Bangma

(getekend) C.M. Fleuren

HD