Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:CRVB:2014:3967

Instantie
Centrale Raad van Beroep
Datum uitspraak
28-11-2014
Datum publicatie
02-12-2014
Zaaknummer
13-4936 ANW
Rechtsgebieden
Socialezekerheidsrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Beroepschrift is niet tijdig ingediend en moet daarom niet-ontvankelijk worden verklaard. Geen sprake van een verschoonbare overschrijding. De rechtbank heeft abusievelijk in het dictum van de aangevallen uitspraak vermeld dat het beroep ongegrond wordt verklaard, terwijl de uitspraak strekt tot niet-ontvankelijkverklaring van het beroep.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

13/4936 ANW

Datum uitspraak: 28 november 2014

Centrale Raad van Beroep

Enkelvoudige kamer

Uitspraak op het hoger beroep tegen de uitspraak van de rechtbank Amsterdam van

25 juli 2013, 12/3627 (aangevallen uitspraak)

Partijen:

[appellante] te [woonplaats], Marokko (appellante)

de Raad van bestuur van de Sociale verzekeringsbank (Svb)

PROCESVERLOOP

Appellante heeft hoger beroep ingesteld.

De Svb heeft een verweerschrift ingediend.

Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 17 oktober 2014. Appellante is daarbij niet verschenen. De Svb heeft zich laten vertegenwoordigen door mr. A.P. van den Berg.

OVERWEGINGEN

1.1.

Bij besluit van 15 mei 2012 (bestreden besluit) heeft de Svb het bezwaar van appellante tegen het besluit van 23 december 2011, waarbij geweigerd is aan appellante een nabestaandenuitkering ingevolge de Algemene nabestaandenwet toe te kennen, niet-ontvankelijk verklaard.

2.1.

Bij de aangevallen uitspraak heeft de rechtbank overwogen dat het beroep van appellante te laat is ingediend en dat het beroep om die reden niet-ontvankelijk zal worden verklaard.

2.2.

De rechtbank heeft vastgesteld dat het bestreden besluit op 15 mei 2012 aan appellante is toegezonden en dat de beroepstermijn daarom is aangevangen op 16 mei 2012 en geëindigd op 26 juni 2012. Appellante heeft op 5 juli 2012 per e-mail bij de Svb een bezwaarschrift tegen het bestreden besluit ingediend. Vervolgens heeft de Svb met toepassing van artikel 6:15, eerste en tweede lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) het bezwaarschrift ter behandeling als beroepschrift doorgezonden aan de rechtbank.

2.3.

Het op 5 juli 2012 gedateerde en ontvangen beroepschrift is na het einde van de beroepstermijn ontvangen en naar het oordeel van de rechtbank dan ook niet tijdig ingediend. Voorts is overwogen dat appellante in de gelegenheid is gesteld om nadere inlichtingen te verstrekken over de reden waarom het beroep te laat is ingediend. Van deze gelegenheid heeft zij echter geen gebruik gemaakt. De rechtbank is dan ook niet gebleken van omstandigheden als bedoeld in artikel 6:11 van de Awb, op grond waarvan kan worden geoordeeld dat de termijnoverschrijding niet aan appellante kan worden tegengeworpen.

3. In hoger beroep heeft appellante aangevoerd dat zij zich in een slechte financiële situatie bevindt.

4.1.

De Raad is, evenals de rechtbank, van oordeel dat het beroepschrift niet tijdig is ingediend en daarom niet-ontvankelijk moet worden verklaard. Van een verschoonbare overschrijding van de termijn is ook de Raad niet gebleken. Appellante heeft voorts in hoger beroep geen gronden naar voren gebracht die voor de onderhavige beoordeling van belang zijn.

4.2.

De Raad stelt echter vast dat de rechtbank abusievelijk in het dictum van de aangevallen uitspraak heeft vermeld dat het beroep ongegrond wordt verklaard, terwijl de uitspraak strekt tot niet-ontvankelijkverklaring van het beroep. De aangevallen uitspraak komt daarom voor vernietiging in aanmerking. Doende wat de rechtbank zou behoren te doen, zal de Raad het beroep tegen het bestreden besluit niet-ontvankelijk verklaren.

5. Voor een veroordeling in de proceskosten bestaat geen aanleiding. Wel bestaat er aanleiding om met toepassing van artikel 8:114 van de Awb te bepalen dat het in hoger beroep betaalde griffierecht door de griffier aan appellante wordt terugbetaald.

BESLISSING

De Centrale Raad van Beroep

  • -

    vernietigt de aangevallen uitspraak;

  • -

    verklaart het beroep niet-ontvankelijk;

  • -

    bepaalt dat de griffier aan appellante het in hoger beroep betaalde griffierecht van € 118,- terugbetaalt.

Deze uitspraak is gedaan door E.E.V. Lenos, in tegenwoordigheid van J.C. Hoogendoorn als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 28 november 2014.

(getekend) E.E.V. Lenos

(getekend) J.C. Hoogendoorn

MK