Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:CRVB:2014:3743

Instantie
Centrale Raad van Beroep
Datum uitspraak
14-11-2014
Datum publicatie
18-11-2014
Zaaknummer
09-4396 ANW
Rechtsgebieden
Socialezekerheidsrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Afwijzing verzoek om een ANW-uitkering toe te kennen. Het Uwv heeft bij verweerschrift genoegzaam uiteen gezet dat de echtgenoot de uitvoeringsinstantie in Nederland destijds niet tijdig heeft geïnformeerd over de wijziging van zijn woonadres in Marokko. Vanaf 1 januari 2000 ontving de echtgenoot een hoger bedrag van het GAK, omdat er geen premie voor de volksverzekeringen meer werd ingehouden op zijn WAO-uitkering. De echtgenoot had het GAK destijds naar aanleiding hiervan kunnen vragen om een toelichting.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Uitspraak

09/4396 ANW

Datum uitspraak: 14 november 2014

Centrale Raad van Beroep

Enkelvoudige kamer

Uitspraak op het hoger beroep tegen de uitspraak van de rechtbank Amsterdam van

24 juni 2009, 08/3390 (aangevallen uitspraak)

Partijen:

[Appellante] te [woonplaats], Marokko (appellant)

de Raad van bestuur van de Sociale verzekeringsbank (Svb)

PROCESVERLOOP

Namens appellante heeft mr. C.A.J. de Roy van Zuydewijn, advocaat, hoger beroep ingesteld.

De Svb heeft een verweerschrift ingediend.

Partijen hebben toestemming gegeven het onderzoek ter zitting achterwege te laten, waarna het onderzoek is gesloten.

OVERWEGINGEN

1. De Raad heeft ingestemd met het verzoek van mr. De Roy van Zuydewijn om de behandeling van het hoger beroep van appellante te onderbreken in afwachting van een beslissing van het Europees Hof voor de Rechten van de Mens (EHRM) over een aantal klachten van deze gemachtigde in enkele met dit geding vergelijkbare zaken. Met een brief van 4 maart 2014 heeft mr. De Roy van Zuydewijn laten weten dat het EHRM op bedoelde klachten afwijzend heeft beslist.

2.1.

De echtgenoot van appellante, [naam echtgenoot], heeft in Nederland gewoond en gewerkt. Hij is voor 1 januari 2000, met behoud van zijn uitkering op grond van de Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering (WAO), naar Marokko teruggekeerd. Daar is hij op

27 mei 2005 overleden.

2.2.

Bij besluit van 9 maart 2006 heeft de Svb afwijzend beslist op het verzoek van appellante om haar op grond van de Algemene nabestaandenwet (ANW) een nabestaandenuitkering toe te kennen, omdat [naam echtgenoot] ten tijde van zijn overlijden niet verzekerd was voor de ANW.

2.3.

Tegen het besluit van 9 maart 2006 heeft appellante bezwaar gemaakt. Dit bezwaar heeft de Svb bij besluit van 29 mei 2006 ongegrond verklaard.

2.3.

Bij uitspraak van 6 september 2007, kenmerk 07/205, heeft de rechtbank het besluit van de Svb van 29 mei 2006 wegens een formeel gebrek vernietigd en de Svb opgedragen een nieuw besluit te nemen.

2.4.

Vervolgens heeft de Svb het bezwaar van appellante tegen zijn besluit van 9 maart 2006 bij besluit van 17 juli 2008 (bestreden besluit) opnieuw ongegrond verklaard.

2.5.

Bij de aangevallen uitspraak heeft de rechtbank het beroep van appellante tegen het bestreden besluit ongegrond verklaard. Daartoe is overwogen dat uit onderzoek gebleken is dat [naam echtgenoot] ten tijde van belang door het GAK met een mailing is geïnformeerd over het einde van de verplichte verzekering voor de ANW per 1 januari 2000 en de mogelijkheid om zich vanaf die datum vrijwillig voortgezet te verzekeren, terwijl niet aannemelijk is geworden dat deze mailing niet naar het door [naam echtgenoot] opgegeven adres is gezonden.

3. In hoger beroep is door partijen herhaald wat al eerder aangevoerd was.

4.1.

De Raad oordeelt als volgt.

4.2.

De rechtbank heeft het beroep van appellante tegen het bestreden besluit ongegrond verklaard. Er is geen reden om dit oordeel onjuist te achten, te meer niet nu het Uwv bij verweerschrift genoegzaam uiteen heeft gezet dat [naam echtgenoot] de uitvoeringsinstantie in Nederland destijds niet tijdig heeft geïnformeerd over de wijziging van zijn woonadres in Marokko. Vanaf 1 januari 2000 ontving [naam echtgenoot] een hoger bedrag van het GAK, omdat er geen premie voor de volksverzekeringen meer werd ingehouden op zijn WAO-uitkering.

[naam echtgenoot] had het GAK destijds naar aanleiding hiervan kunnen vragen om een toelichting.


Uit punt 4.2 volgt dat de aangevallen uitspraak moet worden bevestigd.

6. Voor een veroordeling in de proceskosten bestaat geen aanleiding.

BESLISSING

De Centrale Raad van Beroep bevestigt de aangevallen uitspraak.

Deze uitspraak is gedaan door M.M. van der Kade, in tegenwoordigheid van R.L. Rijnen als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 14 november 2014.

(getekend) M.M. van der Kade

(getekend) R.L. Rijnen

MK